Je leest:

Boekrecensie – de kunst van het scoren

Boekrecensie – de kunst van het scoren

Auteur: | 22 mei 2006

Hoe neem je de ideale vrije trap? Welke speler legt per wedstrijd de grootste afstand af? Hoe kan een team een strafschoppenserie winnen? Theoretisch natuurkundige én voetbalfanaat Ken Bray doet in de kunst van het scoren de wetenschap van voetbal uit de doeken.

Bray’s boek is (gelukkig!) geen wetenschappelijk verantwoorde handleiding voor de beginnende voetballer. Wel vinden we veel nuttige weetjes voor de nabeschouwing. Oranje’s favoriete onderwerp, de strafschop, komt ook aan bod. In principe onhoudbaar, in de praktijk o zo lastig – Bray legt gedreven uit hoe psychologische oorlogsvoering een gegarandeerde goal kan veranderen in een kansloze misser.

In zijn boek belicht Bray voetbal vanuit de natuurkunde, biologie, fysiologie, computerkunde en psychologie, zonder de lol van het spel zelf uit het oog te verliezen. Op Kennislink een voorproefje van Bray’s handboek, uit het hoofdstuk ‘Terug naar de basis: schieten, koppen en gooien’.

De kunst van het scoren wordt in de Nederlandse vertaling van Wybrand Scheffer uitgegeven door Uitgeverij Thomas Rap en ligt voor 18,90 euro in de boekhandel. Gebonden, 255 pagina’s Met illustraties Verschenen: april 2006

Net als bij het schieten met de wreef bestaan er verschillende technieken om de bal bij een inworp snelheid mee te geven. De meeste spelers nemen het liefst een aanloop, waarna de bal wordt gegooid terwijl beide voeten naast elkaar worden gezet. De echte specialisten van de verre inworp hebben echter een voorkeur voor het achter elkaar zetten van de voeten, omdat dan een groter deel van de bij de aanloop opgebouwde snelheid in de worp kan worden gelegd.

Er bestaat ook nog een spectaculair alternatief voor deze traditionele manieren van ingooien, en daarmee worden bovendien grotere balsnelheden bereikt. De uitvoerder daarvan moet wel een handstand-overslag beheersen. Deze techniek komt vooral voor in vloeroefeningen bij het turnen: de sporter neemt een aanloop, zet beide handen op de grond, maakt een complete omwenteling en landt weer op zijn voeten. Bij de handstand-inworp wordt precies dezelfde beweging gemaakt, maar de rotatie vindt plaats nadat de stevig tussen twee handen geklemde bal na de aanloop op de grond wordt geplaatst. Doordat nu niet, zoals bij de conventionele inworp, alleen het bovenlichaam maar het hele lijf een draaibeweging maakt, kan de bal veel grotere snelheden bereiken.

Flip toss, uitgevoerd door Brooke Thulin van Brigham Young University, VS. bron: Michael Brandy, Deseret MorningNews

Onderzoek naar deze techniek (Messier en Brody, 1986) wees uit dat de gemiddelde balsnelheid bij een conventionele inworp ongeveer 18,1 meter per seconde was, en bij de handstand-ingooiers 23 meter per seconde. Deze techniek is dus heel effectief voor het zo hard mogelijk gooien van de bal, maar is desalniettemin nergens in Europa tot gemeengoed uitgegroeid. Dat komt wellicht doordat het veld ter hoogte van de zijlijn zelden voldoende groep en ruimte biedt om deze techniek veilig te kunnen uitvoeren.

Zie verder

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 22 mei 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.