14 maart 2019

“Het gaat al jaren niet goed met de grutto. Uit onderzoek van Rijksuniversiteit Groningen van 22 februari 2019, blijkt dat vooral de vrouwtjesvogels het zwaar hebben. De vrouwtjes grutto’s zijn namelijk zwaarder dan de mannetjes en hebben meer eten nodig. Met name in grutto nesten rondom gebieden met intensieve landbouw, redden de jonge vrouwtjes het vaak niet. Al eerder verscheen op NEMO Kennislink een publicatie over de verhouding tussen landbouw en biodiversiteit.”

Je leest:

Boeren naast of met de natuur?

Boeren naast of met de natuur?

Auteur: | 6 november 2018
iStockphoto

Op verschillende schalen en verschillende manieren is geprobeerd om boeren te belonen voor het beschermen van bijvoorbeeld nesten van weidevogels. Al die inspanning ten spijt, is de achteruitgang van de biodiversiteit op het boerenland er nog niet mee gestopt. Sterker nog: de stand van bijvoorbeeld onze nationale vogel, de grutto, blijft jaar op jaar alleen maar verder achteruitgaan. Alleen een integrale verandering van het boerenland zal een verschil maken, stelt ecoloog Louise Vet.

De nieuwe term ‘natuurinclusieve landbouw’ komt in plaats van strategieën die de afgelopen jaren zijn ingezet om de biodiversiteit in het boerenland te beschermen, doorgaans onder de noemer ‘agrarisch natuurbeheer’. Op verschillende schalen en verschillende manieren is geprobeerd om boeren te belonen voor het beschermen van bijvoorbeeld nesten van weidevogels. Op een nest van een grutto of een kievit werd in eerste instantie simpelweg een prijs geplakt, die een boer kon toucheren zodra er zo’n nest op zijn land werd gevonden. Of die eieren uitkwamen, laat staan of de jongen ook succesvol uitvlogen werd in dat beloningssysteem niet meegewogen.

Natuurbescherming belonen

De eerste bedenkingen bij dat wat al te simpele systeem van ‘beloning voor natuur’ leidden ertoe dat niet langer individuele boeren, maar alleen grotere collectieven van boeren, de Agrarische Natuurverenigingen, met een samenhangend plan voor een groter gebied voor subsidie in aanmerking kwamen. Er werden door de overheden verschillende zogenoemde ‘pakketten’ bedacht, variërend van een beetje beloning voor het iets later maaien ten behoeve van de weidevogels, via meer beloning voor het fors later maaien, tot een serieuze beloning voor het onder water zetten van stukken land ten behoeve van de natuur.

De overheid moet alternatieven faciliteren.

Al die inspanning ten spijt, is de achteruitgang van de biodiversiteit op het boerenland er nog niet mee gestopt. Sterker nog: de stand van bijvoorbeeld onze nationale vogel, de grutto, blijft jaar op jaar alleen maar verder achteruitgaan. Van verschillende kanten wordt gewezen naar de vos, de buizerd, de steenmarter en andere zogeheten predatoren als boosdoeners.

“Maar dat is toch te simpel gedacht”, zegt Louise Vet, hoogleraar Evolutionaire Ecologie aan de Wageningen Universiteit. “In een gezond ecosysteem horen predatoren erbij. In een gezond en biodivers ecosysteem heb je veel kleine interacties tussen veel soorten. Dat maakt het systeem als geheel stabiel. In een uitgekleed soortenarm systeem heb je te maken met sterke interacties tussen de resterende paar soorten en dan gaat het fout. In het huidige agrarisch landschap vinden predatoren nauwelijks iets te eten; of het moet toevallig een jaar met veel veldmuizen zijn. De rovers storten zich dan ook massaal op de schaarse gebieden waar nog wel weidevogels voorkomen: in de reservaten of op de landerijen van welwillende boeren. Het lijkt er dan ook op dat een succesvolle aanpak van de problemen met weidevogels en de verdere biodiversiteit op het boerenland niet beperkt kan blijven tot alleen maar een reservaat hier of een biologisch bedrijf daar. Alleen een integrale verandering van het boerenland zal een verschil maken.”

Aan de rand van de A9 bij Ouderkerk zet boer Jan Geijsel ieder voorjaar zijn land onder water om weidevogels welkom te heten.
Rob Buiter, Heemstede

Met steun van de overheid

Tegelijk moet Vet erkennen dat er ook onder het nieuwe fenomeen natuurinclusieve landbouw nog geen stevig wetenschappelijk fundament ligt. “Het is te makkelijk om het ‘Deltaplan Biodiversiteit’ af te doen als een manier om meer onderzoek te kunnen doen. Tegelijk moeten we erkennen dat er nog veel onbekende variabelen zijn. De verdroging en de vermesting, de overmaat aan gewasbeschermingsmiddelen, veel drukfactoren zijn wel bekend, maar veel andere nog niet. Maar behalve aan onderzoek moeten we ook werken aan concrete maatregelen om de natuur op het platteland te stimuleren. Dat kan niet zonder de overheid. Met bijvoorbeeld de mestinjectie, wat een maatregel was om de stikstofuitstoot te beperken, hebben we het paard achter de wagen gespannen. Het direct injecteren van mest in de bodem is de pest voor de biodiversiteit, dat is nu wel duidelijk. Maar we zitten wel met wetgeving die dat nog steeds verplicht.”

Vet ziet de rol van de overheid echter vooral in het faciliteren van goede alternatieven, het steunen van de voorlopers en dan daaraan de wet- en regelgeving aanpassen. “De bestuursstructuur is aan het kantelen. Initiatieven komen nu van onderaf. Met coalities van allerlei partijen – boeren, markt, wetenschappers, natuurorganisaties – worden nieuwe wegen ingeslagen. Daar worden de nieuwe regels opgesteld. Daarna pas de overheid. Dat is een beetje wennen voor ze.”

Vet heeft wat dat betreft haar hoop gevestigd op de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, die volgens de diverse opiniepeilers de populairste is uit het huidige kabinet. “Na de oorlog heeft Mansholt een onuitwisbaar stempel gezet op de landbouw van die tijd. Ik zou het geweldig vinden als Carola Schouten, een nieuw tijdperk zal inluiden. Zij kan, met veel begrip voor de boeren, dit proces als geen ander faciliteren. In haar tijd kan de landbouw weer aantrekkelijk worden, voor de boeren en voor de maatschappij. Want laten we wel wezen, als agrarisch ondernemer word je er op een gegeven moment ook wel helemaal zat van als je steeds als de boeman wordt gezien die de natuur naar de knoppen helpt.”

Botsingen in de polder

In het onderzoek naar de natuur op het boerenland speelt de Rijksuniversiteit Groningen al jaren een centrale rol. Onder leiding van hoogleraar trekvogelecologie professor Theunis Piersma, wordt in Zuidwest-Friesland al vele jaren onderzoek gedaan naar de grutto en andere weidevogels.

“Eigenlijk weten we inmiddels wel hoe we de grutto kunnen beschermen”, zegt de veldcoördinator van dat onderzoek, Jos Hooijmeijer. “Weidevogels hebben behoefte aan voldoende nat land in het vroege voorjaar, met een bodem die slap genoeg is om met hun lange snavels naar wormen te kunnen prikken, en voldoende insecten om in het voorjaar hun kuikens mee te kunnen voeren. Boven alles hebben ze behoefte aan voldoende tijd om hun eieren uit te broeden en hun kuikens groot te brengen, zonder dat er om de zoveel weken een brede maaimachine over het land raast om het snelgroeiende gras te oogsten.”

Onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen aan weidevogels in ZuidwestFriesland.

Rob Buiter, Heemstede

De onderzoekers van de RUG werken al vele jaren samen met welwillende boeren die de onderzoekers op hun land verwelkomen en die ook rekening houden met de weidevogels. Maar nu de spreekwoordelijke klok op één minuut voor twaalf staat komen er ook scheuren in die coalitie.

“We zien op steeds meer plaatsen dat boeren en weidevogels niet meer samen lijken te kunnen gaan. Waar de boeren nog wel rekening willen houden met de vogels, worden de kuikens in de loop van het seizoen één voor één opgeruimd door de predatoren die elders op het boerenland geen eten meer kunnen vinden. Zelfs op plaatsen waar de vogels uit lijken te vliegen, laat ons zenderonderzoek zien dat ze in de weken daarna alsnog worden gepakt door predatoren. Er moet snel iets heel drastisch veranderen, anders hoeft het in ieder geval voor de grutto niet meer. De populatie van West-Europese grutto’s is voor meer dan driekwart van Nederland afhankelijk om te kunnen broeden. In het tempo waarin hun aantallen nu achteruitgaan heeft de laatste grutto binnenkort het licht uitgedaan.”

Vrouwtjes de klos

Uit verder onderzoek van de RUG naar de gruttopopulatie in Nederland, blijkt dat vooral vrouwtjesgrutto’s vaak niet oud worden. De meest voor de hand liggende verklaring is dat er niet genoeg voedsel is. Met name rondom gebieden waar intensieve landbouw wordt bedreven, halen jonge gruttovrouwtjes het niet. Omdat vrouwelijke kuikens groter zijn, hebben ze meer voedsel nodig. Wanneer dat voedsel ontbreekt, sterven zij dus eerder dan de mannetjes.

De verstoorde sekseverhouding is een groot risico voor de vogels. Grutto’s zijn namelijk monogaam, dus een daling in aantal vrouwtjes zorgt ook voor een grote daling in jongen.

Lees het volgende artikel van het thema ‘Natuur in Nederland’

Nationaal natuurnetwerk: biodiversiteit als schild tegen klimaateffecten

Rob Buiter
Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 november 2018

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.