Je leest:

Berichtgeving over allochtonen en criminaliteit niet objectief

Berichtgeving over allochtonen en criminaliteit niet objectief

Auteur: | 3 januari 2006

Er wordt de laatste tijd veel gediscussieerd over de berichtgeving over etnische minderheden en geweld. In 2004 was daar veel aanleiding toe. Murat D. die zijn leraar in januari 2004 neerschoot en in november de moord door Mohammed B. op Theo van Gogh. Kranten schrijven veel over dit soort onderwerpen, maar in hoeverre komt de berichtgeving over allochtonen en criminaliteit overeen met de werkelijkheid?

Marokkaanse etniciteit wordt te vaak genoemd

In haar afstudeeronderzoek aan de Universiteit Twente stelde Stiana Sibon zich nagenoeg dezelfde vraag. Zij onderzocht of het Algemeen Dagblad, NRC Handelsblad, De Telegraaf en de Volkskrant een representatief beeld geven van Antillianen, Marokkanen, Surinamers en Turken die in aanraking komen met criminaliteit in vergelijking met Nederlanders. De artikelen waren afkomstig uit april, mei, juni, oktober, november en december uit 2001 en stonden op de voorpagina of op de pagina’s ‘Binnenland’.

Percentage artikelen per dagblad per etniciteit (2001). In de tabel is te zien welke dagbladen te vaak of te weinig een etniciteit noemt in misdaadartikelen. Het aandeel van de vijf etniciteiten in werkelijke misdaadcijfers is te vinden in de onderste rij van de tabel. De sterretjes geven aan welke dagbladen te veel afwijken van de werkelijkheid. Er is, behalve naar de resultaten van alle dagbladen apart, ook gekeken naar de resultaten van de dagbladen gezamenlijk. Die resultaten zijn te vinden in de bovenste rij van de tabel.

Over de gehele linie worden de Antilliaanse en de Surinaamse etniciteit te weinig genoemd in misdaadartikelen en de Marokkaanse te vaak. Vooral NRC Handelsblad en De Telegraaf noemen te vaak de Marokkaanse etniciteit in combinatie met criminaliteit. Het NRC Handelsblad heeft het ook – samen met het Algemeen Dagblad – te vaak over Nederlandse criminelen dan op basis van de daadwerkelijke misdaadcijfers verwacht mag worden.

Stiana Sibon schreef haar afstudeerscriptie Berichtgeving over allochtonen en criminaliteit voor haar studie toegepaste communicatiewetenschap aan de Universiteit van Twente.

Berichten over allochtonen criminelen vaak te opvallend in de krant

Naast de hoeveelheid aandacht is er ook gekeken naar de plaatsing en vormgeving van artikelen. Hebben krantenartikelen waarin de Antilliaanse, Marokkaanse, Surinaamse en Turkse etniciteit worden genoemd, een opvallender lay-out dan die waarin Nederlanders worden genoemd?

Er is gelet op de volgende onderdelen: • Omvang artikel • Omvang koppen • Aantal woorden • Illustratie en omvang • Paginanummer • Plaats op de pagina

De plaatsing en vormgeving van artikelen waarin Antillianen in aanraking komen met criminaliteit is het vaakst opvallend. Op de gedeelde tweede plaats staan artikelen waarin Marokkanen of Turken worden genoemd. Artikelen waarin Nederlanders in aanraking komen met criminaliteit staan op de vierde plaats en de plaatsing en vormgeving van artikelen waarin Surinamers in aanraking komen met criminaliteit zijn het minst opvallend.

In 2004 niet vaker maar wel opvallender geschreven over Marokkanen en criminaliteit Tot nu toe ging het over artikelen uit zes maanden uit 2001. Maar sinds 2001 is er wel wat veranderd in Nederland: integratie en de multiculturele samenleving is steeds meer onderwerp van debat geworden. Welke invloed heeft dit gehad op mediaberichtgeving over allochtonen en criminaliteit? Om hier achter te komen zijn artikelen uit april en mei uit 2004 vergeleken met artikelen uit april en mei uit 2001.

In de tabel is te zien in welk percentage van de artikelen uit april en mei 2001 in vergelijking met artikelen uit april en mei 2004 een etniciteit wordt genoemd per dagblad. Opvallend is dat het percentage artikelen van alle etniciteiten, met uitzondering van de Antilliaanse, is gedaald in 2004 ten opzichte van 2001. Dat vaker bericht werd over Antillianen in verband met criminaliteit, is voornamelijk te wijten aan een bendeoorlog in mei 2004 in Den Helder waarbij veel Antilliaanse jongeren betrokken waren.

Percentage artikelen per dagblad per etniciteit in april en mei 2001/2004

Een oorzaak voor de daling van het percentage artikelen waarin de Turkse, Surinaamse of Marrokaanse etniciteit wordt genoemd, is moeilijk te vinden. Weliswaar is volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek het aantal misdrijven in 2003 afgenomen, uit een rapport van Moolenaar (2003) blijkt dat de prognose is dat deze daling niet doorzet. Vooral het aantal geweldsmisdrijven zal toenemen. Dit kan dus ook geen oorzaak zijn voor het afnemende aantal artikelen over criminaliteit. Meer in het oog springend is het verschil in de plaatsing en vormgeving tussen artikelen uit 2001 en uit 2004 is dat de plaatsing en vormgeving van artikelen waarin de Marokkaanse etniciteit wordt genoemd. Deze is in 2004 opvallender is dan in 2001, terwijl voor artikelen waarin één van de overige etniciteiten wordt genoemd geldt dat de artikelen uit 2001 opvallender zijn.

Media beïnvloedt publieke opinie met negatief beeld Marokkanen

Het onderzoek van Stiana Sibon levert bewijs dat in de landelijke dagbladen niet objectief wordt bericht over allochtonen en criminaliteit. Vooral de Marokkanen komen er slecht af: niet alleen wordt deze etniciteit vaker genoemd in verband met criminaliteit dan gerechtvaardigd is op basis van de werkelijke misdaadcijfers, de berichtgeving is ook te opvallend en heeft tussen 2001 en 2004 een steeds prominentere positie in de kranten gekregen.

De publieke opinie wordt mede bepaald door de dagbladen

Dit is op zich al een kwalijke zaak, maar in het licht van een belangrijke theorie in de massacommunicatie kan dit ook nog eens grote consequenties hebben voor de publieke opinie over Marokkanen en criminaliteit. Deze theorie – de agendasetting theorie genoemd – stelt namelijk dat juist die onderwerpen waar de media veel over bericht, op de ‘agenda’ van het publiek komen. Cohen vatte al in 1963 deze theorie pakkend samen: " The press may not be successful much of the time in telling people what to think, but it is stunningly successful in telling people what to think about."

In deze afbeelding is te zien hoe de onderwerpen die door de media als belangrijk worden beschouwd (media-agenda), beïnvloedt welke onderwerpen het publiek als belangrijk beschouwt (publieksagenda).

Bovendien is de plaatsing en vorm van een artikel relevant voor de publieke opinie. In hoeverre het publiek een onderwerp als belangrijk beschouwt, wordt volgens onderzoek in dagbladen bijvoorbeeld bepaald door een onderwerp op de voorpagina te zetten. Ook grote koppen boven een artikel zorgen ervoor dat het publiek het onderwerp belangrijk gaat vinden.

Voor de publieke opinie kan de subjectieve berichtgeving van de Nederlandse dagbladen over Marokkanen en criminaliteit dus grote gevolgen hebben. Door hier vaker over te schrijven dan gerechtvaardigd is en deze berichten opvallend in de krant te plaatsen, gaan de lezers meer nadenken over criminele Marokkanen en zullen ze zich hier eerder een mening over vormen. Hierdoor bestaat het risico dat de landelijke dagbladen door hun gebrek aan objectiviteit in negatieve zin bijdragen aan integratie en de multiculturele samenleving.

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Twente.
© Universiteit Twente, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 januari 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.