Je leest:

Bierbuik is een hersenziekte

Bierbuik is een hersenziekte

Auteur: | 7 december 2002

Suikerziekte is misschien te wijten aan een verstoorde balans in het autonome zenuwstelsel. Onderzoekers van het NIH suggereren dit nadat ze erachter kwamen dat buikvet en onderhuids vet door aparte zenuwen aangestuurd worden.

De rehabilitatie van vet, daar werkt oio en geneeskundige Felix Kreier van het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek aan. Vet is een orgaan, het maakt hormonen en het wordt aangestuurd door verschillende zenuwen. Sterker nog: vet en vet is twee, want buikvet wordt door andere zenuwen geïnnerveerd dan onderhuidsvet. Deze verrassende vinding beschrijven Kreier en collega’s in een recent verschenen publicatie (zie kader).

‘De hersenen gebruiken parasympathische zenuwen om vet te laten groeien’, vat Kreier het onderzoek samen. Parasympathische zenuwen zijn betrokken bij het opslaan van energie tijdens rustperioden, ze vormen één arm van het autonome zenuwstelsel. De andere tak bestaat uit sympathische vezels, die zorgen juist voor activatie van het lichaam en het vrijmaken van energie. De rol van het autonome zenuwstelsel bij het opslaan van vet is medisch interessant vanwege een explosief stijgende welvaartsziekte, het ‘metabole syndroom’. Dat is diabetes mellitus type II – waarbij de concentratie insuline in het bloed heel hoog is, maar het lichaam daar niet meer op reageert – gecombineerd met een hoge bloeddruk, een verstoorde leverfunctie en veel buikvet.

‘Ouderdomssuikerziekte mag je dat al niet meer noemen!’, vertelt Kreier geanimeerd. ‘Een kwart van alle nieuwe gevallen van diabetes onder kinderen in Amerika bestaat uit dit metabole syndroom. Deze ziekte wordt echt een major headache voor artsen in rijke landen.’

Sporten

En dat terwijl de remedie eigenlijk heel eenvoudig is. ’In Amerika hebben ze een groep vrouwen met dit syndroom laten sporten. De dames vielen niet af, hun body-mass index bleef gelijk, maar ze hadden daarna wel minder buikvet. Accuut was de insuline-gevoeligheid van het lichaam, vooral spieren, gestegen. Mensen met het metabole syndroom kúnnen verbazingwekkend snel herstellen.

’Daarmee komt Kreier tot de kern van de zaak. Veel buikvet is slecht. Een bierbuik is een zeer goede voorspellende factor voor het krijgen van het metabole syndroom. De bierbuik krijgt daardoor nogal eens de schuld van het metabole syndroom. Dat hoeft niet zo te zijn, vindt Kreier. Met de resultaten van zijn onderzoek in de hand legt hij uit waarom. De specialisatie van het autonome zenuwstelsel – aparte zenuwen voor buik- en huidvet – trekt hij door naar het hele lichaam. Zijn hypothese is dat het autonome zenuwstelsel het lichaam onderverdeelt in compartimenten die apart aan te sturen zijn.

Het metabole syndroom is volgens deze hypothese dan te wijten aan een verstoorde balans in de aansturing van die compartimenten. Te veel parasympathische of energiesparende, activiteit in het buikcompartiment leidt tot een overmatige aanmaak van buikvet en een verstoorde werking van de lever en de insulinemakende pancreas. Aan de andere kant van de balans heeft het borstcompartiment, met het hart, te kampen met te veel sympathische of activerende, prikkels. Dat zou de hoge bloeddruk bij het metabole syndroom verklaren.

Grijns

‘Wij denken dat de bierbuik niet de oorzakelijke factor is van het metabole syndroom, het is een gevolg ervan. De oorzaak ligt in het autonome zenuwstelsel. Dat betekent: diabetes type II is een hersenziekte.’ De NIH-onderzoeker grijnst bij deze licht provocerende samenvatting. De rol van ons brein wordt weer eens benadrukt. ‘De hersenen zijn de dirigent van het lichaam.’

Hoe nu verder? ‘Clinici zijn dolenthousiast, die wachten op een toepassing op basis van deze resultaten.’ Toepassing is een eufemistische uitdrukking voor medicijn. Als een verstoring in het autonome zenuwstelsel leidt tot het metabole syndroom, dan moet het mogelijk zijn het zenuwstelsel bij te sturen. Er zijn genoeg stoffen die ingrijpen op de prikkeloverdracht. Denk maar aan het antidepressivum Prozac (het verhoogt de concentratie van de neurotransmitter dopamine) of aan angstonderdrukkende medicijnen die de concentratie serotonine beinvloeden.

Maar een pil tegen diabetes type II is nog ver weg. Het is namelijk nog onbekend welke neurotransmitter de vetzenuwen gebruiken. ‘Men dacht altijd dat acetylcholine de transmitter van het autonome zenuwstelsel was, maar voor vet gaat dat niet op. Mede daarom is de parasympathische innervatie van vet ook lange tijd over het hoofd gezien. Misschien is stikstofmonoxide, NO, wel de neurotransmitter, maar dat moeten we nog uitzoeken.’

Bierbuiken en oestrogeen

Mannen krijgen makkelijk een bierbuik, terwijl bij vrouwen de kilootjes zich meer verdelen over het hele lichaam. De oorsprong van deze verdeling zou wel eens kunnen liggen in de dorsale motor nucleus van de hersenzenuw nervus vagus (DMV) in de hersenstam. Daar beginnen de neuronen die naar buikvet of naar huidvet lopen. Omdat de DMV dit onderscheid maakt, biedt de kern een aanknopingspunt voor de vormverschillen tussen mannen en vrouwen. Want de zenuwcellen bevatten onder andere receptoren voor hormonen zoals oestrogeen. De vrouwelijke vetverdeling zou dan het gevolg zijn van parasympathische huidvet-neuronen die meer oestrogeenreceptoren bevatten dan de zenuwcellen die buikvet bevorderen. Oestrogeen stimuleert dan direct de aanmaak van ‘vrouwelijk’ onderhuids vet.

Elke vetkwab heeft een eigen zenuw

‘Een bont gezelschap’, van hersenonderzoekers, endocrinologen en internisten werkten gebroederlijk samen voor het onderzoek dat in november in The Journal of Clinical Investigation gepubliceerd is. Eerste auteur Felix Kreier legt uit waarom dat nodig was. ‘Endocrinologen werken vanuit een gedecapiteerd, hoofdloos model van het lichaam, terwijl hersenonderzoekers vaak geïrriteerd zijn dat er nog zo’n bloederig lichaam aan de hersenen hangt.’

De combinatie levert nieuwe inzichten op. Van vetweefsel was al bekend dat er sympathische zenuwen heen lopen. Het sympathische zenuwstelsel zorgt voor het vrijmaken van energie als het lichaam in een actieve toestand verkeert. Stimulatie van vetweefsel door sympathische zenuwen zou dus leiden tot vetafbraak. Het uitblijven van sympathische stimulatie zou dan vetopbouw veroorzaken.

De werkelijkheid is iets ingewikkelder. Bij een nauwkeurige anatomische analyse van ratten meenden Kreier en collega’s ook parasympathische zenuwvezels (de energiesparende tegenhangers van sympathische zenuwen) op vetkwabben te zien uitkomen. Ze bewezen dit door alle zenuwen behalve de parasympathische door te snijden. Vervolgens injecteerden ze de vetkwab met een virus dat neuronen infecteert met onder andere een kleurstof. Het virus klimt ‘omhoog’ in de zenuwbaan en het kan bij de synaps zelfs overspringen naar een volgend neuron. ‘Op die manier kun je een commandoketen van neuronen aantonen’, verklaart Kreier.

Omhoogklimmend komt het virus uiteindelijk aan in het gebied in de hersenstam waar de parasympathische neuronen ontspringen, de dorsale motor nucleus van de hersenzenuw nervus vagus (DMV). Daar zag Kreier de kleurstof keurig verschijnen. Daarmee was de parasympathische innervatie van vetkwabben sluitend aangetoond.

Vanuit de hersenstam lopen aparte parasympathische zenuwen naar buik- en naar onderhuids vet. Onderzoekers van het NIH hebben dit aangetoond door verschillende vetkwabben te infecteren met een virus dat een gekleurde merkstof meedraagt. Het virus besmet de neuronen die contact maken met het vetweefsel en vervolgens ‘kruipt’ het omhoog door de keten van zenuwcellen. In de hersenstam zijn de besmette cellen zichtbaar aan een groene of rode kleur. In een oogopslag maakt dat duidelijk dat er aparte zenuwbanen naar verschillende soorten vet lopen. Voor sympathische zenuwen was dit al bekend, het is nieuw dat vet ook aangestuurd wordt door parasympathische vezels.
Bionieuws, Frank Bierkenz / Rinze Benedictus 2002

Op naar de volgende stap. Wederom sneden Kreier en collega’s bij ratten alle vetzenuwen door behalve de parasympathische. Ook injecteerden ze de vetkwabben met een kleurstof-dragend virus. Maar – heel subtiel – buikvetkwabben werden geinfecteerd met een ‘groen’ virus en onderhuidse vetlagen kregen een ‘rood’ virus toegediend. Als de kleurstoffen samen in één zenuw terecht komen, levert dat een gele kleur op. Maar wat zag Kreier? In de kern waar de neuronen ontspringen verscheen een patroon van rode en groene stipjes. De mengkleur geel was niet zichtbaar. Conclusie: vanuit de DMV lopen gescheiden zenuwen naar buik- en naar huidvet.

Dit resultaat was al nieuw, maar de onderzoekers gingen verder. Want wat doen die vetzenuwen eigenlijk? Om daar achter te komen sneden de onderzoekers juist de parasympathische zenuw door. In het vetweefsel daalde hierdoor de opname van glucose en vrije vetzuren terwijl de activiteit van het vetafbrekende enzym hormonesensitive lipase juist erg steeg. Verder daalde de produktie van het hormoon leptine in het vetweefsel. Dit hormoon vertelt de hersenen hoeveel vet er in het lichaam is.

Met andere woorden: door het wegvallen van de parasympathische stimulatie komt het vetweefsel in een toestand terecht die berekend is op het vrijmaken van energie. Je kunt het ook omgekeerd zien. Kreier: ‘De parasympathische zenuw duwt het vetweefsel normaliter in een anabole of energiesparende houding.’

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 07 december 2002

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.