Je leest:

‘Boeren besparen geld met gentechnologie’

‘Boeren besparen geld met gentechnologie’

Tien jaar biotechnologie onder de loep

Auteur: | 7 december 2010

Gentechnologie wordt overal ter wereld gebruikt, maar in Europa discussiëren we al ruim tien jaar over de gevaren en het nut ervan. Zijn de argumenten van toen nog even sterk als nu? Voorstanders van gentechnologie zeggen dat boeren er financieel op vooruitgaan. Greenpeace vindt van niet. Onzin of waarheid? Deel twee uit de serie “Tien jaar biotechnologie onder de loep”.

Grootse, wijde velden sieren in de Verenigde Staten het landschap. In sommige staten, zoals Minnesota, groeit tot aan de horizon maïs en katoen; en sinds 1995 gebruiken boeren daar steeds vaker genetisch veranderde versies van. In de gemodificeerde planten zit het zogenaamde Bt-gen. Dat gen maakt een eiwit aan welke giftig is voor rupsen van de Europese maïsboorder. Rupsjes die blaadjes van de Bt-plant eten, zijn binnen een dag of twee dood. Zo voorkom je schade aan het gewas. Het Bt-eiwit zelf staat bekend als een veilig bestrijdingsmiddel en veel biologische boeren gebruiken het nog steeds. Maar nu het via genetische modificatie bij planten is ingebouwd, zijn de poppen aan het dansen.

Leveren sommige soorten gentechnologie geldbesparingen op?

De argumenten

De meeste genetisch veranderde planten zijn, zoals het voorbeeld hierboven, tot dusver vooral bedoeld om het boerenleven te vergemakkelijken. Biotechbedrijven en veel wetenschappers stellen dat dat goed werkt.

Organisaties als Greenpeace vinden het tegenovergestelde. Op hun website staat dat boeren uiteindelijk verlies draaien wanneer ze in zee gaan met gentechnologie. Boeren die genetisch veranderde gewassen willen verbouwen, betalen meer voor hun gentechzaden en sproeien ook nog eens vaker met bestrijdingsmiddelen. Allemaal extra kosten voor niets, aldus de organisatie op hun website. Greenpeace lijkt zich op hun website daarbij vooral te baseren op de verliezen van boeren in ontwikkelingslanden zoals India.

Geld besparen? Zeker!

Voorlopig blijven we nog even in de Verenigde Staten, en voor het gemak bij het voorbeeld uit de intro: de Bt-gewassen. Spuiten Amerikaanse boeren die Bt-gewassen verbouwen meer gif? Nee. Ze gebruiken minder pesticiden dan voorheen, blijkt uit het Amerikaanse overheidsrapport Adoption of Bioengineered Crops uit 2002, waarin meerdere veldstudies van Amerikaanse boerderijen naast elkaar zijn gelegd.

Minder bestrijdingsmiddelen sproeien levert ook extra gemak op voor boeren, blijkt uit het rapport. Wanneer je rupsen met insectengif wilt bestrijden, moet je dat bijvoorbeeld precies op tijd doen: een dag te laat en je gewassen lijden al schade. Met Bt-gewassen, waarbij het – overigens voor mensen onschadelijke – insectengif gewoon in de plant zelf zit, heb je dat probleem niet. Zodra de rups begint met eten, gaat hij langzaam dood. Plus, de boeren kopen en gebruiken minder gif. Greenpeace’s argument dat je door genetisch veranderde gewassen meer gif zal gebruiken, gaat hier dus niet op.

Het gebruik van gentechvelden naast gewone velden levert economische voordelen op, bleek eerder dit jaar.

Maar hoe zit het dan met de inkomsten van de boer? Voor Amerikanen die Bt-gewassen verbouwen zijn die alleen maar gestegen. Eerder dit jaar, in het vooraanstaande blad Science, analyseerden William Hutchinson en andere wetenschappers de economische impact die meer dan tien jaar aan Bt-maïs in de VS heeft opgeleverd. Het resultaat: sinds de invoering van Bt-maïs zijn de kosten om plaaginsecten te bestrijden drastisch afgenomen; voor iedereen. Dat komt vooral doordat er akkers gewone maïs en Bt-maïs naast elkaar groeien, waardoor plaaginsecten moeite hebben om zich aan te passen.

Maar dit succesverhaal is er slechts één en wanneer Greenpeace het heeft over economische nadelen van genetische modificatie voor boeren – legt woordvoerder Herman van Bekkem aan mij uit – ligt de nadruk vooral op kleine boeren in ontwikkelingslanden. En het grote voorbeeld waar gentechnologie volgens Greenpeace misging is India.

Bt-gewassen in India

En biologische landbouw dan?

Een alternatief voor chemicaliën is biologische landbouw, wat ook geld bespaart. Maar wetenschappers betwijfelen of honderd procent biologisch boeren wel slim is. We gaan hier in dit artikel niet verder op in, want we vragen ons in dit artikel af: levert Bt-katoen economische voordelen op?

Uit Indiaas proefveldonderzoek van rond de eeuwwisseling bleek dat de opbrengst van Bt-katoen tot maar liefst zestig procent hoger kan liggen dan dat van gewoon katoen. Ook op Indiase grond lijkt er dus potentie voor Bt-katoen en als er iemand voordeel kan hebben van extra opbrengst, dan zijn het wel de arme boeren in India; die spoten toentertijd nog steeds met gevaarlijke chemicaliën.

De Indiase overheid keurde Bt-zaden aanvankelijk niet goed. Maar een illegale aanplanting van enkele akkers Bt-katoen in de provincie Gujarat bleef – in tegenstelling tot ‘gewone’ akkers – ondanks plaaginsecten toch overeind en veel Indiase boeren zagen er de voordelen wel van in, schreef Indiase wetenschapsjournalist Killugudi Jayaraman in Nature Biotechnology in 2001. Na een boerenprotest vóór Bt-katoen ging het hek van de dam.

Inmiddels wordt in groot aantal Indiase regio’s veel Bt-katoen verbouwd. Gentechgigant Monsanto verkoopt de zaden. Maar de boeren? Moeten zij daar financieel op inleveren, zoals Greenpeace zegt?

Wisselende winst

Het antwoord is ook hier: nee. Haast elk onderzoek in wetenschappelijke tijdschriften rapporteert gemiddeld genomen winst voor de Indiase boeren. Ook spuiten de boeren inmiddels – nadat aanvankelijke misverstanden over hoe Bt-katoen werkt uit de weg zijn geruimd – vrijwel allemaal minder gif over hun akker. Een recent voorbeeld van zo’n onderzoek is het overzicht van Matin Qaim in het tijdschrift Journal of Development Studies. Qaim volgt al bijna tien jaar de inzet van Bt-katoen in India en ondanks de tegenvallers voor enkele boeren lijkt de impact op de gehele Indiase landbouw vooral positief te zijn.

Het succes van Bt-katoen hangt van veel factoren af, schrijven wetenschappers. Je lost niet alle problemen op met gentechnologie; dat levert in de ergste gevallen tegenvallende resultaten op.

Het lijkt echter lastiger om in wetenschappelijke tijdschriften een kritisch tegengeluid te vinden. De meest veelzeggende die ik tegenkwam, is een studie in het tijdschrift Journal of Agrarian Change, waar Greenpeace overigens ook vaak naar verwijst. Daarin ontmantelt wetenschapper Dominic Glover verschillende onderzoeken die te positief over de winst door Bt-katoen hebben bericht. Glover erkent dat er gemiddeld gezien winst is te bespeuren, maar hij vindt dat Qaim en zijn collega’s hun cijfers teveel baseren op arme boeren in één Indiase provincie, waar omstandigheden zoals watervoorziening goed zijn. Dat levert een scheef plaatje op, aldus Glover. Onder meer Qaim zou dus expres gezonde akkers uitkiezen, waardoor zijn steekproef altijd positief uitpakt.

Qaim weerlegt die uitspraak, schrijft hij in een e-mail. Glover negeert in zijn studie namelijk Qaims werk waarin hij ruim driehonderd kleine en arme boerderijen onderzocht, verspreid over vier totaal verschillende provincies. Uit dat onderzoek blijkt dat sommige arme boeren inderdaad verlies lijden, ondanks het feit dat ze Bt-katoen verbouwen.

Volgens Qaim is dat echter vanzelfsprekend: je kunt in een complex ontwikkelingsland niet verwachten dat één technologie wonderen verricht. Boeren hebben namelijk meer problemen, zoals watervoorziening of te weinig werkkracht. Maar deze problemen staan strikt genomen los van de gentechnologie zelf, die in principe – zij het bescheiden en op lang niet alle probleemgebieden – hulp kan bieden. En ook uit deze cijfers van Qaim blijkt gewoon weer: gemiddeld gezien betekent Bt-katoen winst, zelfs voor de allerarmste boeren.

De getallen op een rijtje: Indiase Bt-boeren verdienen jaarlijks gemiddeld 5,294 roepies, conventionele boeren daarentegen 3,133 roepies, en ze spuiten minder gif: zo’n 2 kilo per akker, vergeleken bij 4 kilo voor gewone boeren.

De wanhoop nabij

Bt-katoen levert dus voordelen op, alleen verhinderen de geld- en andere landbouwproblemen van sommige boeren dat ze daar uiteindelijk profijt van hebben. Eigenlijk zouden deze boeren dus eerst deze problemen moeten aanpakken, voordat ze meteen grijpen naar oplossingen als Bt-zaden. Heeft het dan wel nut voor deze boeren om hun toevlucht in Bt-gewassen te zoeken?

Katoen vertegenwoordigt India’s belangrijkste bron voor kleding, ook voor export.

Greenpeace-woordvoerder Herman van Bekkem zegt daarover het volgende: “Boeren hebben in India geen keuze: het is gentech of gentech.” Van Bekkem baseert zich hierbij op de woorden van Indiase fysicus en activiste Vandana Shiva. Shiva zei onlangs dat 95% van de zadenmarkt in handen is van Monsanto.

De cijfers van het Indiase Bureau voor de Statistiek – zeg maar het CBS van India – schetsen echter een ander verhaal: oké, boeren die genetisch veranderde Bt-zaden willen kopen, hebben inderdaad geen keus: zij moeten de dure zaden van Monsanto kopen. Echter iedereen die normale katoen wil aanplanten, kan dat gewoon kopen. De traditionele Indiase handelaren zoals Navbharat en Rasi verkopen namelijk naast Monsanto’s Bt-zaad ook gewoon de traditionele, gentechvrije zaden.

Indiase boeren kunnen dus wél zelf kiezen. Dat ze soms dan toch onnodig Bt-zaden kopen ligt dus aan iets anders. Een andere mogelijke verklaring ligt misschien in de documentaire ‘Een steuntje in de rug’ van Frans Bromet. Daarin valt te zien hoe weinig Indiase boeren over hun eigen vak weten en hoe ze regelmatig worden opgelicht door landgenoten die landbouwproducten verkopen. Zo durft de Indiase winkelier zelfs gif aan te smeren dat al jaren niet meer werkt; en dat doet hij vooral bij boeren die de wanhoop nabij zijn.

Te simpel

De constatering van Greenpeace dat gentechnologie boeren armer maakt lijkt dus wat te kort de bocht. Wie de cijfers bekijkt ziet dat geldverlies van boeren samenhangt met een veel bredere problematiek. Het is logisch dat een arme boer met waterproblemen net zo weinig heeft aan Bt-katoen als aan een tractor. Maar andere arme boeren, met bijvoorbeeld betere toegang tot water, plukken er wel degelijk de vruchten van.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink, en hoort bij het thema Voedsel produceren op Biotechnologie.nl.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 07 december 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.