Je leest:

Big business

Big business

Topsporters in de Oudheid

Auteur: | 15 juni 2012

Strakke trainingsschema’s, speciale diëten en preparaten, fysiotherapie, massages en de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen. Het klinkt als de voorbereiding van topsporters op deze sportzomer. Toch was dit alles ook de oude Grieken niet vreemd. Sport – en daarmee ook de atleet – nam zelfs een belangrijkere plaats in de maatschappij in dan nu.

Beter zijn dan de rest. Een bekend motto uit de klassieke Griekse cultuur, waar vaders hun zonen mee opvoedden. Dit gold ook voor de sport, misschien wel juist voor de sport. In het vroege Griekenland van Homerus werden sport en competitie gezien als een goede training voor op het slagveld.

De beruchte Spartanen hadden het concept geperfectioneerd: jongens werden vanaf hun 7e jaar met ijzeren hand klaargestoomd voor het leger in speciale trainingskampen. Deze afgetrainde jongens deden het dan ook goed tijdens officiële sportwedstrijden en wonnen vele prijzen.

Olympia

De eerste Olympische Spelen werden waarschijnlijk gehouden in 776 voor Christus. Dit is allerminst zeker maar wordt algemeen aangenomen, aangezien de latere schrijver Hippias van Elis (5e eeuw voor Christus) dit jaartal noemt. De Olympische Spelen waren de oudste en belangrijkste Spelen. In de 6e eeuw voor Chr. voegden de plaatsen Delphi, Nemea en Isthmos zich bij het rijtje en samen met de Olympische spelen vormden zij de ‘Periodos’ of Spelenronde. In een periode van vier jaar konden de atleten eenmaal aan de Spelen van Olympia en Delphi meedoen en tweemaal aan de rest. Zij organiseerden de wedstrijden ter ere van de goden en de offerrituelen namen dan ook een groot deel van het toernooi in beslag.

Programma van de klassieke Olympische Spelen

- dag 1: eed van de atleten voor het beeld van Zeus - dag 2: paardenrennen en vijfkamp - dag 3: processie van alle deelnemers, de organisatie en de afgezanten van verschillende steden met daaropvolgend een offer van honderd runderen aan Zeus - dag 4: hardlopen en vechtsporten - dag 5: feest voor de overwinnaars

De Olympische Spelen duurden bijvoorbeeld vijf dagen waarvan maar twee dagen waren ingeruimd voor de competities. Deze oudste Spelen te winnen was de grootste eer die een atleet kon behalen. De prijs voor de kampioenen was een krans, gemaakt van takken van de heilige olijfboom. De heilige krans was een betere motivatie dan een grote som geld.

De Olympische Spelen zouden tot de laatste Spelen in de Oudheid vasthouden aan deze beloning. Sporters konden hun geld op een andere manier verdienen: zij werden rijkelijk beloond door hun stad wanneer ze overwinningen in de wacht sleepten. Zeker Olympisch kampioenen konden reken op een hoge beloning bij thuiskomst.

Gymnasion

De stad Athene voerde waarschijnlijk al in de 5e eeuw voor Chr. de dienstplicht in. Jongens van 18 en 19 jaar kregen hun militaire training in het gymnasion. Deze trainingsplek ontwikkelde zich tot een ontmoetingsplaats waar sporters niet alleen trainden maar ook les kregen. Bekende filosofen als Aristotales en Socrates onderwezen in de zuilengalerijen van het gymnasion.

Restanten van het gymnasion op Kos.

Wanneer de Hellenistische periode (323 v. Chr.–146 v.Chr.) aanbreekt, is de sportschool vanuit de buitenwijk naar het stadscentrum verhuisd en een sociale ontmoetingsplek bij uitstek geworden. Jongens van allerlei leeftijden en standen trainden nu hier, naast oudere mannen die hun conditie op peil wilden houden.

Boksen tegen een stootzak, sparren met andere sporters en de vermoeide spieren laten masseren na de training: het gymnasion en de trainingen werden steeds professioneler en richtten zich steeds meer op sport voor de competitie dan op militaire training. Om bijvoorbeeld goed voorbereid te zijn op de Olympische Spelen, begon de specifieke training al 10 maanden voor aanvang van dit evenement. Een maand voor de Olympische Spelen moesten de spelers zich vervolgens melden en trainden zij tot aan de start van de wedstrijden volgens het beleid van de organisatie.

Gekke lijfjes

Professionalisering en specialisatie: een ontwikkeling in de sport die ons bekend in de oren klinkt. Beriepen de vroege Grieken zich nog op de mystiek om hun sportprestaties te verbeteren, met de komst van het gymnasion veranderde dat.

Jorg Rousseeuw

Training zou de jongens beter maken. De steden stelden trainers aan om dit klusje te klaren en arme jongens met talent werden gesubsidieerd. De prestige van een stad steeg namelijk enorm als zij een sportheld binnen hun muren hadden en het liefst een Olympische.

De trainers deden dan ook alles om de prestaties van de jongens te verbeteren. Zij begeleidden de sporters op alle facetten en hadden niet alleen kennis van fysiotherapie, dieet en lichaamskunde maar ook van techniek en tactiek van de sport.

De trainer deed tijdens de loodzware trainingen voor hoe hij een bepaalde heupworp of greep wilde hebben. Hij keek naar de lichaamsbouw: zwaardere jongens waren geschikt om te worstelen en ranke jongens met lange ledematen gingen hardlopen. Wanneer dit was vastgesteld hielpen zij de natuur een handje door specifieke spiergroepen te trainen.

Kritiek

Filosofen, waaronder de bekende Euripides, hadden nogal eens kritiek op de specialisatie en professionalisering van de sport. Dikke boksers, een lichaamsbouw die ver afstond van het schoonheidsideaal, vonden ze geen gezicht en daarnaast hadden zulke sporters totaal geen nut op het slagveld. Ook de buitensporige beloningen vonden ze maar niets.

Dit kon nog wel eens doorschieten: op vazen zijn niet alleen atletische lichamen te zien maar ook de buitenproportionele lijven van vechtsporters, met enorme torso’s en kleine hoofdjes.

Vlees en handboeken

Naast professionele trainingsschema’s werden speciale diëten ontwikkeld. De vroege sporters teerden op een dieet van kaas of gedroogde olijven maar dit veranderde in de vijfde eeuw. De Arcadiër Dromeus was de eerste die overstapte op een vleesdieet en hij werd prompt tweemaal Olympisch kampioen lange afstanden, in 484 en 480 voor Chr. Nadat was ontdekt dat vlees een positieve uitwerking had op de kracht van sporters, stapten de trainers over op het vleesdieet voor hun spelers. En dat in een maatschappij waarin vlees duur was en voor de gewone man nauwelijks bereikbaar.

Naast het juiste voedsel had de trainer ook een arsenaal aan wondermiddeltjes tot zijn beschikking. Drugs bestond nog niet maar geneeskrachtige en stimulerende kruiden gebruikten ze wel om bijvoorbeeld steken in de zij tegen te gaan bij het hardlopen.

Trainingssessie

In Egypte is een stuk papyrus gevonden met daarop de letterlijke bevelen van een trainer aan zijn worstelende leerlingen. De tekst is vanuit het Grieks vertaald door de Katholieke Universiteit Leuven. Erg zachtzinnig klinkt het niet:

“Zet het midden ernaast en klem hem met je rechterarm vanaf het hoofd. Jij, omknel! Jij, pak hem op onder zijn arm! Jij, zet je schrap en klem hem! Jij, werp je rechterarm eronder! Jij, omknel hem aan de kant waar hij je probeert op te lichten en werp je linkerbeen naar beneden langs zijn zij. Jij, duw hem weg met je linkerhand! Jij, val hem aan en klem hem. Jij, draai om! Jij, klem hem langs twee kanten!”

De wetenschap was ook belangrijk voor trainers en ging hand in hand met ontwikkelingen in de sport. Wetenschappers bestudeerden namelijk onderwerpen die van groot belang waren voor de prestatieverbetering van de sporters.

Fysiologie van de spieren, de gevolgen van het eten van bepaald voedsel en het effect van kou of hete stoombaden op het lichaam. De trainers hadden vaak directe contacten met de wetenschappers, of haalden anders hun kennis uit boeken, en pasten de ontdekkingen direct toe in het gymnasion. Trainers schreven zelf ook hun ervaringen, kennis en adviezen op, zodat vanaf de 5e eeuw al verschillende handboeken in omloop waren om trainingen te verbeteren.

Kampioenen

De trainers moesten van alle markten thuis zijn en waren dan ook altijd oud-topsporters. De stad stelde trainers aan en betaalde hen, niet uit eigen buidel maar door geld op te halen bij rijke burgers. Zij gaven graag vanwege het prestige dat goede sporters met zich mee brachten. Wanneer een sporter uit een rijke familie kwam, en dus genoeg vrije tijd en geldelijke middelen had om te trainen, stapte hij na zijn sportcarrière uit de sportwereld.

De elite liet zich over het algemeen niet betalen voor hun werk. Maar wanneer een armere jongen met talent gesubsidieerd was door de stad tijdens zijn carrière, probeerde hij daarna vaak trainer te worden. Het betaalde aardig: meer dan de soldij van een soldaat en het beroep was een stuk minder gevaarlijk. Daarnaast straalde het prestige van de kampioenen natuurlijk ook op de trainer af.

Kampioenen waren namelijk echte helden bij de Grieken. De verering van topsporters is al eeuwen oud! Zeker de Olympisch kampioenen waren geliefd en de verhalen die over hen de ronde deden hadden vaak mythische proporties. De beroemde worstelaar Milon uit Kroton won in de 6e eeuw voor christus zes keer de Olympische Spelen en nog veel vaker andere wedstrijden. Hij was niet alleen een sportheld maar ook een soort Jerommeke: ongelofelijk sterk met een enorme eetlust. Hij zou rondgeparadeerd hebben met een hele stier op zijn nek.

Pankratiasten, naar een Grieks beeld uit de 3e eeuw voor Chr.
Wikicommons

Maar niet alleen kracht werd toegejuicht, ook slimme trucjes waren populair. Sostratos uit Sikyon, Olympisch kampioen van de Pankration (combinatie van worstelen en boksen), had de gewoonte zijn tegenstanders tot opgeven te dwingen door hun vingers te breken. Hij werd geprezen omdat hij zoveel overwinningen had behaald zonder te hoeven vechten.

Dit werd overigens niet gezien als valsspelen hoewel dat ook veelvuldig voorkwam, ondanks de aanwezige scheidsrechters.

Loukianos, een schrijver uit de 2e eeuw na christus beschrijft toen hij evenveel atleten oneerlijk zag vechten en de spelregels zag overtreden, doordat ze beten in plaats van zich te gedragen als pankratiasten, het als volgt: “Geen wonder dat de atleten van tegenwoordig door hun supporters ‘leeuwen’ worden genoemd.” En over de hardloper: “De slechte, onsportieve hardloper, die al zijn vertrouwen in zijn snelheid heeft verloren, neemt zijn toevlucht tot gemene trucjes en het enige waar hij zich om bekommert, is hoe hij zijn tegenstander door hem te hinderen of pootje te lichten tot stilstand kan brengen. Als dit hem namelijk niet lukt, zal hij nooit winnen.”

Bokswedstrijd

Theokritos, een dichter uit de 3e eeuw voor Chr, beschrijft vrij beeldend de gebruikte tactiek tijdens een bokswedstrijd. De grote en sterke Amykos wordt in de luren gelegd door de minder sterkere maar snellere Polydeukes. De laatste manoeuvreerde zich zo dat Amykos recht in de zon kwam te staan en niets meer zag. Polydeukes ontweek de krachtige slagen van Amykos totdat zijn armen waren uitgeput en hij ze steeds meer liet zakken. Polydeukes wist uiteindelijk de slecht verdedigende reus knock-out te slaan. Dit soort tactieken leerde een sporter van zijn trainer in het gymnasion.

Vanaf de 3e eeuw gingen steeds meer steden in heel Griekenland hun eigen Spelen organiseren, naast de prestigieuze Periodos. Zij gaven behoorlijke geldsommen weg als prijzengeld. En dat niet alleen: om Olympische kampioenen te lokken werd inschrijfgeld uitbetaald. De grootste uitbetaling ooit, zoals teruggevonden in de bronnen, is 30.000 drachmen. Een astronomisch bedrag in vergelijking met het jaarsalaris van een Romeinse soldaat, dat tussen de 225 en 300 drachmen lag. De meestvoorkomende geldprijzen lagen tussen de 500 drachmen voor de vijfkamp en 3000 drachmen voor de Pankration. Genoeg dus om van te kunnen leven en dat gebeurde dan ook: sport was ook toen al een beroep geworden en bleef dat tot aan het einde van de Oudheid.

Bronnen

  • M.I. Finley en H.W. Pleket, Olympische spelen in de Oudheid (Amsterdam 2004)
  • Nikolaos Kaltas, Agon (National Archeological Museum Athens 2004) Voor de kaders en quotes:
  • Ancient Olympics, Katholieke Universiteit Leuven.
  • C. Hupperts ea, Olympische Spelen. Sport en opvoeding in de Griekse Oudheid. Een bronnenboek (Leeuwarden,1989)

Lees meer op kennislink over sporten in de Oudheid:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 juni 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.