Je leest:

Beloning heft stress op

Beloning heft stress op

Auteur: | 6 juni 2003

De overheid moet kwaliteitseisen stellen aan produkten van de intensieve veehouderij. Marktwerking verhoogt het welzijn van dieren niet, stelt Berry Spruijt.

Een kip duwt tegen een deurtje dat verzwaard is met gewichten. Achter de deur wacht lekker voer of een prettig hok. Hoe meer gewichtjes het dier bereid is weg te duwen, des te liever wil de kip naar binnen.

De kip maakt een afweging, verklaart Berry Spruijt, hoogleraar dierwelzijn. Het dier weegt de moeite van het duwen af tegen de beloning die achter de deur wacht. Endorfinen die vrijkomen in de hersenen maken deze ‘berekening’. Hoe meer van de belonende stoffen vrijkomen, hoe groter de inspanning is die het dier wil leveren.

Spruijt pleit voor een vernieuwende aanpak van het dierwelzijnsonderzoek. De aandacht moet verschuiven van de negatieve gevolgen van stress naar de positieve kanten van het dierenleven. Een gebrek aan welzijn ziet Spruijt niet puur als de aanwezigheid van stress maar ook als het geen plezier meer kunnen beleven. ‘De meeste onderzoekers zeggen wel ’jaja’ als het hierover gaat. Maar over de aanpak bestaat veel twijfel. Negatieve gevolgen zijn makkelijk te onderzoeken, de breedst gedragen methode is het bepalen van de concentratie van het stresshormoon cortisol. Bepalen of een dier nog plezier heeft is lastiger. Bij een hond kunnen de meeste mensen het nog wel zien – als een hond met zijn staart kwispelt gaan we er vanuit dat het dier plezier beleeft. Bij een kat is het al weer lastiger te zien. Bovendien zijn in plezier geen gradaties te ontdekken, de extreme vormen zijn niet te zien.’

Spruijt werkt bij de hoofdafdeling Dier & Maatschappij van de Utrechtse faculteit Diergeneeskunde. Deze afdeling houdt zich onder meer bezig met proefdieren, welzijn van dieren en ethische aspecten van het houden van dieren. Naar zijn zeggen is het uniek in de wereld dat een veterinaire faculteit dit soort onderzoek herbergt.

De volgende stap die Spruijt zet, is het idee dat plezier stress kan compenseren. Dieren die in het wild leven krijgen hun eten niet op een presenteerblaadje aangereikt. Ze ondervinden stress bij het zoeken naar voedsel. Die stress weegt op tegen de beloning: het vinden van eten. ‘In de natuur vist een dier ook negen van de tien keer achter het net. Maar die één op de tien keer dat het raak is, is wel voldoende om het dier te motiveren. Dieren in het wild zijn kwiek en fit. Huisdieren en dieren in de veehouderij zijn vettig en sloom. Een keer een week geen eten krijgen kan heel gezond zijn.’

Voorpret

Stress is dus niet alleen maar slecht. Zolang een dier stress kan compenseren met prettige ervaringen, is er niets aan de hand. Onderzoek aan de afdeling van Spruijt wijst daarop. In de proef wonen ratten per twee in een kleine kooi. De ene groep ratten krijgen dagelijks een half uur voor ze hun eten krijgen, een bel te horen. De andere groep krijgt gewoon zijn eten. Het aankondigen van het eten door de bel leidt tot ‘voorpret’ bij de ratten. Hun welzijn stijgt daardoor. Het bewijs daarvoor blijkt volgens Spruijt uit het verschil in gedrag tussen de ratten. Als de kooien open blijven staan dan vertonen de ratten die hun eten aangekondigd kregen actief, nieuwsgierig en verkennend gedrag. Ze kruipen meteen de kooi uit en trekken erop uit. De controle-dieren blijven daarentegen apathisch in hun kooi zitten.

Dit ‘voorpret’-verschijnsel werkt ook bij varkens. Varkens die hun voer aangekondigd horen door een sirene, springen op, worden alerter en lopen ‘enthousiast’ door hun stal. Dit principe werkt ook bij nertsen en zelfs bij meervallen. Het betekent dat welzijn een balans is tussen stress en beloning. Zolang een dier nog moeite wil doen om een beloning in de wacht te slepen, zolang hij zich nog ergens op kan ‘verheugen’ dan is het welzijn nog in orde.

Dat is een benadering die afwijkt van de ‘harde’, stressfysiologische aanpak waarin het hormoon cortisol en afwijkend gedrag zoals stereotypieën en stangkauwen centraal staan. Dat is de biological function-school, Spruijt hoort tot de feelings-school.

Spruijt vindt het teleurstellend dat het onlangs afgeronde NWO prioriteitsprogramma ‘Grenzen aan welzijn en dierlijke productie’ op de stressfysiologische leest geschoeid is. De commissie die het programma opzette in 1996 was ‘niet progressief samengesteld’, verklaart Spruijt.

Hij heeft ook fundamentelere kritiek op het NWO-programma. Het onderzoek gaat over details terwijl het echte probleem blijft liggen. Als voorbeeld geeft hij het verbeteren van betonnen stalvloeren zodat koeien geen klauwafwijkingen krijgen. ‘Als koeien de hele winter op beton lopen, krijgen ze last van hun poten. Goh! Die dieren moeten meer de wei in, natuurlijk. Als wetenschappers moeten we niet onderzoeken of er drie kippen op een A4’tje passen of misschien wel vier.’

Kwaliteitseisen

Dat soort onderzoek verbetert het welzijn van dieren niet, stelt Spruijt. Het welzijn van veehouderij-dieren kan alleen verbeteren als de prijs van de produkten omhoog gaat. Spruijt pleit daarom voor een sterkere invloed van de overheid. De marktwerking van nu kan volgens hem niet leiden tot een echte verhoging van het welzijn van dieren. ’De consumenten zeggen dat ze dierenleed in de intensieve veehouderij heel erg vinden, maar eenmaal in de supermarkt kopen ze de goedkoopste rommel.

In Nederland moeten we gewoon zeggen dat we kwaliteitseisen invoeren. Vlees is nu eenmaal duur. En al wordt een ei twee keer zo duur, mensen kopen het wel. Mensen klagen altijd. Bij de invoering van de APK vond men het ook geldklopperij. Nu vinden we het logisch dat auto’s aan bepaalde eisen moeten voldoen. Net zoals we produkten die gemaakt zijn door kinderarbeid niet kopen.’

Zie ook

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 juni 2003

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.