Je leest:

Biodiversiteit en het natuurbeheer

Biodiversiteit en het natuurbeheer

Auteur: | 4 december 2012

De ligging van Nederland aan de kust, in de delta van grote rivieren, is de belangrijkste verklaring voor de rijke en gevarieerde natuur van kustlandschappen en laagveengebieden achter die kuststrook. Welke praktische mogelijkheden hebben de beheerders om de flora en fauna in Nederland te herstellen?

In combinatie met de bossen, heide en beekdalen in de hogere delen van het land, en de invloed van de mens op deze natuur leidt dat tot een grote diversiteit aan flora en fauna. Nederland kent zes herkenbare hoofdtypen landschap die daarmee samenhangen: duinlandschap, heuvellandschap, rivierlandschap, veenlandschap, zandlandschap en zeekleilandschap. Door de bijzondere ligging in een delta is een groot deel van die natuur ook van internationale betekenis. Dat schept ook verplichtingen voor het beheer van die natuur.

Natuurbescherming richt zich vooral op het behoud en herstel van de voor Nederland karakteristieke landschappen met de daarbij behorende levensgemeenschappen en soorten. Natuurbescherming is lastig gezien de enorme achteruitgang van de natuur door de groei van steden, industrie en infrastructuur, en door de intensivering van de landbouw. Ook dragen de sterke verlaging van de grondwaterstand in grote delen van Nederland, de matige waterkwaliteit van veel grote en kleine wateren door overbemesting, en de nog steeds te hoge stikstofdepositie in Nederland bij aan die achteruitgang. Welke praktische mogelijkheden hebben de beheerders om de flora en fauna in Nederland te herstellen?

Door inspanningen is in zuidelijk Flevoland een uniek nieuw natuurgebied ontstaan: de Oostvaardersplassen. Er zijn onder andere Konikspaarden uitgezet.
Stichting BWM

Belang van natuurreservaten

Een flink deel van de Nederlandse soorten planten en dieren is nog – vrijwel – uitsluitend te vinden in natuurgebieden. Dat geldt bijvoorbeeld voor veel kenmerkende soorten die zich thuis voelen in hoogvenen, natte heides, kalkgraslanden en blauwgraslanden. Bijvoorbeeld klokjesgentiaan, rozenkransje, het gentiaanblauwtje, diverse orchideeën en de zomp- en moerassprinkhanen.

Maar het zijn niet alleen de soorten van deze zeldzaam geworden leefgemeenschappen die uitsluitend in natuurgebieden voorkomen. Vroeger waren veel soorten planten en dieren ook wel buiten de natuurreservaten te vinden, zoals in bermen, langs sloten en poelen of in houtwallen. Helaas zijn het beheer en het gebruik van al die kleine landschapselementen meestal niet toereikend en verdwijnen veel soorten hier geleidelijk. Veertig jaar geleden kon je ook in bermen nog blauwe knoop of valkruid tegenkomen, nu is dat slechts hoogst zelden het geval en zijn deze planten vrijwel alleen te vinden in natuurgebieden.

Soorten die tot voor kort algemeen waren in Nederland, zoals de grote ratelaar (een plant) en het koevinkje (een vlinder) zijn steeds meer op natuurgebieden aangewezen. In landbouwgebieden zijn voor flora en fauna vrijwel geen mogelijkheden meer. Ook de bij boerderijen broedende zwaluwen krijgen het steeds moeilijker. Dat heeft er toe geleid dat de terreinbeherende organisaties in de praktijk ook steeds meer verantwoordelijk zijn voor het behoud van ‘algemene’ soorten voor Nederland.

Het gevoerde en ingezette nationale en internationale natuurbeleid heeft deze achteruitgang niet kunnen stoppen. Door de uitbreiding van het areaal aan natuurgebied is er natuurlijk veel gewonnen, maar in die natuurgebieden zelf zijn toch ook nog veel soorten die in slechts kleine, zeer kwetsbare, populaties voorkomen en daardoor het risico lopen geheel te verdwijnen. Om deze populaties meer ruimte te bieden, is het afmaken van de geplande Ecologische Hoofdstructuur essentieel, zodat natuurgebieden met elkaar worden verbonden en worden uitgebreid.

Duurzaam bosbeheer en Green Deals

Door Lydia Westerouen van Meeteren en Cathrien de Pater

Duurzaam bosbeheer is cruciaal om in 2050 een wereldbevolking van 9 miljard mensen te voeden zonder de aarde uit te putten. Het Nederlandse beleid richt zich daarbij in het bijzonder op: de verduurzaming van de houtketen door legale en duurzame houtoogst te stimuleren; de verduurzaming van handelsketens van grondstoffen die bijdragen aan ontbossing (zoals palmolie en soja); een meer productieve en efficiënte landbouw die bijdraagt aan de vermindering van de druk op het bosareaal; een goede en duurzame financiering van het bosbeheer, zodat de economische waarde van het bos de instandhouding ervan stimuleert. Nederlandse bedrijven kunnen de milieuschade in een ontwikkelingsland bijvoorbeeld compenseren door te zorgen dat gekapt bos wordt vervangen door nieuw bos. Voorbeelden van de Green Deals tussen bedrijfsleven en overheid:

  • KLM gaat vluchten van Amsterdam naar Parijs uitvoeren op biobrandstof (op basis van afgewerkt frituurvet).
  • Desso en Van Ganzewinkel gaan tapijtafval opwaarderen naar secundaire brandstof en indien mogelijk recyclen tot hoogwaardige grondstof.
  • Essent, de Nederlandse Groen Gas Maatschappij en FrieslandCampina gaan werken aan de productie van biogas via vergisting van mest bij zo’n 125 boerenbedrijven.
  • Rond Schiphol worden proefvelden olifantsgras aangeplant om ganzen te weren en zo de veiligheid te bevorderen.
  • Bedrijven passen biomimicry toe: voorbeelden uit de natuur die in de technologie en het ontwerpen kunnen worden ingezet, zoals klittenband, de ventilatie van termietenheuvels en de aerodynamica van vogels bij HS-treinen.

Nederlandse bedrijven kunnen milieuschade compenseren door te zorgen dat gekapt bos wordt vervangen, zoals in Vietnam.

Stichting BWM

Achteruitgang in landelijk gebied

Een belangrijke opgave voor het behoud van de variatie aan flora en fauna voor Nederland ligt dus buiten de natuurgebieden. Dit lijkt vechten tegen de bierkaai. Behalve in landbouwgebieden is de afgelopen 30 jaar ook een enorme afname in variatie van soorten te zien in bijvoorbeeld wegbermen. Inmiddels staat 15 procent van de plantensoorten die in wegbermen voorkomen op de Rode Lijst.

Lange tijd vormden bermen nog een toevluchtsoord voor veel soorten, maar doordat het beheer van bermen vanwege kostenbesparing niet meer of verkeerd wordt uitgevoerd, zijn vooral gemeentelijke bermen gereduceerd tot groenstroken zonder enige variatie. Het is voor het behoud van de biodiversiteit in Nederland onvoldoende om alleen een volwaardige Ecologische Hoofdstructuur (EHS) te realiseren.

Een goede EHS kan alleen maar functioneren in een gezond en gevarieerd landelijk gebied. De opgaven voor de toekomst van de biodiversiteit liggen dus zowel binnen als buiten de natuurgebieden. Buiten de natuurgebieden betekent dat bijvoorbeeld een beter bermbeheer, een adequaat beheer van houtwallen en andere landschapselementen, en het herstel van de waterkwaliteit op diverse plekken.

Ook veranderingen in de landbouw zijn daarbij onontbeerlijk. Dat zal niet vanzelf gaan, want essentieel daarvoor is een omwenteling in de richting van een duurzame landbouw. Als, door de toepassing van de zogeheten multifunctionele landbouw, boeren ook andere inkomstenbronnen vinden, neemt de druk op de landbouwpercelen af en wordt het wellicht mogelijk daar weer iets meer variatie aan kruiden en de bijbehorende (insecten)fauna te verkrijgen.

Biologisch beheer van akkerranden met veel plantensoorten stimuleert de aanwezigheid van insecten. Die kunnen de boer helpen door het bestrijden van plaagdieren, zoals luizen.
Stichting BWM

Herstelbeheer heeft ander schaalniveau nodig

Het natuurbeheer was lange tijd alleen gericht op maatregelen in de natuurgebieden zelf. Pas vanaf de jaren ’70 van de vorige eeuw is de ontwikkeling van kennis over de invloed van bijvoorbeeld de waterhuishouding en stikstofdepositie voortvarend opgepakt. Die kennis maakte het bijvoorbeeld mogelijk op bepaalde plaatsen zeer gericht de bovenlaag van de grond te verwijderen, of een specifieke waterhuishouding te herstellen. Dat heeft geleid tot de terugkeer van veel planten- en diersoorten.

Zo heeft het verwijderen van de baggerlaag in vennen, in combinatie met het herstel van de waterhuishouding geleid tot de terugkeer van in Nederland vrijwel verdwenen plantensoorten als waterlobelia en oeverkruid. Een dergelijke aanpak bleek echter niet genoeg. De laatste 10 jaar is veel onderzoek gedaan naar de in Nederland aanwezige historische complete landschappen, zoals weide- en veengebieden. Informatie over bodem en waterhuishouding maken het steeds beter mogelijk aan te geven waar bepaalde maatregelen het meest effectief zullen zijn voor het herstel van zo’n landschap. Bijvoorbeeld condities die goed zijn voor het herstellen van een volledige overgang van natte en droge vegetatie, of de beïnvloeding van grondwaterstromen zodat een bijzondere vegetatie mogelijk is.

Deze aanpak biedt ook veel meer kansen aan een herstel van de fauna. Veel diersoorten hebben verschillende biotopen nodig om hun complete levenscyclus te volbrengen. Dagvlinders bijvoorbeeld hebben behoefte aan zowel bloemrijke graslanden om nectar te zoeken, als aan struwelen (struikgewas) om eieren af te zetten. Ook een vogel als de grauwe klauwier broedt in het struweel, maar heeft daarnaast kruidenrijk grasland of een gevarieerde heide nodig om voldoende insecten te kunnen vangen. Voor de beheerder volstaat het niet bepaalde percelen op de juiste wijze te beheren; hij of zij zal vooral ook na moeten denken over het complete landschap, liefst gekoppeld aan de mogelijkheden van de omgeving buiten het natuurgebied. Dat kan een boomgaard zijn waar een steenuil kan broeden, of een zandweg waar bijen zich in holletjes in het zand kunnen nestelen.

Een bijzondere vorm van natuurbeheer is natuurontwikkeling. Hierbij worden landbouwgronden weer omgevormd tot natuur. Bekende voorbeelden zijn plan Goudplevier (midden- Drenthe) en plan Tureluur (zuidkust Schouwen). Op de zandgronden is vaak sprake van een met fosfaat verzadigde bodem. Door het afgraven van de bodem tot aan de onderrand van het ‘fosfaatfront’ ontstaan soms weer zeer voedselarme en tevens soortenrijke milieus, vooral als daar ook nog de zaden van vroeger aanwezige soorten in de bodem aanwezig zijn. In laagveengebieden kan het onder water zetten van cultuurgraslanden leiden tot spectaculaire toename van vogelsoorten als roerdomp of porseleinhoen.

Slimme manieren om de biodiversiteit te vergroten, richten zich op het combineren van verschillende landschapselementen.
Stichting BWM

Hertstelmaatregelen in natuurgebied

Het is opvallend dat, hoewel het Natuurbeleidsplan uit 1990 in hoge mate het accent legde op het behoud en herstel van complete landschappen en levensgemeenschappen, de overheid later veel accent heeft gelegd op het behoud van soorten. Dat komt doordat meer kennis beschikbaar is gekomen over de eisen die individuele soorten stellen aan hun leefomgeving.

Groepen als dagvlinders, libellen, amfibieën en reptielen worden tegenwoordig volop betrokken bij het beheer, terwijl 30 jaar geleden het beleid zich vooral richtte op planten en broedvogels. Nu stimuleren beheerders de aanleg van broeihopen voor ringslangen of het ongemaaid laten van stroken hooiland, zodat meer insecten hun levenscyclus kunnen voltooien. Naast oog voor het complete landschap, is er meer aandacht gekomen voor de details in het beheer. Onvermijdelijk daarbij is dat planten- en diersoorten soms tegenstrijdige eisen aan hun omgeving en dus aan het beheer stellen. Beheren is ook kiezen.

Beheer is vaak duur. Zo is het voor een goed weidevogelgebied niet voldoende om laat (half juni of later) te maaien, ook de waterstand moet hoog zijn, wat maaien bemoeilijkt. Het beheer van moerassen lijkt goedkoop, maar is het niet. Om verdroging te voorkomen moet dikwijls water worden ingelaten, wat vaak eerst moet worden behandeld om de overmaat aan voedingsstoffen te verminderen. Dit ‘defosfateren’ gebeurt bijvoorbeeld bij het inlaatwater van het Naardermeer. Dat inlaten van water is noodzakelijk doordat de omringende landbouwgronden een laag waterpeil vereisen en de bodem steeds verder inklinkt, zodat de natuurgebieden relatief steeds hoger komen te liggen.

Een bijzondere vorm van soortgericht beheer is de (her)introductie, met als bekende voorbeelden bevers, otters en korhoenders. Natuurbeschermingsorganisaties zijn daarbij altijd zeer terughoudend geweest. Dit omdat het uitzetten alleen acceptabel is als het milieu weer geheel op orde lijkt voor de betreffende soort, en de soort ons land niet op eigen kracht weer kan ‘koloniseren’ – zoals recent bij de zeearend is gebeurd. Die terughoudendheid is verminderd doordat wetenschappelijk onderzoek de noodzaak van herintroductie voor het behoud van biodiversiteit nadrukkelijk aantoont.

Taskforce Biodiversiteit

In 2009 heeft het kabinet de Taskforce Biodiversiteit & Natuurlijke Hulpbronnen in het leven geroepen ter ondersteuning van een ambitieus Nederlands beleid op het terrein van de biodiversiteit. De Taskforce was een initiatief van het bedrijfsleven en telde vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, wetenschap en overheden. Een belangrijke eindconclusie van de Taskforce, eind 2011, was dat aandacht voor biodiversiteit verder gaat dan alleen beschermen en ook vereist dat de huidige economische processen en afwegingen worden aangepast aan de draagkracht van de aarde. De biodiversiteit mag niet achteruitgaan (No Net Loss) en Nederland moet komen tot een halvering van zijn ecologische voetafdruk in 2030.

Een vergaande conclusie, die biodiversiteit beschouwt als ons natuurlijk kapitaal, een groene motor, in plaats van een belemmering. Dat vereist het herstel van balans, een vergroening van de economie en een samenhangend beleid. Business as usual staat een duurzaam economisch herstel in de weg en drijft mensen in ontwikkelingslanden (verder) in honger en armoede. Aan de ideeën van de Taskforce wordt nu uitvoering gegeven door het Platform Biodiversiteit, Ecosystemen & Economie, dat daarvoor een Green Deal met de overheid heeft gesloten. Als eerste stap kunnen bedrijven nu subsidie krijgen om biodiversiteit een plaats in hun bedrijfsvoering te geven.

De Amerikaanse zwaardschede die in grote hoeveelheden aan het Nederlandse strand ligt, is feitelijk een exoot. In 1979 zijn larven meegekomen naar Hamburg met het ballastwater van een schip. Binnen tien jaar kwam het in Nederland terecht en nu komt het schelpdier voor aan de kusten van Denemarken tot Frankrijk.
Stichting BWM

Herstel verbinding van mens met natuur

Bijzondere aandacht verdienen de exoten. Deze soorten horen niet in ons land thuis, maar zijn hier terechtgekomen door toedoen van de mens. Door de sterk toegenomen internationale handel en verplaatsingen van mensen over de wereld, weten steeds meer soorten zich in Nederland te vestigen. Hun vestigingskansen nemen toe doordat het klimaat warmer wordt. Die nieuwkomers beïnvloeden tot nu toe vooral de diversiteit in watergebieden en stedelijke milieus. De snelle opkomst van de Japanse oester in Deltagebied en Waddenzee, van de Japanse duizendknoop in bermen, en van diverse soorten kreeften in sloten zijn daarvan voorbeelden.

Voor het herstellen van natuur, zowel binnen als buiten de natuurgebieden, is de inzet van veel partijen noodzakelijk. In de jaren ’90 nam de belangstelling voor het natuurbeheer toe, nu zakt deze weer weg. Mede door de economische crisis en de toegenomen trek naar de steden. Voor de inwoners van de grote steden is de afstand tot de natuur, zowel letterlijk als figuurlijk, vaak groot.

Essentieel voor het slagen van het natuurbeleid is dat er weer een veel grotere verbondenheid van de mens met de natuur ontstaat en dat de huidige ‘verbondenheidscrisis’ wordt opgelost. Daarbij verdient vooral de jeugd aandacht. Kinderen hebben recht op natuur en er zijn nog veel mogelijkheden om te zorgen dat kinderen weer meer in de natuur kunnen zijn, verwondering kunnen meemaken. Het dient vanzelfsprekend te zijn dat kinderen een veldboeket plukken voor hun moeder, met een schepnetje het leven in de sloot bekijken, en weten wanneer de bramen rijp zijn.

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 04 december 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.