Je leest:

Beweging maakt muizen slim

Beweging maakt muizen slim

Auteur: | 30 juli 2007

In reactie op rennen in een tredmolen gaan muizen meer zenuwcellen aanmaken en betere leerprestaties leveren.

Lichaamsbeweging heeft een positieve invloed op de leerprestaties van muizen. Dat blijkt uit Gronings onderzoek waarop biologe Karin van der Borght vorige week vrijdag promoveerde. Van der Borght: ‘Als je een laboratoriummuis een tredmolen aanbiedt gaat hij steeds meer rennen, uiteindelijk twaalf of dertien kilometer per nacht.’

De getrainde muizen werden in een zogenaamde Y-test op hun vaardigheid vergeleken met ongetrainde muizen. De Y-test is een klein doolhof waarvan de lange arm uitkomt op een splitsing naar twee kortere armen. Op het uiteinde van één van de twee armen ligt voer. Van der Borght: ‘Muizen zonder tredmolen in de kooi hebben ongeveer veertig trials nodig voordat ze geleerd hebben waar het voer ligt, muizen die in de tredmolen hebben gelopen weten het al na vijf keer.’

De onderzoekster keek ook naar het effect van lichaamsbeweging na een leertaak. Ze vergeleek muizen die eerst de Y-test deden: een groep kreeg vervolgens een tredmolen, de andere niet. Na een paar dagen werden beide groepen vergeleken. ‘De muizen die in de tredmolen hadden gerend presteerden gelijk veel beter. Bij de dieren zonder lichaamsbeweging, duurde het langer voordat ze weer snel het voer vonden.’

Van der Borght: ‘Het resultaat is heel verrassend, we zagen het effect al na drie dagen. De biologische verklaring is niet helemaal duidelijk. Je zou kunnen vermoeden dat lichaamsbeweging is gekoppeld aan exploratie van een nieuwe omgeving en dus ruimtelijk leren.’

Taxichauffeurs

De hippocampus ligt binnenin het brein en is betrokken bij leren en geheugenfuncties, al wordt in de hippocampus zelf geen informatie opgeslagen. Van der Borght. ‘Alle informatie passeert de hippocampus. Dit hersengebiedje heeft een bufferfunctie en het dient als filter voordat de informatie wordt doorgestuurd naar de hersenschors.’ Het is bijvoorbeeld bekend dat taxichauffeurs uit Londen, die het gehele stratenplan uit het hoofd moeten leren, een grotere hippocampus hebben. Maar dat heeft weinig met lichaamsbeweging te maken.

Er bestaan vermoedens dat er ook positieve effecten van lichaamsbeweging te verwachten zijn bij mensen, er wordt zelfs onderzoek gedaan naar activiteit bij patiënten met Alzheimer. Maar de extrapolatie van de inzichten uit muizen naar de mens is niet rechtlijnig, stelt Van der Borght. In ieder geval is even op de hometrainer zitten voor een tentamen niet zinvol. ‘Zo acuut werkt het niet, dat soort processen verlopen bij de muis veel sneller dan bij mensen. Het is bij mensen veel complexer om het effect van beweging op leertaken vast te stellen, bijvoorbeeld doordat mensen die veel bewegen vaak ook gezonder eten.’

De invloed van voeding op neurogenese in het volwassen brein is overigens het nieuwe onderzoeksproject van Van der Borght, die inmiddels als post-doc in het Zweedse Lund werkt. Celdeling in de hippocampus is een fraaie uitzondering op het oude idee dat zenuwcellen in een volwassen brein nooit meer delen. ‘Er worden in dat hersengebied constant nieuwe cellen aangemaakt. Het is veel dynamischer dan men lange tijd dacht.’

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 juli 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.