Je leest:

Bomen- en plantenverdelgers

Bomen- en plantenverdelgers

Auteur: | 5 december 2017
iStockphoto

Ook planten worden ziek. Net als mensen hebben planten last van vaatvernauwingen, gezwellen, verstoringen in de hormoonhuishouding en ‘schurft’. Vaak zijn het overdraagbare ziekten die veroorzaakt worden door microben zoals virussen, bacteriën en schimmels.

Er is een grote diversiteit aan plantpathogene schimmels en ook de ziekten die ze veroorzaken zijn zeer divers. Ze vormen niet alleen een bedreiging voor onze landbouw waar planten van dezelfde soort dicht bij elkaar staan en schimmelsporen zich gemakkelijk en snel kunnen verspreiden. Ook bomen en struiken die ons landschap sieren en vegetaties in natuurgebieden kunnen slachtoffer zijn.

De iepenziekte

Een bekend voorbeeld is de iepenziekte die begin vorige eeuw opdook en zich verspreidde over West-Europa en Noord-Amerika. Alleen al in Nederland werden toen meer dan 700.000 iepen het slachtoffer en in de Verenigde Staten zijn bijna alle iepen geveld. De schimmel Ophiostoma ulmi groeit in de houtvaten (het xyleem) van de iep, deze raken daardoor verstopt, het watertransport blokkeert en de iep verwelkt en gaat dood.

De schimmel produceert kleverige sporen die blijven plakken aan de pootjes en beharing van de iepenspintkever. Jonge kevers vliegen uit en nemen de sporen mee. Zo gebruikt de schimmel de kever voor verspreiding en om nieuwe infecties te veroorzaken. De kevers boren zich in de schors van een gezonde iep en brengen de sporen op een plek waar ze gaan kiemen. Zo kan de schimmel gemakkelijk de houtvaten bereiken. Iepenziekte staat ook bekend als Dutch elm disease vanwege de ontdekking in Nederland door vrouwelijke wetenschappers onder leiding van Johanna Westerdijk.

Schimmels kunnen massale bomensterfte veroorzaken.

Essen in nood

Een ander voorbeeld is essentaksterkte, een ziekte die momenteel sterk in opmars is in Europa en waaraan vooral jonge essen bezwijken. De schimmel genaamd het vals essenvlieskelkje (Hymeno­scyphus fraxineus), is een invasieve soort afkomstig uit Azië die voor het eerst in 1995 in Europa is aangetroffen. De meeste essen zijn gevoelig voor essentaksterfte en toen het vals essenvlieskelkje in Europa arriveerde, vond hij vele gewillige slacht­offers en verspreidde zich razendsnel. In de kelkvormige vruchtlichamen worden grote aantallen sporen gevormd die met de wind meewaaien. De schimmel tast de bast aan en de cellaag daaronder (het cambium) met als gevolg verstoring van de sapstroom en verdorde takken. Hoe deze invasieve soort vanuit Azië Europa bereikt heeft is niet bekend maar waarschijnlijk is het een gevolg van menselijk handelen.

Aardappelziekte

Het wereldwijde transport van levend plantenmateriaal vormt een groot risico. De eerste zieke aardappelplanten die in 1845 de voorbode waren voor een epidemie die culmineerde in de Ierse hongers­nood, werden aangetroffen in de omgeving van Oostende, een havenstad in België waar boten aanmeerden met vracht afkomstig uit de Nieuwe Wereld. Phytophthora infestans, de veroorzaker van de aardappelziekte, liftte mee met die vracht, ging aan land en bereikte binnen acht maanden Ierland. Evenals het vals essenvlieskelkje trof Phytophthora vele gewillige slachtoffers aan, zeer gevoelige aardappelrassen die snel afstierven. Het weer in dat jaar was gunstig voor Phytophthora en de miljarden sporen zorgden voor een snelle verspreiding.

Kastanjekanker

Wanneer een ziekteverwekker ontsnapt uit zijn oorsprongsgebied en terechtkomt in een omgeving waar veel gevoelige gastheerplanten groeien, is er een grote kans op een epidemie. Bij de aard­appelziekte verliep die epidemie heel snel. Binnen één jaar werden bijna alle aardappelvelden in West-Europa ziek en kon er niet geoogst worden. Bij boomziekten gaat dit vaak wat geleidelijker, niet zozeer omdat de sporen zich minder goed zouden verspreiden maar omdat het meerdere jaren kan duren voordat een aangetaste boom sterft.

Kastanjekanker: de gele vruchtlichamen van de schimmel Cryphonectria parasitica zijn zichtbaar op een Amerikaanse kastanjeboom.
Joseph O’Brien, USDA Forest Service, Bugwood.org

In 1904 werden in New York voor het eerst zieke kastanjebomen aangetroffen. Ze waren geïnfecteerd met Cryphonectria parasitica, een schimmelsoort afkomstig uit Azië. In 1940 had kastanjekanker zich verspreid tot in de staat Alabama en geleidelijk zijn alle kastanjebomen in de Appalachen ten onder gegaan. De majestueuze boom die het landschap domineerde is helemaal verdwenen. Ook deze schimmel tast de bast en het cambium aan met alle gevolgen van dien. Rondom de aantasting zwelt het weefsel op en doet de boom een poging om de infectie te stoppen. Deze afweerreactie lijkt op een kankergezwel, vandaar de naam kastanjekanker.

Waterschimmels

Plantpathogenen komen wijdverspreid in het schimmelrijk voor en zelfs daarbuiten. De aard­appelziekte wordt hierboven gemakshalve onder de noemer gevat van schimmelziekten. Dat is niet terecht. Phytophthora behoort tot de waterschimmels of oömyceten. Deze lijken sterk op schimmels; ze groeien als mycelium en vormen sporen voor hun voortplanting, maar ze hebben geen evolutionaire verwantschap met schimmels. Vroeger maakten de oömyceten onderdeel uit van het schimmelrijk maar in de huidige classificatiesystemen, gebaseerd op verschillen en overeenkomsten in DNA, zitten de oömyceten in een geheel andere tak van de tree of life.

De overeenkomst in vorm en ecologische niche van plantpathogene schimmels en oömyceten is een voorbeeld van convergente evolutie. Ook de verschillende mechanismen die beide groepen gebruiken om hun gastheer aan te vallen en te koloniseren zijn zeer vergelijkbaar en net als schimmels zijn oömyceten enorm divers en schadelijk. Zo lijken de eiken in het westen van de vs eenzelfde lot beschoren als de kastanjebomen in het oosten maar dan ten gevolge van een waterschimmelepidemie.

Eikensterfte

De ziekte Sudden Oak Death werd zo’n twintig geleden voor het eerst aangetroffen in Californië. De veroorzaker is Phytophthora ramorum, die nu verspreid over de gehele westkust voorkomt en die veel plantensoorten, met name bomen en struiken, als gastheer heeft. Op sommige plantensoorten is het pathogeen latent aanwezig en veroorzaakt slechts milde symptomen. Andere soorten gaan onherroepelijk dood. Op luchtfoto’s is de massale sterfte zichtbaar als bruine plekken in de groen beboste gebieden. Zo ook in Engeland waar sinds 2009 Ramorum disease heerst waardoor lariksen, een naaldbomensoort, in het hele land ten dode opgeschreven zijn.

De pathogenen die iepenziekte, essentaksterkte, kastanjeziekte en aardappelziekte veroorzaken hebben een nauwe waardplantenreeks: ze gedijen op slechts één plantensoort of een paar verwante soorten. Dit in tegenstelling tot Phytophthora ramorum met zijn brede waardplantenreeks.

Preventie en burgerinitiatieven

Het bestrijden van plantenziekten in het landschap of in natuurgebieden vormt een grote uitdaging. Er zijn vaak geen effectieve bestrijdingsmiddelen en bovendien is grootschalige bespuiting in een natuurgebied of stadspark ongewenst. De enige manier is preventie, dat wil zeggen aangetaste bomen vernietigen en alles in het werk stellen om verspreiding tegen te gaan. Belangrijk daarbij is dat het publiek goed geïnformeerd wordt. Burgers kunnen de autoriteiten helpen met het opsporen van nieuwe brandhaarden en door bewust handelen, zorgen dat het pathogeen zich niet verder verspreidt.

Waarschuwingsbord van de Forest Service in Noord-Ierland met informatie en instructies. Duizenden geïnfecteerde Japanse lariksen, een bladverliezende coniferensoort, zijn gekapt na een uitbraak van Phytophthora ramorum.
Imageselect, Wassenaar

Burgers kunnen echter ook tegendraads zijn en juist in opstand komen als bomen gekapt worden omdat ze ziek zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de rode beuk in het Wilhelminapark in Utrecht. Deze boom, bijna 170 jaar oud, is ziek en bloedt. Hier is weer een andere Phytophthora soort in de weer, Phytophthora plurivora die pas sinds 2009 bekend is en het vooral op beuken gemunt heeft. Het boek Beukenbloed, tot stand gekomen met crowdfunding, beschrijft de historie van de beuk en zijn warme band met de burgers. Op zijn eigen Facebook pagina (Rode Beuk Utrecht-Oost) vertelt de beuk over zijn teloorgang door de ziekte en de behandelingen die hij krijgt.

Om onze essen te behouden is onlangs een oproep gedaan aan burgers om mee te helpen in de zoektocht naar essen die resistent zijn tegen essentaksterfte. Het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (cgn) wil zo resistent uitgangsmateriaal in handen krijgen dat na toetsing en vermeerdering gebruikt kan worden voor nieuwe aanplant.

Lees het volgende artikel van het thema ‘Schimmels’

Belagers van het dierenrijk

Hans de Cock
Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 december 2017

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.