Je leest:

Breezersletje of einsteiner?

Breezersletje of einsteiner?

Auteur: | 23 november 2006

Het Jaarboek Taal 2007 van Van Dale dat vorige week is verschenen bevat 3650 woorden die dit jaar aan onze taal zijn toegevoegd. Wat voor woorden zijn dit? Hoe zijn ze ontstaan en blijven ze ook bestaan?

In 2005 hadden we sudoku, tsunamislachtoffer, lonsdaler en vallendebladerengevoel. In 2006 zijn het woorden als breezersletje, tomtommen, übercool en belmiep. Het Jaarboek Taal 2007 van Van Dale dat vorige week is verschenen bevat 3650 woorden die dit jaar aan onze taal zijn toegevoegd. Het gaat dan om woorden die ontstaan zijn door belangrijke gebeurtenissen van het afgelopen jaar ( cartoonrel) of door nieuwe fenomenen ( blogstek).

Breezersletje (het; -s) ordinair, beetje dom meisje dat makkelijk tot seks te verleiden is

Ontstaan van nieuwe woorden

Hoe ontstaan nieuwe woorden eigenlijk? Sommige woorden ontstaan als kreten ( au, oh, duh-uh) of als klanknabootsingen: ritselen, ploffen, kraken, grommen, bonken. Nieuwe woorden kunnen ook ontstaan door een combinatie van reeds bestaande woorden. Denk aan de talloze samenstellingen die onze taal rijk is. Maar ook nieuwe woorden als belmiep, sensatietelevisie, tokkiebuurt, hangbejaarde en jurkarabier zijn voorbeelden van samenstellingen. Andere woorden ontstaan door vernoeming van een merknaam: tomtommen, googelen.

Ook kunnen woorden worden overgenomen uit boeken, stripverhalen of tv-programma’s. Denk aan de invloed die Maarten Toonder ( minkukel) en Van Kooten en de Bie ( doemdenken, regelneef) hebben gehad op ons taalgebruik. En er zijn natuurlijk veel afkortingen van bestaande woorden: aso in asobak (grote auto), asotelevisie (programma’s over asociale gezinnen). Toch gaat het meestal om leenwoorden uit andere talen, met name uit het Engels: blog (weblog), burger buddy (burger die een politicus bij de samenleving betrekt), chillen, shopdaten (winkelen met een speciaal mandje waarmee je laat zien dat je single bent).

Tokkiebuurt (de; -en) buurt waar asociale gezinnen wonen

Eéndagsvliegen of blijvertjes

Sommige woorden zijn trends, die veranderen voortdurend. Dat zijn vaak woorden uit de jongerentaal. Jongerentaal heeft een belangrijke taalvernieuwende functie. Jongeren bedenken steeds nieuwe woorden om zich af te zetten tegen hun ouders en hun leraren. Dat is overigens niet altijd zo geweest. Voor de Tweede Wereldoorlog bestond er nog geen echte jongerentaal. Pas in de jaren ‘60/’70 gingen jongeren zich afzetten tegen oudere generaties. Ze kwamen met een eigen mode en een eigen muziekstijl. En natuurlijk ook met eigen woorden. Als je de jongerenwoorden van toen vergelijkt met die van nu zie je dat jongerentaal snel verandert: vroeger was alles gaaf, nu is het flex, lauw of vet.

Toch zijn er sommige woorden die verdwijnen, zoals het woord mieters, dat echt gedateerd is, maar andere woorden blijven wel bestaan: gaaf, cool, onwijs, tof. Heel gevoelig voor verandering zijn versterkende voorvoegsels of bijwoorden:

Ik heb het druk Ik heb het _mega_druk Ik heb het _super_druk Ik heb het onwijs druk Ik heb het _rete_druk

Tegenwoordig wordt overal het Duitse woordje über voorgezet: hij is een übernerd of dat is übercool. Zal dit woordje de tand des tijds doorstaan? Het is aan de einsteiners

Einsteiner (de; -s) jongere tussen 12 en 19 die slim is en veel sociale vaardigheden heeft

zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 23 november 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.