Je leest:

‘Behandel moslimburgers als individuen’

‘Behandel moslimburgers als individuen’

Auteur: | 14 mei 2008

Mona Siddiqui, hoogleraar ‘Islamic studies and public understanding’ aan de Universiteit van Glasgow, bekleedt dit jaar aan de RUG de Jantina Tammesleerstoel. De Brits-Pakistaanse islamdeskundige is een van de meest prominente stemmen in het publieke debat over islam in Groot-Brittannië. Siddiqui: ‘Laat je niet het zwijgen opleggen door angst.’

Toen Mona Siddiqui elf jaar geleden in Glasgow werd aangesteld, werd ze niet serieus genomen als vertegenwoordiger van de islamitische gemeenschap in Schotland. Ze zou te progressief zijn. De laatste jaren merkt ze echter een ommekeer: lokale moslimorganisaties vragen haar steeds vaker om op te treden als woordvoerder van de gemeenschap. Ook in de buitenwereld groeit de waardering voor het werk van Siddiqui, die in 1998 het Centre for the Study of Islam in Glasgow oprichtte. De Britse overheid vraagt haar regelmatig om advies, ze treedt op als deskundige bij terrorismezaken en is een veelgevraagd commentator in de media. Zo langzamerhand speelt Siddiqui een belangrijke rol in het publieke debat over de rol van de islam, dat sinds de terroristische aanslagen van 11 september 2001 overal is opgelaaid.

‘Beschouw moslims niet als één homogene groep’, zegt Siddiqui.

Sharia

Het interview vindt plaats op een vrijdag in februari, in de trein van Groningen naar Schiphol, de ochtend nadat Siddiqui in het Academiegebouw de Jantina Tammeslezing heeft gegeven. Siddiqui is tevreden: ze schat de opkomst de vorige avond op zo’n honderdvijftig mensen. Geen reden tot klagen, vindt ze, gezien het tijdstip van de lezing – de avond van Valentijnsdag. ‘Ik weet niet of ik zelf was gegaan,’ zegt ze lachend.

Siddiqui is met zorg gekleed, licht opgemaakt, een gouden broche op haar revers. Haar hoofd is onbedekt. De islamdeskundige spreekt met een licht Schots accent en formuleert voorzichtig, academisch, in complexe zinnen die rechtstreeks uit een wetenschappelijk artikel lijken te komen. Meer nog dan vragen beantwoorden werpt ze nieuwe, retorische vragen op.

Mona Siddiqui, hoogleraar ‘Islamic studies and public understanding’ aan de Universiteit van Glasgow, bekleedt dit jaar aan de RUG de Jantina Tammesleerstoel. Jantina Tammes werd in 1919 de eerste vrouwelijke hoogleraar in Groningen en de tweede in Nederland. De wisselleerstoel in Genderstudie aan de RUG is naar haar vernoemd. Siddiqui doceert dit semester aan de faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap in Groningen.

Halverwege het gesprek gaat haar mobiele telefoon. Het is een Britse krant: of ze in het weekend een opinieartikel kan leveren, over de rol van de sharia in de Britse rechtspraak. Het is een hot issue in Groot-Brittannië sinds Rowan Williams, het hoofd van de Anglicaanse Kerk, de gedeeltelijke invoering van islamitische rechtspraak in het Britse rechtsstelsel onlangs ‘onvermijdelijk’ noemde. Daarbij verwees de aartsbisschop naar het werk van Siddiqui.

Ze is het met de aartsbisschop eens dat de sharia in praktijk al veel wordt gebruikt. ‘Veel mensen associëren sharia met moraliteitsregels, met name voor vrouwen, maar leefregels als vasten of het verbod op alcohol maken óók deel uit van de sharia.’ Moslims zouden alle vrijheid moeten hebben om daar aan vast te houden, vindt Siddiqui. Toch is ze er geen voorstander van de sharia officiële status te geven, naast de bestaande Britse wetgeving. Dat zou alleen maar verwarring scheppen. Bovendien willen de meeste moslims helemaal geen rechtspraak volgens de sharia, denkt Siddiqui. ‘Sommige moslims denken dat het rampzalig zou zijn voor vrouwen.’

Rowan Williams, het hoofd van de Anglicaanse Kerk, noemde de gedeeltelijke invoering van islamitische rechtspraak in het Britse rechtsstelsel onlangs ‘onvermijdelijk’, wat veel stof deed opwaaien.

Gezonde balans

Het gaat om het vinden van een gezonde balans; Siddiqui zal het vaker herhalen tijdens het gesprek. Het is ook wat ze zegt tegen de Britse overheid, die sinds ‘11 september’ alles wat met islam te maken heeft bekijkt in het licht van terrorismegevaar. ‘Enerzijds wil de regering uitstralen: we zijn er niet op uit om jullie te pakken’, aldus Siddiqui. ‘Anderzijds probeert de overheid problemen die gedurende veertig, vijftig jaar zijn gegroeid plotseling heel snel op te lossen.’ Volgens Siddiqui zou de overheid zich minder moeten richten op culturen en religies en burgers juist meer moeten behandelen als individuen. ‘Kijk, overheden hoeven niet op kousenvoeten te lopen’, zegt ze. ‘Burgers moeten gelijk worden behandeld. Dus als er moslimvrouwen worden onderdrukt, is de overheid verplicht in te grijpen. Maar zolang overheden zich daar nog aan proberen te onttrekken, zoals nu gaande is, verdwijnen de problemen niet.’

Dat is ook haar boodschap aan niet-moslims. ‘Beschouw moslims niet als één homogene groep’, zegt Siddiqui. ‘Behandel ze als individuen.’ Niet-moslims moeten niet bang zijn om legitieme problemen te benoemen. ‘Als je kritiek hebt, geef daar dan uiting aan in het publieke debat. Laat je niet het zwijgen opleggen door angst.’

Volgens Siddiqui zou de overheid zich minder moeten richten op culturen en religies en burgers juist meer moeten behandelen als individuen.

Moedige generatie

De problemen zijn vaak diepgeworteld, zegt de islamdeskundige. ‘Mijn vader kwam eind jaren zestig over uit Pakistan, toen ik vier jaar oud was. Hij heeft nooit de intentie gehad om te blijven. Tot mijn twaalfde dacht ik dat we weer terug zouden gaan.’

Het is een verhaal dat opgaat voor een hele generatie immigranten, stelt Siddiqui. ‘Niemand verwachtte van ze dat ze zouden integreren toen ze in de jaren zestig en zeventig naar het Westen kwamen. Het was een moedige generatie: ze namen een grote gok door naar het Westen te gaan. Ze hadden geen idee met wat voor consequenties hun kinderen te maken zouden krijgen. Niemand wist dat ze deel uitmaakten van een sociaal experiment.’

Ook in haar privéleven worstelt Siddiqui met vragen over integratie. Ze heeft drie zoons, van 13, 11 en 7. ‘Ik wil ze niet opvoeden met het idee dat het problematisch is om in Groot-Brittannië moslim te zijn. Ik wil dat ze zich zowel tussen moslims als niet-moslims op hun gemak voelen. Dat moet kunnen: we leven tegenwoordig allemaal met meerdere identiteiten in onszelf.’

Tegelijkertijd ziet ook Mona Siddiqui grenzen aan integratie. Het liefst wil ze dat haar zoons met moslimsmeisjes trouwen. ‘Vanwege de culturele verschillen, de taal, hoe je leeft, hoe je eet. Het is al moeilijk genoeg om je huwelijk een succes te maken, laat staan als je buiten de gemeenschap trouwt. Wat dat betreft merk ik dat ik provincialer ga denken naarmate ik ouder word.’

‘Ik wil dat mijn zoons zich zowel tussen moslims als niet-moslims op hun gemak voelen.’ Foto: viering van de Pakistaanse onafhankelijkheid in London.

Niet goddelijk

Ze worstelt met de vraag in hoeverre ze moet vasthouden aan de tekst van de Koran. ‘Uiteindelijk gaat het hierom: houd ik vast aan een geschrift, ook al geeft het geschrift aanleiding tot onderdrukking, of geef ik voorrang aan ruimhartigheid? Hoe weet ik welke handelingen worden goedgekeurd door God?’ Siddiqui citeert een rabbijn aan wie ze de vraag ooit stelde: ‘Alles wat mensen onderdrukt kan niet goddelijk zijn.’

De hoogleraar lijkt weinig begrip op te kunnen brengen voor jonge Britse moslims die naar terreur grijpen om hun geloof te verdedigen, zoals de daders van de bomaanslagen in Londen in juli 2005. Ze suggereert dat de verongelijkte moslimjongeren achter de aanslagen op zoek zijn naar sensatie: ‘Wat is de ultieme sensatie voor deze jongeren, gehersenspoeld om te geloven dat het doden van ongelovigen je een plek in het paradijs bezorgt?’ vraagt ze zich af. ‘Terreur zaaien in het Westen.’

Lijken de jongeren misschien op de Amerikaanse tieners die overgaan tot schietpartijen op middelbare scholen? ‘Dat moet je je afvragen. Volgens de Franse filosoof André Breton is de meest existentiële handeling die je je kunt voorstellen een kamer ingaan en iedereen doodschieten.’ Een pasklaar antwoord op het geweld heeft Siddiqui niet. ‘Je kunt er weinig tegen doen. Misschien zijn er over vijf jaar wereldwijd minder conflicten die aanleiding geven tot woede en onvrede, zoals de oorlogen in de Palestijnse gebieden, Irak en Afghanistan.’

Dit artikel is een publicatie van Broerstraat 5 (Rijksuniversiteit Groningen).
© Broerstraat 5 (Rijksuniversiteit Groningen), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 14 mei 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.