Je leest:

Biobanken

Biobanken

Auteur: | 5 juni 2017
iStockphoto

In biobanken zijn verzamelingen lichaamsweefsel of beelden van patiënten en gezonde personen opgeslagen. Het materiaal uit biobanken wordt gebruikt voor onderzoek naar de ontwikkeling van nieuwe medicijnen of behandelingen.

Voor veel chronische ziekten zijn geneesmiddelen op de markt die bij maximaal de helft van de patiënten helpen. De andere helft (of meer) van de patiënten ervaren niet de bedoelde effecten, wel de bijwerkingen van die geneesmiddelen. Wanneer artsen de mogelijkheid zouden hebben om van te voren te voorspellen welke patiënten baat hebben bij een bepaald middel en welke niet, dan zouden ze op basis van die prognose kunnen besluiten het middel niet aan laatstgenoemde groep te verstrekken. Dat bespaart deze patiënten de bijwerkingen en is voor de gezondheidszorg nog goedkoper ook.

Wanneer we bovendien zouden begrijpen waarom de ene patiënt wel en de andere niet reageert op een bepaald middel, dan zouden we daarmee wellicht ook een aanknopingspunt hebben voor de ontwikkeling van nieuwe behandelingen. Deze ambitie om de individuele reactie op een behandeling te voorspellen en te verklaren, vormt de basis voor het wetenschappelijk onderzoek naar ‘personalized medicine’.

Verzameling lichaamsmateriaal

De zoektocht naar specifieke kenmerken die de effectiviteit van een behandeling voorspellen of verklaren, zogeheten biomarkers, is niet alleen mogelijk geworden door recente technologische ontwikkelingen om genetische variatie te meten (DNA-sequencing) en grote hoeveelheden gegevens te analyseren (big data), maar ook door de opkomst van biobanken.

Biobanken spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van personalized medicine.

Biobanken zijn verzamelingen van lichaamsmaterialen (bloed, DNA, urine, tumorweefsel en dergelijke) en beelden (röntgen, MRI, CT en dergelijke) van grote groepen goed gedocumenteerde patiënten of gezonde personen. Onderzoekers kunnen deze materialen en gegevens gebruiken om bijvoorbeeld na te gaan waarom een bepaalde ziekte zich bij de ene patiënt (al of niet na behandeling) uitgesproken gunstig ontwikkelt terwijl andere patiënten een uitgesproken ongunstig ziekteverloop laten zien.

De schaal waarop biobanken zich ontwikkelen, is enorm toegenomen, inclusief de daaruit voortvloeiende logistieke, ethische en politieke uitdagingen. Er zijn inmiddels in Nederland meer dan 200 kleine en grote biobanken (zie kader).

Stille donoren

Deelnemers aan biobanken – de donoren – doen dat over het algemeen graag en vrijwillig, maar op het moment dat zij hun donatie doen, valt vaak nog niet precies te overzien welk onderzoek zij mede mogelijk maken. Ook zijn de deelnemers zich niet altijd volledig bewust van de betekenis van hun deelname. Denk bijvoorbeeld aan ouders van kleine kinderen die in de eerste weken na de geboorte een hielprik ondergaan om erfelijke aandoeningen op te sporen. Zijn zij zich bewust van het feit dat de overgebleven bloeddruppels door het RIVM bewaard worden voor wetenschappelijk onderzoek?

Veel ziekenhuizen en andere gezondheidsinstellingen hebben het beleid dat bloed, andere weefsels en gegevens, die verkregen zijn bij diagnostiek en behandeling, voor bonafide wetenschappelijk onderzoek gebruikt mogen worden, tenzij de patiënt daartegen bezwaar heeft gemaakt. Hoewel dit beleid op de website en in folders van het ziekenhuis staat beschreven, blijken maar weinig patiënten daarvan op de hoogte te zijn.

Privacy en toevallige bevindingen

Patiënten en gezonde deelnemers hebben doorgaans zelf geen voordeel van deelname aan biobanken. Ze doen het vooral om wetenschappelijk onderzoek en medische innovatie mogelijk te maken en daarmee bij te dragen aan het welzijn van toekomstige patiënten en burgers.

Tegelijk zijn de risico’s voor de deelnemers aan biobanken in het algemeen gering. Het belangrijkste risico van grootschalige opslag en gebruik van medische gegevens en lichaamsmaterialen is dat deze gegevens herleidbaar zijn tot een individu en daarmee potentieel in handen kunnen komen van instanties en personen die misbruik zouden kunnen maken van deze informatie. Biobanken nemen allerlei technische en organisatorische maatregelen om dit risico op schending van de privacy van de donoren te minimaliseren, maar helemaal zonder risico is het niet.

Een ander aspect van onderzoek van lichaamsmaterialen is dat op enig moment een toevallige bevinding wordt gedaan waarvoor geldt dat de betrokken persoon baat zou kunnen hebben bij die informatie. Denk bijvoorbeeld aan een erfelijke mutatie die is geassocieerd met een ziekte waarbij vroege behandeling nuttig is. Het ligt dan voor de hand deze persoon (via de huisarts of behandelend specialist) op de hoogte te stellen van de bevinding. Maar wat nu als de betreffende persoon dit helemaal niet wil weten?

Lichaamsmaterialen worden bewerkt onder gecontroleerde condities en opgeslagen in vriezers of containers met vloeibaar stikstof voor nader onderzoek.
Hollandse Hoogte, Den Haag

Afspraken en regels

Vanwege dit soort risico’s voor deelnemers, maar ook om gebruik van biobanken voor andere doeleinden dan bedoeld te voorkomen, gelden voor biobanken een aantal regels en afspraken. Behalve de Wet Bescherming Persoonsgegevens en een enkele bepaling in de Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst is er nog geen specifieke wetgeving voor deelname aan biobanken. De medisch-wetenschappelijke verenigingen hebben al wel jaren een gedragscode waarin het opzetten en gebruik van biobanken wordt genormeerd (www.federa.org).

Ook deze regels en afspraken staan echter voortdurend ter discussie, vooral onder juristen, ethici, informatietechnologen, biobankiers en onderzoekers. De stem van patiënten en burgers hoort daarin ook een rol te spelen. De variatie aan opvattingen die vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties en burgers hebben over dit onderwerp, is de moeite van het beluisteren waard. Er zijn bijvoorbeeld patiëntenverenigingen die zich sterk maken voor de opzet en het gebruik van ziektespecifieke biobanken. Hoe meer hoe beter.

Er zijn echter ook volksvertegenwoordigers die op de rem trappen en bepleiten dat wettelijk wordt vastgelegd dat onderzoekers alleen de destijds verzamelde lichaamsmaterialen mogen gebruiken van deelnemers die alsnog instemmen met het gebruik voor betreffende wetenschappelijke studie.

Vertrouwen en bedenkingen

Uit (internationaal) onderzoek onder representatieve groepen patiënten en burgers weten we dat er in Nederland en Scandinavië een grote bereidheid bestaat om aan biobanken deel te nemen. De meeste mensen vertrouwen erop dat artsen, onderzoekers en gezondheidsinstellingen zorgvuldig en verantwoord omgaan met hun gegevens en lichaamsmaterialen en hebben geen behoefte daarover voortdurend geraadpleegd te worden. Tegelijk zijn veel mensen terughoudend of zelfs uitgesproken negatief over de mogelijkheid dat lichaamsmateriaal en gegevens uit biobanken gebruikt worden voor commerciële of justitiële doeleinden, of in handen komen van verzekeringsmaatschappijen of hypotheekverstrekkers.

In het algemeen spreekt uit de cijfers een grote mate van vertrouwen in instellingen die biobanken opzetten, beheren en inzetten voor medisch-wetenschappelijk onderzoek. In Zuid-Europese landen, waar het vertrouwen in overheidsinstanties in het algemeen minder is, blijkt ook het vertrouwen in biobanken en instellingen voor toegepast medisch wetenschappelijk onderzoek lager.

Er zijn burgers en (toekomstige) patiënten met serieuze bedenkingen over de gevolgen van het onderzoek met ‘big data’, zoals een maatschappij waarin ‘big brother’ regeert. Soms zijn serieuze twijfels te horen of al dat geld dat wordt uitgegeven aan biobanken wel rendement oplevert en daadwerkelijk leidt tot verbetering van de gezondheidszorg en de volksgezondheid.

Anderzijds zijn er ook patiëntenvertegenwoordigers die pleiten voor een versnelling van het wetenschappelijk onderzoek. Zij pleiten er juist voor gegevens en lichaamsmaterialen van veel meer (toekomstige) patiënten te verzamelen, op te slaan en vrij beschikbaar te maken voor alle onderzoekers met een goed idee.

Mark Bos, een in 2015 overleden kankerpatiënt, verwoordde het enkele weken voor zijn dood in een televisie-uitzending van RTL Late Night als volgt: ‘het is al erg genoeg dat ik een ongeneeslijke vorm van kanker heb. Zorg dan in elk geval dat mijn gegevens en lichaamsmateriaal gebruikt worden voor onderzoek dat ertoe moet leiden dat toekomstige patiënten niet meer aan deze ziekte overlijden’ (www.mysmallstep.com).

Professionele biobanken hebben oog voor de variatie in betrokkenheid van donoren en gaan verschillende partnerships aan met vertegenwoordigers van elk van de drie groepen: de activisten om de vaart erin te houden en op koers te blijven; de critici om te zorgen dat er geen ongelukken gebeuren en de bereidwillige donoren om voldoende materiaal te kunnen verzamelen.

Nederlandse biobanken

Er zijn in Nederland meer dan 200 biobanken, grote en kleine verzamelingen van materialen en gegevens van patiënten en gezonde personen die voor korte of langere tijd zijn gevolgd. Voor een overzicht zie www.biobanken.nl en www.bbmri.nl www.bbmri.nl. Enkele voorbeelden:

Lifelines is een populatiebiobank, waarin 165.000 inwoners uit Groningen, Friesland en Drenthe uit drie generaties deelnemen. Van alle deelnemers zijn gegevens verzameld over onder andere ziekten, leefstijl, gezondheid, medicijngebruik, voedingsgewoonten en zijn metingen verricht van onder andere bloeddruk, lengte, gewicht, longfunctie, hartfunctie en bloed- en urinewaarden.

Deelnemers aan Lifelines zijn uitvoerig geïnformeerd voordat ze het deelnemersformulier hebben getekend. Daarbij blijkt voor velen het element van een ‘gezondheidscheck’ minstens zo belangrijk als het feit dat hun lichaamsmaterialen en gegevens worden ingezet voor internationaal onderzoek naar gezond ouder worden. Deelnemers worden tenminste 30 jaar gevolgd met uitgebreide metingen om de 5 jaar. Inmiddels hebben vele onderzoekers in binnen- en buitenland reeds met de materialen en gegevens van Lifelines onderzoek gedaan.

BBMRI-NL, Utrecht

Het Parelsnoer Instituut is een platform voor klinische biobanken, mogelijk gemaakt door de Nederlandse Federatie van UMC’s (NFU) als vertegenwoordiger van de acht Nederlandse Universitaire Medische Centra. Binnen de ziekenhuizen wordt na toestemming van patiënten met diverse ziektebeelden (‘parels’) extra bloed en weefsel afgenomen en een gestandaardiseerde lijst met persoonlijke en klinische kenmerken vastgelegd. Het gaat hierbij om ziekten als inflammatoire darmziekten, diabetes, reuma, leukemie, cerebrovasculair accident, erfelijke darmkanker en dementie.

Het verloop van de ziekte wordt van alle deelnemende patiënten nauwkeurig vastgelegd. Patiënten hebben doorgaans zelf geen voordeel van deelname aan biobanken. Zij doen het vooral om wetenschappelijk onderzoek en medische innovatie mogelijk te maken en zo bij te dragen aan het welzijn van toekomstige patiënten en burgers. De eerste wetenschappelijke studies die gebruikmaken van deze materialen en gegevens zijn inmiddels gepubliceerd.

Zie ook

Lees het volgende artikel van het thema ‘Proeven met mensen’

Recht op experimentele medicijnen

Nikkie Aarts, Ronald Brus en Eline Bunnik
Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 juni 2017

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.