Je leest:

Beesten op de beurs

Beesten op de beurs

Auteur: | 18 februari 2008

Beursgorilla’s, Wall Street monkeys en beleggingskanaries. Menig krant en financieel tijdschrift meldt jaarlijks dat hun gelegenheidshuisdier er in geslaagd is een hoger rendement te behalen dan de beleggingsexperts met wie zij de strijd aangingen. Zo versloeg Jacko de Beursgorilla afgelopen jaar voor de achtste keer op rij de AEX, en won een groep dolfijnen uit Harderwijk het ruim van vijf topanalisten.

Natuurlijk zul je het omgekeerde veel minder vaak in de media zien verschijnen, omdat dit minder tot de verbeelding spreekt. Maar het feit dat dieren regelmatig hogere rendementen behalen dan doorgewinterde beleggers is voor velen een illustratie van het feit dat het proberen te voorspellen van rendementen op financiële markten verspilde moeite is. Inzicht lijkt het niet te winnen van willekeur.

Rendement van Jacko de beursgorilla in 2008: Zoals de tabel laat zien staat de beursgorilla op lichte achterstand ten opzichte van de AEX, de Amsterdam Exchange Index. De AEX is een weging van de aandelenkoersen van 25 beursgenoteerde Nederlandse bedrijven waarvan de meeste aandelen worden verhandeld. Deze worden verhandeld op Euronext, de Amsterdamse aandelenbeurs. De Midkap en de Small cap vervullen dezelfde functie, maar dan voor de minder verhandelde aandelen.

Verdedigers van dit standpunt geloven in de efficiëntie van financiële markten. Zij denken dat door de snelheid waarmee informatie zich verspreidt en de snelheid waarmee gekocht en verkocht kan worden op financiële markten, alle informatie die men kan verkrijgen over een bepaalde belegging al verwerkt zit in de prijs. Dat betekent dat niemand consequent de markt kan verslaan en dus bovengemiddelde rendementen kan behalen, behalve door geluk of voorkennis. Volgens deze stelling zal iedere belegger, beursanalist of dolfijn, naar verwachting een even hoog rendement halen.

Beleggers zijn ook mensen

De meest prominente voorstander van de efficiënte markthypothese is financieel econoom Eugene Fama. In 1965 schreef hij zijn proefschrift waarin hij het concept efficiënte markthypothese introduceerde. Hoewel zijn hypothese al snel omarmd werd, kwam er in het verloop van de jaren ’80 steeds meer kritiek. Want zít alle informatie wel verwerkt in prijzen? En zo ja, zijn we dan in staat om deze prijzen te voorspellen?

De voornaamste dwarsligger, Richard Thaler, gaat uit van een hele andere visie: de zogenaamde “gedragsbenadering” voor financiële markten. Thaler is het stellig oneens met Fama en vindt dat financiële markten in veel opzichten inefficiënt zijn. In een interview met de New York Times in 2001 zegt Thaler dat mensen emotioneel, impulsief en irrationeel gedrag vertonen in hun beleggingen, en dat dit tot voorspelbare patronen leidt. Een voorbeeld hiervan is de bevinding dat beleggers de neiging hebben te sterk te reageren op nieuws, waardoor koersen doorschieten.

Ook lijken seizoensinvloeden en beurssentiment invloed te hebben op de koersen van financiële markten. Dit maakt het mogelijk om deze koersen te voorspellen. Een ander punt dat Thaler maakt is het feit dat er wel degelijk beleggers zijn die consequent bovengemiddelde rendementen weten te behalen zoals beleggingsgoeroes George Soros, Warren Buffet en Peter Lynch.

Niet serieus

Fama neemt gedragsstudies van financiële markten amper serieus, en heeft weinig boodschap aan argumenten uit die hoek. Allereerst zegt hij dat het juist logisch is dat sommige beleggers bovengemiddelde rendementen halen. Aangezien er zoveel beleggers zijn, zullen er altijd wel beleggers zijn die consequent hogere rendementen halen dan de gemiddelde belegger. Dit leidt mensen ertoe ten onrechte te concluderen dat dat geen toeval kan zijn, en dat er sprake moet zijn van inzicht. Zijn ultieme argument om de efficiënte markthypothese te steunen blijft dat er tot op de dag van vandaag nog niemand een manier heeft gevonden om de financiële marktprijzen te voorspellen.

…financieel managers die het lang erg goed hebben gedaan hebben evenveel kans als elke andere belegger om daarna weer goed te presteren. In het verleden behaalde resultaten bieden dus geen enkele garantie voor de toekomst…

Om dit kracht bij te zetten heeft hij een klein experiment uitgevoerd. Hierbij werden Amerikaanse beursfondsen met de hoogste rendementen over de periode 1976-1985 geselecteerd. Daarna werd gekeken of deze uitmuntend presterende fondsen ook in de volgende 10 jaar bovengemiddeld hebben gepresteerd. Wat bleek? De helft van de fondsen presteerde beneden het marktgemiddelde, en de andere helft erboven. Met andere woorden: financieel managers die het lang erg goed hebben gedaan hebben evenveel kans als elke andere belegger om daarna weer goed te presteren. In het verleden behaalde resultaten bieden dus geen enkele garantie voor de toekomst.

You win some, you lose some

Al met al zijn veel mensen en bedrijven schatrijk geworden door te speculeren op de financiële markten. Denk bijvoorbeeld aan Peter Lynch die in 1977 hoofd van beleggingsfonds Magellan werd, waarbij hij 18 miljoen dollar moest beheren. Toen Lynch in 1990 ontslag nam, was het bedrag gegroeid tot 14 miljard dollar. Het omgekeerde is evenwel het geval, zoals het bekende verhaal van Nick Leeson en zijn werkgever Barings Bank. Door veelvuldig speculatief te beleggen en verliezen te leiden zonder dit te rapporteren aan de bank, werd de bank armer zonder dat dit bekend was. Een aardbeving zorgde ervoor dat Leeson’s risicovolle beleggingen sterk in waarde daalden. Toen de verliezen eenmaal bekend waren werd Barings Bank failliet verklaard. Een actueler voorbeeld hiervan is de frauduleuze Fransman Kerviel hieronder.

Sebastien Kerviel was tot voor kort een onopvallende medewerker van de Franse bank Société Générale. Totdat in januari 2008 bleek dat hij de bank eigenhandig een verlies van bijna 5 miljard euro heeft bezorgd. Kerviel wist hoe hij de controlesystemen van de bank kon omzeilen, waardoor hij met een slordige 50 miljard euro speculatieve posities kon innemen. Dit geeft aan dat banken in sommige opzichten zeer kwetsbaar zijn, maar ook dat speculeren op financiële markten grote risico’s met zich meebrengt. Bron afbeelding: Elsevier.

Dolfijnen verdienen voorlopig de voorkeur

Je kunt je voorstellen dat banken en bedrijven er veel geld voor over hebben om gunstige en ongunstige beleggingen van te voren te kunnen herkennen. Zij hebben dan ook duurbetaalde analisten in dienst. Maar zoals duidelijk is geworden, zijn wetenschappers het nog steeds niet eens over de simpele vraag of het überhaupt mogelijk is om van tevoren gunstige beleggingen van ongunstige beleggingen te onderscheiden. Het lijkt er zelfs sterk op dat dit voorlopig voor iedereen een onmogelijke taak is, gezien de sterke argumenten van Eugene Fama. Als het aan hem ligt beperken financiële experts zich tot risicomanagement. Het speculeren op aandelen kunnen we beter overlaten aan de dolfijnen in Harderwijk. Zij gokken namelijk even goed als beursanalisten, maar hun advies is een stuk goedkoper.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 18 februari 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.