Je leest:

Bijdrage ontbossing aan CO2-uitstoot overschat

Bijdrage ontbossing aan CO2-uitstoot overschat

Auteur: | 8 november 2009

Waar komt alle CO2 in de atmosfeer vandaan? Een niet onbelangrijke vraag om te bepalen hoe de huidige CO2-uitstoot het beste aangepakt kan worden. Een internationaal onderzoeksteam berekende dat de CO2-uitstoot door ontbossing 12% is, en niet 20% zoals in het vierde IPCC Rapport staat. Veengebieden dragen ongeveer 3% bij aan de jaarlijkse uitstoot.

Een groep aardwetenschappers van de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam, het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en een aantal Amerikaanse instituten heeft berekend, dat met name de bijdrage van ontbossing aan de CO2-uitstoot beduidend lager ligt dan veelal werd aangenomen. Ze berekenden echter ook dat de CO2-emissie uit veengronden in de tropen een substantiële bijdrage levert aan de mondiale CO2-uitstoot. De onderzoekers publiceerden hun onderzoeksresultaten in de recent verschenen uitgave van Nature Geoscience van 30 oktober 2009. De berekening van de wetenschappers, uitgevoerd onder leiding van aardwetenschapper Guido van der Werf van de VU, is van belang voor de onderhandelingen over de uitstoot van broeikasgassen met als doel om in december in Kopenhagen tot een nieuw klimaatverdrag te komen.

De Hoge Venen in België.
Creative Commons

Ontbossing tegengaan als CO2-aflaat westerse landen

De gangbare veronderstelling is dat ontbossing in de tropen ongeveer twintig procent van de totale wereldwijde CO2-uitstoot bedraagt. Bij de onderhandelingen voor de opvolger van het Kyoto-protocol om de mondiale uitstoot van broeikassen te verlagen, speelt het verminderen van ontbossing dan ook een belangrijke rol. Dat is omdat het een van de goedkopere methodes is om de CO2-uitstoot te verlagen en omdat het veel andere positieve effecten kan hebben. Voor tientallen ontwikkelingslanden is ontbossing de grootste bron van de uitstoot van broeikasgassen. “Reducing Emissions from Deforestation and forest Degradation” (REDD) is dan ook een belangrijk onderdeel in de onderhandelingen om tot een klimaatovereenkomst te komen in Kopenhagen in december. Daarbij is het uitgangspunt dat met financiële steun van de industrielanden de ontbossing in ontwikkelingslanden wordt verminderd.

Ontbossing draagt 12% bij, niet 20%

De conclusie uit het artikel van Van der Werf et al. is dat de bijdrage van ontbossing tegenwoordig beduidend lager is: niet alleen omdat de CO2-uitstoot van ontbossing nu lager wordt ingeschat dan voorheen, maar óók omdat de CO2-uitstoot van fossiele brandstoffen de laatste jaren snel gegroeid is, waardoor de relatieve bijdrage van ontbossing verder afneemt. Hoewel ook in de nieuwe cijfers de onzekerheid groot is, concluderen de onderzoekers dat ontbossing nu niet voor circa 20%, maar ‘slechts’ voor 12% van de totale mondiale CO2-uitstoot verantwoordelijk is. Daarnaast zijn de emissies van de veengronden in de tropen verantwoordelijk voor 3 procent van de mondiale CO2-emissies. Deze bron valt officieel niet onder de definitie van ontbossing en werd in voorgaande onderhandelingen niet als een belangrijk onderdeel meegenomen. Vooral in Indonesië stoten veengebieden veel CO2 uit, nadat ze gedraineerd zijn om het land te kunnen gebruiken – bijvoorbeeld voor de aanplant van palmolieplantages.

Grootschalige ontbossing in Tasmanië zorgt ervoor dat de bodem vrij komt te liggen. Hierdoor vindt er extra snelle afbraak plaats van het organische materiaal. Dat betekent extra CO2-uitstoot.
Creative Commons

Het is daarom van belang voor de onderhandelingen in Kopenhagen in december om ook de uitstoot uit veengronden in het nieuwe klimaatverdrag mee te nemen. De onderzoekers maken in hun artikel dus twee zaken duidelijk:

1. Een nieuw klimaatverdrag zal effectiever zijn als de uitstoot uit de veengebieden wordt meegenomen. 2. Vermindering van ontbossing kan geen vervanging zijn voor het verminderen van de mondiale CO2-uitstoot door verbranding van fossiele brandstoffen, zoals steenkool, maar is wel een belangrijke mogelijkheid voor veel ontwikkelingslanden om hun uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

Terugdringen ontbossing moet niet ten koste gaan van andere maatregelen

Hoofdauteur Guido van der Werf van de Vrije Universiteit stelt: “Het is een lastige boodschap: iedereen wil graag dat de bossen beter beschermd worden en het is dan ook moeilijk om te vertellen dat ze wat CO2-uitstoot betreft minder belangrijk zijn dan wordt aangenomen. Toch hoeft het goede nieuws van lagere emissies nog geen slecht nieuws voor de bossen te betekenen: als emissies uit veengronden mee worden genomen is de totale bijdrage van ontbossing en veengronden met zo’n 15% toch nog een aanzienlijke bijdrage aan de CO2-uitstoot en dus nog steeds een belangrijke mogelijkheid om de mondiale CO2-uitstoot te verminderen”.

Referentie:

Van der Werf et al., 2009. CO2 emissions from forest loss. Nature Geoscience 2: 737-738.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Vrije Universiteit Amsterdam (VU).
© Vrije Universiteit Amsterdam (VU), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 08 november 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.