Je leest:

Bloeddorstige vleeseter toch kwetsbaar

Bloeddorstige vleeseter toch kwetsbaar

Auteur: | 30 september 2004

Als we ver terug in de tijd gaan, 50 miljoen jaar geleden, dan zien we dat grote vleesetende zoogdieren het eerst goed doen, waarna ze vrij snel weer uitsterven. De uitgestorven zoogdieren worden weer vervangen door andere bloeddorstige killers maar deze leggen na 10 miljoen jaar ook weer het loodje. Wetenschappers bieden nu een verklaring: ‘wat goed is voor het individu – zelf groot worden en op grote prooien jagen – is slecht voor de soort’. Want grote killers zijn kwetsbaarder voor uitsterven.

De geschiedenis van de grote roofzoogdieren – vanaf 7 kilogram – is er een van komen en gaan. Iedere keer leek er voor de oerhond, oerkat of oerhyena steeds weer dezelfde rol vastgelegd: die van bloeddorstige killer. Maar telkens stierf de ene groep killers uit om vervolgens door een andere groep roofdieren te worden vervangen. Het is moeilijk uit te leggen dat een voormalig succesvolle groep steeds weer uitsterft. Maar de Amerikaanse wetenschapper Blaire van Valkenburgh geeft in Science van deze week een uitleg.

Een artistieke reconstructie van een oerhyena ( Epicyon haydeni) uit de groep van de Borophaginae die op het punt staat een uitgestorven oerkameel te doden. Tekenaar is Mark Hallett, hij won in 2002 de John J. Lanzendorf PaleoArt Award, copyright National Geographic klik op de afbeelding voor een grotere versie

Van Valkenburg en collega’s onderzochten de fossielen van Noord Amerikaanse wolfachtigen ( Canidae) waartoe ook de nu levende wolven, vossen alsook onze trouwe viervoeters behoren. Ze bekeken fossiele schedels en kaken van verschillende uitgestorven wolfachtigen ( Hesperocyoninae en Borophaginae) om te achterhalen wat voor leefwijze de dieren erop na hielden. Want onder deze twee uitgestorven groepen zaten oerhonden variërend in grootte van een huiskat tot een grote beer. Sommigen waren alleseters terwijl anderen echte bloeddorstige killers waren die joegen op prooien dikwijls groter dan zijzelf. Door naar de vorm en de grootte van de tanden te kijken, en naar de diepte van de kaken is goed te bepalen of je te maken hebt met een alleseter of zelfs een bijna vegetariër of juist een rasechte killer. Rasechte killers hebben scherpe en grote hoektanden en hun kiezen zijn messcherp om makkelijk vlees los te scheuren van de botten. Een kies van een alleseter is veel meer gemaakt om mee te malen. Ook hebben supervleeseters over het algemeen diepere kaken ten opzichte van de kaaklengte. Dit stelt ze in staat om een grotere kracht te leveren bij het verslinden van grote prooien.

Twee gereconstrueerde uitgestorven Noord Amerikaanse wolfachtigen, Archaeocyon leptodus (kleinste) en Epicon haydeni (grootste). Dit voorbeeld laat de trend zien dat wolfachtigen stees groter en bloeddorstiger werden. Tekenaar Blaire van Valkenburg, Copyright Science klik op de afbeelding voor een grotere versie

Van Valkenburg bekeek het fossiele archief van 50 miljoen jaar geleden tot aan 2 miljoen jaar terug en zag een duidelijk dat in beide groepen uitgestorven wolfachtigen de lichaamsgrootte gigantisch toenam. De dieren evolueerden in 25 miljoen jaar tijd tot wel 2 tot 6 keer zo groot. Wat verder opviel was dat naarmate er meer grote dieren ontstonden de kleinere soorten verdwenen. Door middel van statistische analyses maakt Van Valkenburg hard dat grote dieren evolueerden in vraatzuchtige vleeseters die er niet voor terugdeinsden om prooien te verschalken die groter zijn dan zijzelf. De toenemende lichaamsgrootte evolueerde tegelijkertijd met het doden en opeten van grote prooien.

Dat zoogdieren gedurende de evolutie steeds groter werden is een algemeen geziene trend en wordt ook wel Cope’s rule genoemd. Als verklaring dragen biologen aan dat een grotere lichaam veel voordelen met zich meebrengt. Als je groot bent ben je minder kwetsbaar voor roofdieren of kun je juist makkelijker prooien vangen. Nog een belangrijk punt is dat je efficiënter met je lichaamswarmte om kan gaan. Want hoe groter je bent hoe minder snel je afkoelt vanwege een gunstigere oppervlakte-inhoud ratio. Anders gezegd, grote dieren hebben meer binnenkant en minder buitenkant en koelen daardoor minder snel af. En vanuit concurrentie perspectief is er ook een voordeel aan groot zijn. De grote jagers zullen de kleinere jagers sneller verdrijven – of zelfs doden – want als je groot bent ben je sterker.

Deze stamboom geeft de evolutionaire geschiedenis van de wolfachtigen weer. Goed te zien is dat bij de twee onderzochte groepen Hesperocyoninae en Borophaginae er steeds weer killers onstonden en weer uitstierven. Hoe roder de lijnen, hoe bloeddorstiger de leefwijze. In groen de wolfachtigen die minder vlees aten. klik op de afbeelding voor een grotere versie

Niemand is dan ook verbaasd dat de grote killers op een gegeven moment de overhand kregen. Toch zag Van Valkenburgh dat de triomf niet lang stand hield. Om precies te zijn hielden de grote killers het maar 6 miljoen jaar vol om de koning van het dierenrijk te zijn. En dat is relatief kort want hun minder bloeddorstige collega’s – de alleseters – hielden het wel bijna twee keer zo lang vol. Dit suggereert dat de grote vleeseters toch enigszins kwetsbaar zijn voor uitsterven. Van Valkenburgh zegt dat het steeds groter worden een soort point of no return in zich had. Want op een gegeven moment kun je alleen nog maar genoeg energie halen uit grote prooien want het kost anders teveel energie om de hele dag door maar kleine muizenhapjes te verzamelen. Het specialiseren op grote prooien is mooi als er genoeg grote prooien zijn. Maar er is geen weg terug en dus ben je kwetsbaar. Bijkomstig nadeel is dat grote dieren vaak in kleinere groepen leven en ook een langere generatietijd hebben. Als deze factoren maken dat je als individu wel sterk bent maar als soort in het geheel juist kwetsbaar voor uitsterven. Van Valkenburgh noemt het aannemelijk dat andere bekende killers uit de oertijd zoals de Tyrannosaurus rex of de Sabeltandtijger ook lotgenoot zijn geworden van de race om steeds maar groter en gevaarlijker te worden.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 september 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.