Je leest:

Bijen afluisteren in het oerwoud

Bijen afluisteren in het oerwoud

Auteur: | 26 maart 2004

Via geluidssignalen vertellen tropische bijen elkaar waar voedsel te vinden is. Promovenda Ingrid Aguilar verdiepte zich in bijencommunicatie.

Hoe brengen bijen informatie over? Bekend is de dans van de honingbij, Apis mellifera. Een verkenner die een voedselbron heeft gevonden, keert terug naar het nest. Daar voert zij een achtvormige dans uit. Via de dans-richting ten opzichte van de zon en de dans-snelheid, legt de verkenner aan haar nestgenoten uit waar de nectar te vinden is. Zij recruteert soortgenoten, heet dat in de ethologie.

In de tropen komen honderden soorten angelloze bijen voor die putten uit een waaier van communicatie-tactieken. In verhouding tot al het honingbijonderzoek zijn al deze communicatiemethoden slecht onderzocht. Biologe Ingrid Aguilar uit Costa Rica zet een flinke stap voorwaarts met haar proefschrift dat zij afgelopen donderdag aan de Universiteit Utrecht verdedigde. Zij bracht de informatie-overdracht bij vijf soorten tropische bijen in kaart, die verschillen wat betreft morfologie en koloniegrootte.

De opmerkelijkste bevinding deed Aguilar bij Melipona costaricensis, een bijensoort uit haar geboorteland. Ze ontdekte dat de bijen via geluid aan elkaar vertellen wat de kwaliteit van een voedselbron is. Hoe zoeter de suikeroplossing, een kunstmatige voedselbron, hoe meer geluidspulsen per lied de bij maakt. ‘Een nieuw inzicht in de biologie van bijen!’, stelt Aguilar. Haar waarneming sluit perfect aan bij ander recent onderzoek naar M. costaricensis waarin blijkt dat geluidssignalen de afstand tot een voedselbron coderen. Deze informatieoverdracht zag Aguilar bevestigd in haar eigen experiment. Het patroon van de korte pulsen en de pauzes daartussen, correleerde met de afstand tot de suikeroplossing. Daarmee is zij nu pas de tweede bijenonderzoeker die beschrijft hoe angelloze bijen geluid inzetten om elkaar in te lichten over een voedselbron.

Onbekend

Communicatie via geluid bij bijen is een onderbelicht fenomeen. ‘Het is dan ook geen makkelijk onderzoek’, vertelt Aguilar. ‘Je hebt er geavanceerde apparatuur voor nodig. Bovendien is er nog veel onbekend over het gehoor bij bijen. Het is niet eens goed begrepen hoe ze geluid horen. Het moet wel via de antennes gaan, maar hoe de verwerking vanaf daar verder gaat… De bijen maken het geluid waarschijnlijk door hun vleugels te laten trillen, maar zelfs daar is niet iedereen het over eens.’ Het geluid dat de bijen maken is voor mensen te horen. Aguilar speelt van de computer tien seconden bijengezoem af. Boven de ruizige achtergrond klinken tikjes of pulsjes. Voor de geoefende luisteraar is het duidelijk. De pulsjes zijn afkomstig van de verkenner die de suikeroplossing heeft gevonden.

Aan deze ogenschijnlijk simpele observatie gaan veel voorbereidingen vooraf. In het oerwoud moet Aguilar een kolonie opsporen en de bijen één voor één overzetten naar een observatie-nest. Tussen de ingang en het eigenlijke nest, plaatst Aguilar een kamer waar de bijen per se doorheen moeten. Met een microfoon luistert ze bijen af in deze kamer. Succesvolle verkenners komen binnen via de ingang en komen dan in de afluister- kamer terecht waar ze hun ‘verhaal’ doen. Op maat gemaakt software filtert uit de opnamen het lied van de verkenner.

Dat bijen geluid maken, is niet nieuw. Ook honingbijen makens tijdens hun dans geluid. Waarom is onduidelijk, maar het geluid is wel nodig. Op geluidloze dansen reageren honingbijen niet. De angelloze bijen van het geslacht Melipona maken allemaal geluid, maar dat heeft slechts bij enkele soorten ook een voor ons duidelijke functie, vertelt Aguilar. ‘Het geslacht Melipona is daardoor ideaal om de evolutie van communicatie via geluid te bestuderen. Plebeia tica-bijen maken ook geluid als ze voedsel hebben gevonden, maar dat zijn slechts waarschuwingssignalen. Soortgenoten raken erdoor geprikkeld om eens buiten te kijken.’

Primitief

Angelloze bijen kennen verschillende manieren van communicatie. Een evolutionair oude methode is het gebruik van de geur van het voedsel. Een simpele vorm daarvan zag Aguilar zag bij Plebeia tica. Recruterende bijen van deze soort gebruiken de geur van het gevonden voedsel als lokker. Vaak is dit recruteringssysteem gekoppeld aan direct leadingofwel pilot flights. Een verkenner die nectar ontdekt, gaat het nest in en voert haar nestgenoten kleine beetjes nectar. Dat is voor de bijen een stimulans om naar buiten te gaan. De verkenner neemt ze vervolgens op sleeptouw naar de bron. Local enhancement is een andere eenvoudige methode van communicatie – als je het al zo mag noemen. De aanblik van bijen die actief zijn op bloemen of in een bepaald nectarrijk gebied, stimuleert soortgenoten om daar ook eens te kijken. Al weer iets verfijnder is het gebruik van eigen geurstoffen. Verkenners zetten geurmerkers uit bij de ingang van het nest om andere bijen te stimuleren het betreffende voedsel op te sporen.

Verkenners van Trigona corvinazetten met behulp van geurmerkers zelfs routes uit van het nest naar de voedselbron. Ook anale uitscheidingen dienen als geurmerkers, maar dan bij de soort Melipona favosa. Als verkenners van deze soort een voedselbron vinden, markeren ze die met anale geurmerkers. Dat verhoogt de kans dat collega-bijen de bron ook vinden. Ook de poten van sommige bijensoorten scheiden geurstoffen uit. Uit de zogeheten tarsaalklieren komen waarschijnlijk feromonen vrij als de bij ergens landt.

Als laatste onderdeel van haar proefschrift concludeert Aguilar dat de complexiteit van de communicatie toeneemt met de kolonie- en lichaamsgrootte van de bijen. Grotere bijen leggen ook grotere afstanden af. De kleine Plebeia ticavan drie millimeter, met een kolonie van twee tot driehonderd individuen, foerageert tot ongeveer driehonderd meter om het nest. Trigona corvina, vier millimeter groot en een kolonie van duizenden werksters, bestrijkt zo’n achthonderd meter. Ter vergelijking: hongingbijen kunnen wel vijf kilometer afleggen.

Ook na haar promotie blijft Aguilar zich bezig houden met angelloze bijen. Terug in Costa Rica gaat ze zich verder verdiepen in de functie van feromonen. En ze zal van de honing blijven snoepen. ‘De honing van tropische bijen is wateriger en zuurder dan de honing van honingbijen. Maar de honing ruikt veel lekkerder en de smaak is ook heerlijk!’

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 26 maart 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.