Je leest:

Bètatalent blijft onbenut

Bètatalent blijft onbenut

Auteur: | 30 mei 2007

Van alle meisjes in 3-vwo kiest maar zo’n 1 op de 20 voor het meest exacte profiel natuur en techniek. En dat terwijl 26% duidelijk een bètatalent heeft. Vooroordelen van de meisjes zelf, hun ouders en de school lijken een belangrijke rol te spelen in die keuze.

Veel scholieren met talent voor exacte vakken kiezen toch niet voor het profiel dat daar het beste bij aansluit. Slechts één op de vijf meisjes met hoge prestaties in de exacte vakken in vwo-3 kiest voor het daarbij passende profiel natuur en techniek en benutten daarmee hun bètatalent. Dat blijkt uit onderzoek van dr. Annemarie van Langen van de Radboud Universiteit, gebaseerd op gegevens van meer dan 1600 vwo-leerlingen.

Goede studievoorlichting doorbreekt vooroordelen

Dat leerlingen hun bètatalent niet of niet optimaal benutten, heeft voor een belangrijk deel te maken met de interesse van de leerlingen voor bepaalde vervolgopleidingen en beroepskenmerken en met het advies van ouders en scholen. Het lijkt erop dat veel leerlingen voorkeuren ontwikkelen zonder precies te weten wat de meeste studies en beroepen inhouden. Hierin schuilt het gevaar dat de leerlingen kiezen op basis van hun vooroordelen en stereotyperingen, of die van hun ouders of school. Goede studievoorlichting kan dat wellicht voorkomen.

Hoewel ongeveer 1 op de 4 meisjes hoge cijfers haalt op wiskunde, natuurkunde en scheikunde, kiezen er in totaal maar zo’n 1 op de 20 voor het meest exacte profiel: natuur en techniek.

Vooral meisjes benutten hun bètatalent niet optimaal

Van de meisjes bleek 26% geschikt te zijn voor om het natuur en techniek profiel te kiezen, tegen 37% van de jongens. Toch kiest maar ongeveer 1 op de 5 bètameisjes voor natuur en techniek. Dat komt omdat ze een voorkeur voor natuur en gezondheid of een maatschappijprofiel hebben. Ook het feit dat hun ouders ze vaak afraadden om het meest exacte profiel te kiezen speelde een grote rol.

Jongens halen iets minder vaak niet het maximale uit hun bètatalent dan meisjes: dit geldt voor 31% van mannelijke 3-vwo’ers. De redenen hiervoor zijn overwegend dezelfde als bij hun vrouwelijke klasgenoten: ze hebben andere interesses of worden door hun ouders of de school geadviseerd iets anders te kiezen. Tot slot blijkt voor jongens en meisjes ook het plezier dat ze hebben in natuurkunde en hoe nuttig ze het vinden voor hun eigen toekomst, belangrijk in het uiteindelijke besluit om voor een bètaprofiel te kiezen.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 mei 2007
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.