Je leest:

Bili-apen zijn toch chimpansees

Bili-apen zijn toch chimpansees

Auteur: | 27 augustus 2007

De mysterieuze, gorilla-achtige chimpansee’s in het Congolese Biligebied zijn genetisch identiek aan de lokale ondersoort van de chimpansee, Pan trochlodytes schweinfurthii. Een analyse van mitochondriaal DNA aan de Universiteit van Amsterdam laat dat zien.

Het genetisch materiaal is geïsoleerd uit poepmonsters die UvA-promovendus Steve Hicks verzamelde in de Congolese jungle. Hicks presenteerde de gegevens eind juni op een internationale primatenconferentie in Oeganda.

Maar hiermee kan niet helemaal ontkracht worden dat de mensapen een hybride zouden vormen tussen chimpansees en gorilla’s. Hoewel het mitochondriaal DNA uit de monsters volledig overeenkomt met dat van P. t. schweinfurthii, is het theoretisch mogelijk dat het afkomstig is van een hybride tussen een vrouwtjes-chimpansee en een mannelijke gorilla. Maar niemand gaat hier serieus van uit, relativeert evolutiebioloog prof. dr. Steph Menken (UvA) die het onderzoek begeleidt.

De claim komt van de Amerikaanse primatologe Shelly Williams, die als eerste opnamen van de Bili-chimps maakte. Haar uitspraak stuit op universele skepsis bij primatologen, maar gecombineerd met het bijzondere gedrag en het formaat van de mensapen, heeft het wel geleid tot veel ophef.

Qua gedrag en morfologie zijn de Bili-chimpansees bijzonder. Ze maken een deel van hun nesten op de grond, terwijl chimps normaal gesproken in bomen nestelen, zeker in gebieden waar hun natuurlijke vijanden aanwezig zijn (zoals in het Bili-gebied). De dieren zijn met 1,70 tot 1,80 meter vrij groot voor chimpansees. Ook vergaren de dieren voedsel op een originele manier. Ze breken termietenhopen open door ze op harde ondergrond kapot te gooien en gebruiken vaak aangepaste gereedschappen om ondermeer mieren op te vissen. Daarnaast zijn er vermeende gorilla-achtige kenmerken zoals een doorlopende wenkbrauwboog en een zware lichaamsbouw, maar die zijn volgens Menken gebaseerd op één geïsoleerde waarneming.

Promovendus Steve Hicks zal in Congo nog bijna anderhalf jaar veldwerk doen. Het observeren van de dieren is relatief makkelijk omdat een groot deel van de populatie naïef is, de volwassen dieren hebben nog nooit mensen gezien of hebben geen negatieve ervaringen met mensen. De chimpansees reageren daardoor niet angstig maar nieuwsgierig op de aanwezigheid van de onderzoekers.

Menken hoopt kern-DNA van de chimpansees te isoleren uit nieuwe poep- en haarmonsters die Hicks mee zal brengen. Pas dan kan de hybride- claim definitief getest worden. Een dier vangen en een bloedmonster afnemen is geen optie, stelt Menken. ‘We hebben een stevige ethische code, we proberen zo weinig mogelijk met de beesten te interfereren.’

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 27 augustus 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.