Je leest:

Borstkanker bestudeerd

Borstkanker bestudeerd

Auteur: | 24 maart 2007

De kranten meldden het goede nieuws in februari: een doorbraak in de strijd tegen borstkanker. Een combinatie van medicijnen verlengt de ziektevrije periode na een operatie en verlengt de overleving. Dat bleek uit een internationaal onderzoek met ruim 4700 patiënten waarover onlangs werd gepubliceerd in The Lancet. Chirurg prof. dr. Cock van de Velde (Heelkunde) was een van de betrokken onderzoekers.

Van de Velde: “Veel borstkankerpatiënten slikken na een operatie ‘antihormonen’ die terugkeer van de ziekte moeten voorkomen; zogenoemde hormonale therapie. Jarenlang werd standaard tamoxifen voorgeschreven. Het onderzoek dat in The Lancetstaat beschreven, betrof patiënten die twee tot drie jaar tamoxifen hadden geslikt en nog steeds ziektevrij waren. Na loting moesten ze ófwel doorgaan met tamoxifen ófwel overstappen op een ander middel: de aromataseremmer exemestaan. In totaal kregen de patiënten vijf jaar lang hormonale therapie. Uit dit onderzoek bleek dat de exemestaangroep langer ziektevrij was en een langere overleving had dan de patiënten in de tamoxifengroep.”

Hormoongevoelig

“Zo’n 60 tot 75 procent van de borsttumoren is hormoongevoelig, dat wil zeggen dat ze gevoelig zijn voor oestrogenen en onder invloed daarvan kunnen groeien”, legt arts-onderzoeker Janine van Nes (Heelkunde) uit. “Door zogenoemde antihormonen kan de groei geremd worden.” Tamoxifen is zo’n antihormoon. Het gaat op de hormoonreceptor van eventuele achtergebleven tumorcellen zitten en blokkeert daardoor nieuwe tumorgroei. Maar de blokkade van hormoonreceptoren door tamoxifen is niet volledig en tamoxifen heeft ook bijwerkingen. Daarom is onderzoek gedaan naar andere antihormonen, zoals aromataseremmers.

Het enzym aromatase is nodig voor de vorming van oestrogenen. Aromataseremmers blokkeren dus de vorming van het hormoon en werken daarmee een stap eerder dan tamoxifen. Aromataseremmers zijn overigens alleen te gebruiken door vrouwen die al in de overgang zijn geweest en bij wie de eierstokken dus niet meer functioneren. Van Nes: “Als vrouwen vóór de overgang een aromataseremmer krijgen zullen de eierstokken extra hard gaan werken om oestrogenen te produceren. Daarmee wordt de werking van het medicijn tenietgedaan.” Die laatste groep krijgt dus geen aromataseremmer maar tamoxifen.

Wereldwijd onderzoek

Naar aanleiding van de positieve resultaten met aromataseremmers bij patiënten met uitgezaaide borstkanker, zijn een aantal jaren geleden verschillende grote studies naar deze stoffen gestart. Een ervan is het TEAM-onderzoek (Tamoxifen Exemestaan Adjuvant Multicenter). Daarin krijgt één groep borstkankerpatiënten na chirurgie eerst tamoxifen, gevolgd door exemestaan, een aromataseremmer. De andere groep begint meteen met exemestaan. team wordt vanuit het LUMC gecoördineerd door Van de Velde. Het onderzoek is wereldwijd: naast de drieduizend Nederlandse patiënten zitten er ongeveer zevenduizend patiënten in uit onder andere Amerika, Frankrijk en Japan. Van Nes: “De meeste patiënten komen uit Nederland; dit is dan ook het grootste borstkankeronderzoek dat hier ooit is uitgevoerd. Aan het eind van dit jaar verwachten we de eerste resultaten van de studie.”

Lange termijn

Waarom krijgt eigenlijk niet iedereen direct een aromataseremmer, als die beter werkt? Van Nes: “Eigenlijk is pas in het recente artikel in The Lancetaangetoond dat de algehele overleving toeneemt door het gebruik van aromataseremmers. Verder weten we nog niet hoe het op de lange termijn gaat met vrouwen die aromataseremmers gebruiken. En er is een verschil in bijwerkingen. Zowel tamoxifen als aromataseremmers geven overgangsklachten. Tamoxifen verhoogt bovendien de kans op trombose, longembolieën en endometriumkanker (kanker van het baarmoederslijmvlies). Maar omdat deze aandoeningen vrij zeldzaam zijn, komen ze ondanks het verhoogde risico weinig voor.” Aromataseremmers daarentegen geven vaak spier- en gewrichtspijnen en ze lijken een verhoogde kans op osteoporose (botontkalking) te geven. Vrouwen na de overgang hebben toch al vaker last van botontkalking. Bovendien worden aromataseremmers nog niet zo lang gegeven en de bijwerkingen op langere termijn zijn dus nog onbekend. In het TEAM-onderzoek wordt daarom ook veel aandacht besteed aan de bijwerkingen van exemestaan.

Op maat

Zoals in zoveel takken van geneeskunde streeft men ook voor borstkankerpatiënten naar ‘therapie op maat’. Van Nes: “Het zou het mooiste zijn als je van tevoren kunt voorspellen op welke middel iemand het beste reageert. Daarom zoeken we in tumorweefsel naar voorspellende factoren. Een voorbeeld hiervan is de humane epidermale groeifactorreceptor HER2. Tumoren met een HER2-overexpressie hebben een slechtere prognose. We willen onderzoeken of deze tumoren beter op tamoxifen reageren of op exemestaan.”

TEAM krijgt ook een vervolg. Van Nes: “In het eerste deel van TEAM II onderzoeken we de optimale duur van hormonale therapie – in ons geval exemestaan – vóór de operatie. Zowel chemo- als hormonale therapie kunnen we namelijk voor en na de operatie geven. Vóór de operatie heeft het voordeel dat we dan nog kunnen zien of de tumor op de therapie reageert – na de operatie is de tumor weg en gaat dat dus niet meer. Bovendien wordt de tumor door de therapie kleiner.” Dat kan het verschil maken tussen een borstsparende operatie en een borstamputatie. Van chemotherapie, die maar een paar maanden duurt, is bekend dat voor of na de operatie toedienen geen verschil maakt voor de ziektevrije en algehele overleving en dat vooraf toedienen dus veilig is.

Aan TEAM IIa zullen ongeveer 400 vrouwen met hormoongevoelige borstkanker deelnemen. Van Nes: “We willen weten wat de optimale duur is van hormonale therapie vóór de operatie.” De patiënten zullen beginnen met drie dan wel zes maanden exemestaan vóór de operatie. Elke maand wordt de grootte van de tumor gemeten om te kijken of die reageert op de hormonale therapie. Om goed genoeg te kunnen meten, kunnen alleen patiënten met een tumor groter dan 2 centimeter meedoen. Bovendien moet de tumor in hoge mate gevoelig zijn voor hormonen. Om dat vast te stellen, onderzoekt de patholoog voor de start van de hormonale therapie een stukje tumorweefsel. Bij zeer hormoongevoelige tumoren is de kans bijna 100 procent dat de hormonale therapie aanslaat. Van Nes: “Er is dus geen reden om bang te zijn dat het uitstellen van de operatie een groot risico inhoudt.”

Botten

Ongeveer 2100 patiënten zullen deelnemen aan TEAM IIb. Daarbij gaat het om het voorkomen van uitzaaiingen naar de botten. “Ongeveer 30 procent van de borstkankerpatiënten krijgt uitzaaiingen, van wie 80 procent in de botten”, legt Van Nes uit. “Uit onderzoek is bekend dat door gebruik van bisfosfonaten patiënten minder uitzaaiingen in het bot krijgen. Het ging hierbij om het oudere middel clodronaat en andere bisfosfonaten, die via het bloed toegediend moeten worden. Deze therapieën hadden fl inke bijwerkingen. Nu is er een sterker bisfosfonaat beschikbaar: ibandronaat. Het middel heeft milde bijwerkingen en je hoeft er maar één pilletje per dag van te slikken, een half uur voor het ontbijt.” Ook in Amerika loopt een groot onderzoek naar de effectiviteit van dit middel.

Onlangs is nóg een onderzoeksprotocol goedgekeurd. Van Nes: “We weten dat borstkankerpatiënten die al vijf jaar tamoxifen hebben genomen hun ziektevrije overleving verlengen als ze nog een tijd doorgaan met een aromataseremmer. Maar hoe lang precies?” Dat gaan de onderzoekers vaststellen met het eveneens vanuit het LUMC gecoördineerde IDEAL-onderzoek. Van 2000 patiënten zal de ene helft na vijf jaar hormonale therapie nog tweeënhalf jaar doorgaan met een aromataseremmer, letrozol in dit geval. De andere helft neemt dat vijf jaar. Op die manier komen de onderzoekers ook meer te weten over bijwerkingen en effecten van de therapie op langere termijn.

Dit artikel is een publicatie van Cicero (LUMC).
© Cicero (LUMC), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 24 maart 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.