Je leest:

Betere communicatie, meer donoren

Betere communicatie, meer donoren

Ondanks loodzware dialyse en lange wachttijden voor een nier van een overleden donor maken veel nierpatiënten geen gebruik van een levende donor. Het probleem: het is moeilijk om over te praten met je naasten. Want 80% van de naasten blijkt open te staan voor het idee om donor te zijn.

Ondanks grote voordelen willen of kunnen niet alle nierpatiënten op de wachtlijst zich aanmelden voor nierdonatie bij leven. Nierpatiënten vinden het moeilijk om het onderwerp donatie bij leven te bespreken met de mensen in hun naaste omgeving. Verbetering in deze communicatie kan de bereidheid tot doneren en ontvangen van een nier vergroten. Het ziekenhuis kan dit professioneel bevorderen. Dit concludeert drs. Leonieke Kranenburg, onderzoeker aan het Erasmus MC in het proefschrift waar zij 27 juni op promoveert.

De laatste 20 jaar is het aantal transplantaties van nieren van overleden donoren ongeveer gelijk gebleven. Het aantal donaties van nieren door levende donoren is sterk gestegen. In Erasmus MC is inmiddels 60% van het aantal niertransplantaties van levende donoren. In principe kan dit bij vrijwel alle nierpatiënten die op de wachtlijst voor transplantatie staan. Toch maken veel van deze nierpatiënten geen gebruik van deze mogelijkheid, ondanks de lange wachttijden voor een nier van een overleden donor en de loodzware dialyse als enige alternatief.

Ondanks loodzware dialyse en lange wachttijden voor een nier van een overleden donor maken veel nierpatiënten geen gebruik van een levende donor. Het probleem: het is moeilijk om over te praten met je naasten.

Een nier van een naaste

Bij de zogenaamde ‘living related’- vorm van transplantatie staat bijvoorbeeld een partner, vriend of familielid zijn nier af aan de patiënt. Op deze manier omzeilt de patiënt de wachtlijst en profiteert hij bovendien van de betere kwaliteit van een nier van een levende donor: gemiddeld gaat een nier van een levende donor tien jaar langer mee dan een nier van een overleden donor. Dat niet méér patiënten gebruik maken van deze mogelijkheid, komt omdat de patiënt terughoudend is tegen een eventuele levende donor. De communicatie hierover is een delicaat proces, waarbij uiteenlopende overwegingen een rol spelen.

Zo willen patiënten in principe graag een nier ontvangen van een levende donor: bijna 80% zou een nier van een naaste accepteren. Maar als de potentiële donor niet spontaan aanbiedt om een van zijn nieren te doneren, dan ziet de patiënt dit over het algemeen als een weigering om te doneren. Soms is die interpretatie terecht, maar het omgekeerde komt ook veel voor: een even groot deel van de mogelijke donoren in de studie stond open ten opzichte van het idee om zelf donor te zijn. De rest van de mogelijke donoren twijfelt.

Bijna 80% van de nierpatiënten zou een nier van zijn naaste accepteren. En dat komt goed uit, want ongeveer 80% van de naasten staat open voor het idee om zelf donor te zijn.

De patiënten en de mogelijke donoren bevinden zich dus in een lastige situatie: het uitwisselen van informatie en gevoelens in een veilige omgeving zou voldoen aan de wens van beiden, maar hier stokt nu juist de communicatie. Patiënten en mogelijke donoren zouden daarom baat kunnen hebben bij professionele begeleiding op maat vanuit het ziekenhuis.

Andere vormen van doneren bij leven

Een andere mogelijkheid voor donatie bij leven is een ‘cross-over donatie’: hierbij ruilt men de donornier met een ander patiënt/donor paar, omdat de patiënt en zijn naaste medisch niet bij elkaar passen. Er werd lang gedacht dat dit psychisch extra belastend was voor de patiënten en donoren, maar uit het onderzoek van Kranenburg blijkt dat dit niet het geval is.

Ook ontwikkelde Kranenburg een protocol voor zogenaamde ‘altruïstische donatie’. Hierbij staat een levende donor een nier af aan een onbekende. Men is doorgaans erg terughoudend met dit soort donaties omdat men psychische problemen bij de altruïst vermoedt: toch lijken de eerste onderzoeksresultaten naar dit type donaties gunstig. Het merendeel van de Nederlanders beschouwt financiële prikkels (betaling, korting op de zorgverzekering etc.) om het aantal nierdonoren te vergroten nog steeds als onwenselijk.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Erasmus Universiteit Rotterdam.
© Erasmus Universiteit Rotterdam, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 26 juni 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.