Je leest:

Bedrijven moeten duurzaam ondernemen vanuit hun specialiteit

Bedrijven moeten duurzaam ondernemen vanuit hun specialiteit

Auteur: | 4 december 2006

Groene energie van Shell en krediet voor de armen van de ABN AMRO. Dat is waar het volgens Sijtsma om gaat bij duurzaam ondernemen. Leg een bedrijf geen eindeloze lijst van criteria voor, maar kijk wat het in zijn specifieke sector en omgeving kan betekenen voor mondiale duurzaamheid.

Neem de Dow Jones Sustainability Index (DJSI) die oordeelt over duurzaam ondernemen – ‘een typische valkuil van de multi-criteria analyse’, aldus Sijtsma. De beurs gebruikt meer dan 90 criteria die door middel van een vragenlijst worden voorgelegd aan bedrijven. “Dat gaat over van alles dat maar enigszins met duurzaamheid te maken zou kunnen hebben. Vragen als: geeft uw bedrijf publieke informatie over uw maatschappelijke activiteiten? Of: test uw bedrijf zijn personeel op bijvoorbeeld HIV of zwangerschap? Daar krijg je dan plusjes en minnetjes voor en dat wordt dan bij elkaar opgeteld. Maar wat zegt dat?”

De Dow Jones Sustainability Index (DJSI): een maat voor “duurzaam ondernemen”.

Sijtsma vindt dat je veel gerichter moet kijken. Waar zit een bedrijf, wat is zijn specialiteit, zijn ‘core business’; daar moet je op letten als het gaat om duurzaam ondernemen. “Shell is goed in energie, ABN AMRO in financieren. Als Shell werkt aan het omschakelen naar duurzame energie en ABN AMRO krediet verstrekt aan de armen, dan zijn ze goed bezig. Dan maakt het mij niet uit of ze Max Havelaar koffie drinken, of een dik duurzaam jaarverslag schrijven.”

Zelf onderzocht Sijtsma duurzaam ondernemerschap van Ahold – een case-study in zijn proefschrift. “Albert Heijn heeft samen met een aantal branchegenoten de EurepGAP geïntroduceerd, een richtlijn voor toeleveranciers op het gebied van arbeidsomstandigheden, gebruik van bestrijdingsmiddelen enzovoort. Dat is toch wat je wilt dat bedrijven gaan doen. Dat ze op sectorniveau, daar waar ze macht uit kunnen oefenen, verschil maken. Daar gaat het om bij duurzaam ondernemen, niet om AIDS-testen en printpapier.”

Voorbeeld van een EurepGAP-certifiëring.

De beoordeling van, bijvoorbeeld, de Dow Jones hanteert teveel en irrelevante criteria, maar let ook te weinig op de financieel-economische relaties tussen de criteria. “Als je verder gaat kijken naar EurepGAP, ontdek je dat het voor Albert Heijn gewoon winstgevend is, terwijl de duurzaamheidswinst zeer beperkt is. Er is misschien een klein beetje milieuwinst, maar arme boeren in ontwikkelingslanden kunnen hun producten moeilijker verkopen. Het initiatief kost Albert Heijn bijna niets; integendeel. De leveranciers moeten investeren en de supermarkt hoeft minder vaak producten terug te nemen uit de schappen, vooral door de verbeterde ‘tracking and tracing’.”

Duurzaam ondernemen heeft een focus nodig en moet ook vanuit een economisch oogpunt worden geëvalueerd. Als dat besef doordringt, denkt Sijtsma, zal Albert Heijn de lat van EurepGAP veel hoger moeten leggen.

Dit artikel is een publicatie van Rijksuniversiteit Groningen (RUG).
© Rijksuniversiteit Groningen (RUG), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 04 december 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.