Je leest:

Bekende en minder bekende wiskundigen

Bekende en minder bekende wiskundigen

Auteurs: en | 1 januari 2003

In dit dossier lees je meer over de levens van bekende en minder bekende wiskundigen. Bijvoorbeeld over Leonard Euler, een van de productiefste wiskundigen die ooit hebben geleefd. Of over de Franse wiskundige Évariste Galois, die zijn hele theorie opschreef in de nacht voordat hij stierf. Maar ook over Florence Nightingale, die niet alleen verpleegster was, maar ook een hartstochtelijk statistica. En over M.C. Escher, die kunst maakte op wiskundige basis.

Maria Agnesi

In de eerste helft van de achttiende eeuw organiseerde de welgestelde Milanese professor Pietro Agnesi bij hem thuis wetenschappelijke bijeenkomsten. Al als kind nam zijn dochter Maria Gaetana Agnesi daaraan actief deel. De gesprekken, die wetenschappelijke onderwerpen betroffen, werden altijd gevoerd in het Latijn, maar Maria sprak met vrijwel alle buitenlandse bezoekers in hun eigen taal.

János Bolyai

“Het is een echte ziekte, een soort waanzin, een tiranniek idee… Ga niet één stap verder of je bent verloren…” waarschuwde Farkas Bolyai zijn zoon János. De uitwerking was averechts. De Hongaar János Bolyai stortte zich op een wiskundig probleem dat al twintig eeuwen op een oplossing wachtte. Hij slaagde en was daarmee een van de grondleggers van de niet-Euclidische meetkunde. Maar in plaats van een wereldberoemd geleerde werd hij een gehate zonderling.

L.E.J. Brouwer

Van de Nederlandse wiskundigen is Luitzen Egbertus Jan Brouwer de grootste. Met zijn intuïtionisme ontketende hij een revolutie in de grondslagen van de wiskunde. In de topologie wordt hij vooral herinnerd vanwege zijn ‘dekpuntstelling’. Brouwer vergaarde ook bekendheid als filosoof, zowel van de wiskunde als in de taalfilosofie.

René Descartes

Sommige dingen zijn zó gewoon dat het lijkt alsof ze er altijd geweest zijn. Onze manier om vergelijkingen op te schrijven is zoiets. Kun je je voorstellen dat er een tijd was waarin men een uitdrukking als ‘x2 – 4x + 3 = 0’ níet als een vergelijking herkend zou hebben? Voor Descartes ging het eigenlijk niet zo erg om de wiskunde. De wiskunde moest vooral de filosofie dienen, want Descartes wilde in de eerste plaats vooral laten zien hoe ware kennis tot stand komt.

Paul Erdős

De Hongaar Paul Erdős reisde met een koffer en een plastic tas de wereld rond om met honderden wiskundigen samen te werken. Meestal onaangekondigd stond hij bij een collega-wiskundige op de stoep en zei dan: ‘My brain is open’, waarmee hij zichzelf uitnodigde enige tijd te komen logeren. En: om samen over wiskundige problemen na te denken.

M.C. Escher

Op 17 juni 1998 was het honderd jaar geleden dat de graficus Maurits Cornelis Escher in Leeuwarden geboren werd. Het werk van Escher is nauw met wiskunde verbonden. Toch beweerde Escher zelf nooit wiskundig bezig te zijn – hij deed alles op zijn gevoel. Hij bleef twee maal zitten, zakte voor zijn eindexamen en werd uiteindelijk graficus.

Leonhard Euler

De Zwitserse wiskundige Leonhard Euler (1707-1783) schreef meer dan 800 artikelen; tot aan zijn dood bedreef hij wiskunde van een buitengewone diepgang en helderheid. Sinds 1765 deed hij dit in duisternis, want toen werd hij blind. Het verlies van een oog was volgens hem maar een kleine handicap en bood zelfs een voordeel: hij zou nu ‘minder afgeleid worden’.

Évariste Galois

De Fransman Évariste Galois werd afgewezen voor de polytechnische school, omdat zijn wiskundekennis ontoereikend zou zijn. Volkomen onterecht, want op zijn twintigste zette hij een revolutionaire theorie op papier. Dat deed hij in de nacht voor hij stierf in een duel. Veertien jaar na zijn dood werden de manuscripten die hij naar Chevalier had gestuurd, uitgewerkt en gepubliceerd, en wat zich toen voordeed was een ware revolutie in de wiskunde.

Martin Gardner

Martin Gardner is ‘s werelds bekendste ’recreatief wiskundige’. Beroemd werd hij met zijn column in Scientific American, waarvoor hij meer dan twintig jaar schreef. De puzzels van Gardner zijn bijzonder. Ze geven je het gevoel dat je ze moet oplossen. Het gaat Gardner om maar één ding: een goede puzzel heeft eeuwigheidswaarde. Door wie de puzzel is bedacht, doet er niet toe. Hij heeft duizenden puzzels verzameld. Het is de manier waarop Gardner de puzzels weet te presenteren en uit te leggen, die hem zo’n unieke persoon maakt.

Carl Friedrich Gauss

Gauss zijn naam kom je in de wiskunde overal tegen. De stelling van Gauss, het vlak van Gauss, de methode van Gauss, de kromme van Gauss, de wet van Gauss, het lemma van Gauss, het andere lemma van Gauss, het nog niet eerder genoemde lemma van Gauss… Wie was deze man en hoe heeft hij het voor elkaar gekregen zijn naam overal aan te verbinden?

Israel Gelfand

De Rus Israel Gelfand deed onderzoek in vrijwel alle deelgebieden van de wiskunde, iets wat in deze tijd uniek mag worden genoemd. Zijn belangstelling ging niet alleen uit naar zuiver abstracte wiskunde. Ook heeft hij baanbrekend werk gedaan in de toegepaste wiskunde; zo legde hij de wiskundige fundamenten voor het maken van MRI-scans, waarmee artsen gedetailleerd in een lichaam kunnen kijken.

Alexander Grothendieck

Na een dramatische jeugd vernieuwde de in Duitsland geboren Alexander Grothendieck (28 maart 1928) in snel tempo twee vakgebieden, om daarna in slechts twaalf jaren een fundament te leggen voor een heel nieuwe opzet van de algebraïsche meetkunde. Grothendieck schreef vele pagina’s prachtige wiskunde, met baanbrekende ideeën. Hij werd een gigant in dit vak en verwierf wereldfaam. Maar op latere leeftijd vereenzaamde hij in een kluizenaarsbestaan. Begin 2010 liet hij echter weer van zich horen.

Christiaan Huygens

‘Mijn kleine Archimedes’ werd hij door zijn vader, de dichter en diplomaat Constantijn Huygens, genoemd. Christiaan was een wonderkind: reeds op zijn zeventiende toonde hij aan dat een vrij hangende ketting niet de vorm van een parabool aanneemt, zoals in die tijd werd verondersteld. Christiaan Huygens (1629-1695) werd een van de grootste geleerden in Europa.

Sofia Kovalevskaja

Het leren van de tafels van vermenigvuldiging vond Sofia Kovalevskaja maar saai. Maar toen zij ze eenmaal kende, stortte ze zich meteen maar op de wiskunde. Een vrouw als wiskundige? Mannen vonden het maar belachelijk. Onterecht, want wat de grootste mannelijke wiskundigen niet lukte, lukte Sofia wel: de Franse Academie van Wetenschappen had voor 1888 een grote prijs uitgeschreven voor een buitengewoon wiskundig werkstuk en Sofia sleepte deze binnen.

Hendrik Lenstra

Hendrik Lenstra is een van de grootste Nederlandse wiskundigen van de huidige generatie. Tot 2003 was hij werkzaam in Berkeley, het Mekka van wiskundig onderzoek. Nu is hij Akademiehoogleraar aan de Universiteit Leiden. Lenstra’s vakgebied is de algebraïsche getaltheorie. Een vakgebied dat oogt als een immens bouwwerk waarin de ene abstractie op de andere gestapeld is, en dat daarom gerekend wordt tot de ‘zuivere wiskunde’.

Ada Lovelace

“De Analytische Machine heeft niet de pretentie iets uit zichzelf te doen. Alleen de dingen die wij de machine kunnen leren zijn uitvoerbaar. […] Maar waarschijnlijk heeft de machine wel degelijk een invloed op de wetenschap. De aard van veel zaken en de onderlinge verbanden komen onvermijdelijk in een nieuw licht te staan, en worden dieper onderzocht.

Mohammad ibn Musa Al-Khwarizmi

De geschiedenis van de wiskunde heeft zich niet alleen afgespeeld in Europa, ook andere beschavingen kennen een rijke wiskundige traditie: zo heeft de Indiase wiskunde in diverse perioden in de geschiedenis op hoog niveau gestaan en bestond in de Islamitische wereld ooit een bloeiende wiskunde-cultuur.

Florence Nightingale

Florence Nightingale staat bekend als de Lady with the Lamp, die bij nacht en ontij liefdevol gewonde soldaten verzorgde. Maar als ‘passionate statistician’ is ze veel minder bekend. Wat maar weinig mensen weten, is dat zij een hartstochtelijk beoefenaar van de statistiek was. Bij haar was de statistiek geen doel, maar een middel. Het doel was bijvoorbeeld het bereiken van verbeteringen in de medische voorzieningen van soldaten. Vandaar dat zij zich heeft ingespannen om statistische gegevens zo inzichtelijk mogelijk te presenteren.

Gasparo Pagani

Gasparo Pagani bedacht de triëder uit de differentiaalmeetkunde die nu in de literatuur genoemd wordt naar de Franse wiskundigen Jean Frenet en Joseph Serret. Tijdens zijn leven kreeg de Italiaan Pagani internationale erkenning, niet alleen in Turijn, waar zijn voormalige landgenoten – Pagani woonde vanaf 1822 in België – zijn wiskundig werk nog steeds bleken te waarderen, maar ook in Frankrijk. Inmiddels is Pagani echter vergeten: uiteindelijk kreeg niet de erkenning die hij verdient.

Srinivasa Ramanujan

Slechts met behulp van een paar waardeloze wiskundeboeken ontwikkelde Srinivasa Ramanujan schijnbaar moeiteloos formules waarvan geleerden alleen maar konden dromen. Hij was zo bezeten van rekenen dat hij er overal en altijd mee doorging: ’s nachts, tijdens het eten en zelfs op zijn sterfbed. Het geniale werk dat hij naliet, zou alleen door een nieuwe Ramanujan helemaal begrepen kunnen worden.

Frans van Schooten jr.

In 1584 vestigde zich in Leiden bakker Van Schooten, die uit Vlaanderen gevlucht was voor de Spanjaarden. Zijn zoon Frans studeerde in Leiden wiskunde. Vanaf 1610 gaf hij wiskunde aan de Leidse Ingenieursschool en later ook aan de universiteit. Frans had twee zoons, Frans (geboren in 1615) en Pieter. Frans Jr. hielp Descartes in 1637 met het afronden van zijn boek. Hij gaf commentaar als hij iets onduidelijk vond, en hij tekende de talrijke figuren. Zijn hele verdere leven is hij de vaak moeilijke wiskundige ideeën van Descartes blijven uitleggen. Veel van de moderne wiskunde begint bij Descartes, maar we kennen zijn werk uit de boeken van Van Schooten

Simon Stevin

Aan Simon Stevin (1548-1620) danken we het Nederlandse woord ‘wiskunde’. Stevin was een Bruggeling en aanvankelijk een boekhouder. Als jonge man schijnt hij veel gereisd te hebben, daarbij een schat van wiskundige en ingenieurswijsheid vergarend. Zo heeft hij als eerste de gedachten van Archimedes over het evenwicht van vaste lichamen en vloeistoffen stelselmatig ontwikkeld en behandelde hij ook de zogenaamde hydrostatische paradox, die vaak aan Pascal toegeschreven wordt.

Alan Turing

Alan Turing (1912-1954) was een Britse wiskundige en ‘avant la lettre’ informaticus. Hij werd beroemd dankzij de naar hem vernoemde ‘Turingtest’ en ‘Turingmachine’, en kraakte tijdens de Tweede Wereldoorlog een levensbelangrijke code van de Wehrmacht. De ontcijfering van de berichten van met name de Duitse zeemacht spaarde honderdduizenden levens. Hij stierf uiteindelijk in verdachte omstandigheden aan het gif van een cyanideappel.

Jan de Witt

Iedereen kent wel de naam van Jan (of Johan) de Witt (1625-1672). Hij was afkomstig uit een Dordtse familie van regenten en vanaf 1653 raadpensionaris van de Staten van Holland. Minder bekend is dat De Witt ook een briljant wiskundige was. In 1659 verscheen van hem een belangrijk werk over kegelsneden (ellipsen, parabolen en hyperbolen) en in 1671 verscheen zijn “Waardije van Lyf-renten naer Proportie van Los-renten”. Dat laatste werk is een van de eerste boeken waarin statistiek en kansrekening worden toegepast.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 januari 2003

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.