Je leest:

Biobeton repareert zichzelf

Biobeton repareert zichzelf

Auteur: | 12 november 2009

5 november vond de Design & Engineering Day 2009 van de TU Delft plaats. Twintig wetenschappers verdedigden hun ontwerpen voor een deskundige jury. De inzendingen liepen uiteen van robotarmen tot turborotondes. Henk Jonkers, ontwerper van het zelfreparerende biobeton, ging er uiteindelijk met de hoofdprijs van €25.000 vandoor.

Henk Jonkers presenteert zijn uitvinding in dit Engelse filmpje.

In tegenstelling tot gewoon beton kan Jonkers’ biobeton zijn eigen scheuren dichten. Dat doet het met behulp van bacteriën die in gaten in het beton leven, de zogeheten extremofielen. Deze microscopische wezentjes zijn het niet alleen gewend om in de natuur onder ruige omstandigheden te leven, ze gedijen er zelfs bij. Wetenschappers vinden extremofielen terug in basische meren, in de diepzee en denken zelfs dat ze op de Saturnusmaan Titan kunnen zitten.

De bacterievariant van Jonkers maakt in het droge beton met wat voedsel ladingen calciumcarbonaat aan, beter bekend als kalksteen. En laat dat nou toevallig een grondstof zijn voor cement, één van de basisonderdelen van beton. Een blok beton is namelijk opgebouwd uit verschillende stoffen: twee bindmiddelen, cement en water, een toeslagmateriaal zoals zand en gemalen baksteen dat het beton verstevigt tegen druk, en soms een wapening van stalen staven die het beton beschermen tegen trekkrachten.

Beton is een mengsel van onder andere cement en zand. Het enige wat nog ontbreekt is water.

Comfortabel

De levensduur van een betonnen constructie is zo’n vijftig tot honderd jaar, lang genoeg voor scheuren om steeds groter te groeien. Maar de bacteriën werken snel: ze dichten een scheur in twee tot vijf dagen. Tenminste, in het lab. Want hoe zijn biobeton zich ‘in het wild’ gedraagt, daar gaat Jonkers de komende jaren achter komen.

Jonkers is al benaderd door verschillende bedrijven voor pilotproeven om het beton in de praktijk te testen. Na drie jaar testen doorstaat het beton alle laboratoriumtests, maar dat zegt nog niet zoveel. Want het buitenmilieu is wel even wat anders dan een comfortabel lab. Jonkers zegt: “Buiten is het koud, wisselt de temperatuur snel en is het nat. We gaan uitzoeken of het beton hierdoor negatieve eigenschappen krijgt.”

Over de opdrachtgevers voor de pilotproeven wil Jonkers niks kwijt, maar hij wil wel vertellen wat de aard van de proeven is. “Met de pilotproeven gaan we testen of het beton lekkages tegenhoudt. In omgevingen als parkeergarages en tunnels drukt het grondwater op de scheuren in het beton. Zo ontstaan er lekkages.” Jonkers hoopt erachter te komen of het biobeton zijn stevigheid behoudt als het nat is.

Kleine scheuren in beton kunnen behoorlijk uit de hand lopen. Het biobeton kan dit in de kiem smoren door kleine scheurtjes meteen te vullen met kalksteen.

Vechten

Over interesse van bedrijven hoeft de civiel ingenieur zich dus niet meer druk te maken. Maar wat gaat Jonkers dan doen met de €25.000 die hij gewonnen heeft met de Design & Engineering Award? “We zijn benaderd door bedrijven die zich afvragen of de bacteriën ook werken in bestaand beton. Met het prijzengeld gaan we bestaand beschadigd beton impregneren met de bacteriën en bacterievoedsel. Dan gaan ze hopelijk de scheuren repareren.” Stof voor zeker drie jaar aan onderzoek.

Uiteindelijk denkt Jonkers dat bedrijven dankzij het biobeton besparen op reparatiekosten, mankracht en op CO2-uitstoot. Met zelfreparerend beton hoeven we immers bijna niet meer om te kijken naar onze betonconstructies. En in plaats van constant te vechten tegen de natuur, maken we er zo op een slimme manier gebruik van.

Lees meer op Kennislink

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 november 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.