Je leest:

Benzeen minder gevaarlijk dan gedacht.

Benzeen minder gevaarlijk dan gedacht.

Auteur: | 30 september 2004

De gezondheidseffecten van blootstelling aan benzeen lijken minder erg dan tot nu toe werd aangenomen. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Maastricht naar blootstelling van huidige en voormalige werknemers van DSM’s Caprolactamfabriek in Geleen, uitgevoerd in samenwerking met TNO Chemie. Hoewel de werknemers door de jaren heen aan relatief hoge concentraties benzeen zijn blootgesteld, hebben zich volgens de onderzoekers geen extra gevallen van leukemie voorgedaan. Het onderzoek verschijnt binnenkort in het wetenschappelijke tijdschrift ‘Annals of Epidemiology’.

Het tijdschrift ‘Chemiemagazine’ van de Vereniging Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) wijdde vorige week in het septembernummer een artikel aan het Limburgse onderzoek. De conclusies zijn de industrie welgevallig, omdat ze de noodzaak van een verlaging van de MAC waarde voor benzeen ondergraven. Deze MAC-waarde, de ‘maximaal aanvaarde concentratie’, is een blootstellingsniveau waarin werknemers gedurende acht uur per dag kunnen werken zonder daarbij onaanvaarbare gezondheidsrisico’s te lopen. Sinds in de tachtiger jaren bekend werd dat blootstelling aan benzeen leukemie kan veroorzaken, is de MAC waarde flink aangescherpt tot 1 ppm (part per million). Verdere verlaging met nog eens een factor 10 wordt overwogen door de verantwoordelijke overheidsinstanties. Het recente wetenschappelijke onderzoek kan een argument zijn tegen die verlaging.

Industriecomplex Chemelot bij Geleen met onder andere de caprolactamfabriek. Beeld: DSM

Benzeen behoort tot de top twintig van meest gebruikte stoffen in de chemische industrie. Alleen al in Europa gaat het om vijf miljoen ton per jaar. Een van de toepassingen is bij de productie van Caprolactam, de grondstof voor nylon-6. DSM is sinds 1951 actief op dat gebied, eerst in een proeffabriek, later op grote schaal. Benzeen is grondstof, maar ook extractiemiddel om Caprolactam te zuiveren.

‘Tot in de jaren zestig werd benzeen niet gevaarlijk geacht’, vertelt Gerrit Stokman. De Limburger heeft bijna veertig jaar bij DSM gewerkt waarvan een groot aantal jaren in de Caprolactamfabriek. ‘Destijds rook je benzeen. Dat betekent dat de concentratie in de lucht toch altijd minimaal zo’n 5 a 10 ppm moet zijn geweest. Je maakte je handen schoon met benzeen. En als er een pomp gerepareerd moest worden, lieten de monteurs de resterende inhoud zo over de vloer in het afvoergootje lopen. Je moest alleen zorgen dat je niet op je schoenen door een plas benzeen liep, want dan loste de lijm van je zolen op.’

Dat veranderde in de loop van de jaren zestig. Toen bleek dat benzeen toch niet zo onschuldig was als men dacht. Blootstelling aan te hoge concentraties kon hoofdpijn, duizeligheid en soms zelfs bewusteloosheid veroorzaken. Bij langdurige en hoge blootstelling werd ook het bloedbeeld beïnvloed. Stokman: ‘In die periode zijn allerlei technische maatregelen genomen om de blootstelling tegen te gaan. Verder moest je bij de benzeenextractie voortaan een gasmasker op. Dat was ongekend; dat gebeurde normaal gesproken alleen bij heel giftige stoffen, zoals fosgeen. Omdat het zo’n plotselinge omslag was, duurde het even voordat mensen hun gedrag aanpasten, maar uiteindelijk hebben we de blootstelling toen flink weten terug te dringen tot onder de 10 ppm.’

Computerbeeld van de structuur van benzeen.

Kankerverwekkend

Niet genoeg zo bleek eind jaren zeventig. Toen werden de resultaten bekend van een studie onder (oud-)werknemers van een Pliofilm-fabriek, een bedrijf in Amerika dat rubber regenjassen maakte. ‘De aanleiding voor de studie was een onverwacht groot aantal gevallen van overlijden door leukemie’, vertelt Gerard Swaen, universitair hoofddocent Epidemiologie aan de Universiteit van Maastricht. ‘Waar je statistisch gezien één geval zou verwachten, bleken het er vier te zijn. Nader onderzoek leerde dat er inderdaad significant meer gevallen van leukemie voorkwamen onder werknemers die vanaf 1936 met benzeen hadden gewerkt.’

De vinding werd bevestigd door onderzoek in Italië, Turkije en China onder mensen die als schilder, schoenmaker of drukker aan benzeen waren blootgesteld. Ook onder hen kwam meer leukemie voor dan je zou mogen verwachten. Onderzoek bij proefdieren liet zien dat blootstelling aan (hoge) doses benzeen leidde tot chromosomale afwijkingen en schade aan beenmergcellen, maar niet tot leukemie.

De gegevens over kankerrisico’s bij mensen vormden voldoende aanleiding voor het Internationale Agentschap voor Onderzoek naar Kanker (IARC) om vast te stellen dat benzeen kankerverwekkend is. Naar aanleiding daarvan werd halverwege de jaren negentig de Nederlandse MAC-waarde voor benzeen verlaagd naar 2,5 en vervolgens naar 1 ppm (een deel per miljoen = 3,25 mg/m3). Op dit moment wordt er gediscussieerd over een verdere verlaging van de MAC-waarde.

Aanvullend onderzoek

‘Naar aanleiding van die discussie vroeg de VNCI ons een jaar of vier geleden of we aanvullend epidemiologisch onderzoek konden doen onder werknemers die langdurig blootgesteld zijn geweest aan zuivere benzeen’, zegt Theo Scheffers, arbeidshygiënist en epidemioloog bij Chemelot, een service-organisatie voor de chemiebedrijven DSM en SABIC in Geleen. ‘De Caprolactamfabriek was een goede kandidaat, mede omdat er nog een uitstekend archief bestond van personeels- en fabrieksgegevens. Een belangrijke overweging was verder dat verlagen van de MAC-waarde DSM en SABIC op hoge kosten jaagt en benzeen voor een aantal toepassingen zelfs onmogelijk maakt.’

Een inhoudelijk motief voor het onderzoek waren de aanwijzingen dat leukemie pas optreedt als mensen blootgesteld zijn geweest aan hoge concentraties benzeen, dat wil zeggen meer dan 400 ppm. Als dat zo is dan is het verlagen van de toch al lage MAC-waarde overbodig. Of zo’n drempelwaarde inderdaad bestaat, is nog steeds een punt van discussie. Swaen: ‘Er zijn onderzoekers die menen dat elk molecuul benzeen er een teveel is, omdat één molecuul voldoende is om van een gewone cel een kankercel te maken, de ’single hit’-theorie. Daarvoor geldt geen drempelwaarde. Andere onderzoekers menen dat leukemie pas ontstaat na schade aan het beenmerg door langdurige blootstelling aan hoge concentraties. Dan is wel sprake van een drempelwaarde.’

Verlaging van de concentraties ingeademd benzeen vergt vergaande maatregelen.

Geen verhoogd risico

Het bestaan van een drempelwaarde wordt bevestigd door een aantal onderzoeken, uitgevoerd in de tweede helft van de jaren negentig. Ook de resultaten van het onderzoek onder de medewerkers van de Caprolactamfabriek wijzen in die richting. Van de ruim 300 medewerkers die in de periode tussen 1951 en 1968 in de caprolactamfabriek hebben gewerkt zijn er inmiddels 180 overleden. Dat komt overeen met het aantal dat op grond van hun leeftijd verwacht mag worden. Van de 180 mensen waarvan de doodsoorzaak is vastgesteld, bleek er één te zijn overleden aan leukemie. Swaen: ‘Dat is iets minder zelfs dan je zou verwachten als je kijkt naar doodsoorzaken van de Nederlandse bevolking als geheel. Daaruit kun je afleiden dat bij de dosis waaraan de werkers in de caprolactamfabriek zijn blootgesteld geen verhoogd risico op leukemie bestaat.’

De concentratie benzeen waaraan de medewerkers werden blootgesteld was niet gering. De hoogste vond plaats in de periode tussen 1951 en 1958 toen gebruik werd gemaakt van de zogeheten Franse extractiemethode. De gemiddelde blootstelling was toen 26 ppm. De laagste concentratie bedroeg gemiddeld 0,6 ppm in de periode 1963 tot 1968 toen de extractie buiten het gebouw plaatsvond. Swaen: ‘Uniek aan het onderzoek is dat we nu beschikken over een range van blootstellingen, die we kunnen koppelen aan de gegevens van oud-medewerkers. Eerdere onderzoeken hadden betrekking op of heel hoge of lage blootstelling; wij zitten er tussenin.’

Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat het aantal overlijdensgevallen als gevolg van leukemie noch in de periode van lage, noch in die van hoge blootstelling is toegenomen. De ‘single hit’ theorie gaat dus waarschijnlijk niet op. Weliswaar biedt het onderzoek geen uitsluitsel over de vraag bij welke dosis een effect kan optreden, maar duidelijk is wel dat die dosis hoog is. Zo hoog dat er, aldus Scheffers: ‘geen reden is om de bedrijfsgrenswaarde bij te stellen of de huidige MAC-waarde te verlagen.’

Dit artikel is een publicatie van Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI).
© Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 september 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.