Je leest:

Bijendans wijst de weg

Bijendans wijst de weg

Auteur: | 12 mei 2005

Bijen vertellen hun soortgenoten waar voedsel te vinden is door middel van de zogenaamde ‘waggeldans’. Dit is al bijna 40 jaar geleden beschreven door Karl von Frisch (die voor zijn ontdekking een nobelprijs kreeg). Maar hoe bewijs je dat bijen zo’n dans inderdaad kunnen begrijpen, en dat ze hun voedsel niet eigenlijk op een heel andere manier vinden? In Nature van deze week slagen enkele biologen daar in.

Wat is de waggeldans?

Wanneer een bij een goede voedselbron gevonden heeft, ‘vertelt’ ze dat aan haar nestgenoten. Ze doet dit door op de raat een acht-vormig dansje te maken. Daarbij ‘kwispelt’ ze met haar achterlijf, de reden dat het de waggeldans genoemd wordt. De richting van de middelste streep van de acht geeft de richting aan van het voedsel, de snelheid van de waarmee de bij waggelt zegt iets over de afstand tot de voedselbron.

De bovenste bij voert haar dans uit, de andere bijen zijn toeschouwers, die zo te weten komen waar ze heen moeten vliegen.

Hieronder zie je een filmpje van de waggeldans. Met dank aan T. Rutten docent biologie van het SG Groenewald

Maar is dat wel zo?

Veel biologen vonden dit moeilijk te geloven. Zij dachten niet dat bijen elkaar zulke ingewikkelde boodschappen duidelijk konden maken. Volgens hen konden bijen hun voedsel op veel simpeler manieren vinden. Door te ruiken of zien bijvoorbeeld. Wie weet wijzen ze elkaar de weg misschien wel via geursporen die ze voor elkaar achterlaten in de lucht. Of vliegen ze elkaar achterna. Of misschien wisten ze gewoon wel waar ze heen moesten, omdat ze er al eens eerder waren geweest. Al deze mogelijkheden hebben de onderzoekers nu kunnen uitsluiten.

Methode

Er is gebruik gemaakt van een vrij nieuwe techniek: het volgen van insecten door middel van radar. De onderzoekers plaatsten een bijenkorf op een vlak, kaal veld (om de radar niet te storen), met op 200 meter afstand een voedselbron met suikerwater voor de bijen. Deze voedselbron had geen kleur en geen geur, dus daar konden de bijen niet op af gaan. Alle bijen in de korf kregen een nummertje opgeplakt. Om de bijen naar de plek op 200 meter te lokken werden er een paar bijen uit de kolonie in stapjes getraind totdat ze de plek op 200 meter makkelijk konden vinden. Biologen die bij de korf zaten observeerde de getrainde bijen die een waggeldans uitvoerden voor nestgenoten die de voedselplek niet kenden. Zodra er een bij de korf uitvloog werd deze weggevangen. Als het een bij was die de waggeldans bekeken had en die nog nooit op de voedselplek was geweest gaven ze hem een piepklein zendertje om en lieten hem weer vrij. Of ze lieten de bij pas weer vrij vanaf een andere plek (zie onderstaand figuur). Op deze manier was het dus uitgesloten dat bijen elkaar achterna vlogen of dat de bij de vliegroute nog herinnerde.

Grafiek van de vliegroutes van de bijen. Het vierkantje geeft aan waar de bijenkorf zich bevindt. Het driehoekje is de voedselbron. De lijntjes zijn de routes die de bijen vlogen (elke bij heeft zijn eigen kleur).De ruitjes zijn plaatsen waar een aantal bijen zijn losgelaten ongeveer 200 meter ten zuidwesten van de korf. Duidelijk is te zien dat de bijen geen correctie uitvoeren maar dat ze vliegen naar de plek waar de waggeldans hen naartoe leidde. Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

Resultaten

Zoals je in de grafiek kan zien, vlogen alle bijen ongeveer dezelfde route, en eindigden die routes altijd behoorlijk dichtbij de voedselbron (meestal binnen 6 meter). Bovendien vlogen bijen die op andere plaatsen losgelaten werden ook exact diezelfde route. De bijen oriënteerden zich dus niet op geur, zicht of herinnering. De waggeldans was de enige mogelijke manier waarop ze hun route bepaald konden hebben. Met geavanceerde apparatuur is nogmaals bewezen dat von Frisch gelijk had en dat de twijfelaars zich vergisten!

Bron:

Riley et al., The flight paths of honeybees recruited by the waggle dance, Nature, 12 mei 2005

Dit artikel is een publicatie van Nederlands Instituut voor Biologie (NIBI).
© Nederlands Instituut voor Biologie (NIBI), sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 mei 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.