Je leest:

Bavianen handelen in baby’s

Bavianen handelen in baby’s

Auteur: | 23 mei 2003

Apen vlooien elkaar om dingen van elkaar gedaan te krijgen. Maar hoe weet degene die begint met vlooien, dat de ander hem later terugbetaalt?

Etholoog Ronald Noë houdt vandaag de David de Wied lezing.Het onderwerp is samenwerking tussen dieren. Altruïsme is een probleem voor evolutiebiologen. Waarom een ander een voordeel gunnen? Een oude verklaring is dat dieren om de beurt iets voor elkaar doen: wederkerig altruisme. Als je de ander helpt, dan is hij geneigd jou ‘terug’ te helpen, want alleen dan zul je hem bij een volgende gelegenheid opnieuw van dienst zijn. Het afbreken van – toekomstige – samenwerking is de straf die erop staat als je je niet aan de regels houdt. Deze verklaring is in de jaren zeventig bedacht door de evolutiebioloog Trivers, en veel gedragsbiologen zijn er nog steeds van overtuigd dat het zo werkt.

Toch hebben ze het mis, denkt de van oorsprong Nederlandse bioloog Ronald Noë, die nu als hoogleraar ethologie en primatologie is verbonden aan de Universiteit van Straatsburg. Noë: ‘Het is de vraag of het risico dat de ander de samenwerking afbreekt daadwerkelijk een groot probleem oplevert. Dat geldt natuurlijk wel voor twee apen die tot elkaar zijn veroordeeld. Maar dieren in het wild hebben vaak de keuze hebben uit meer dan een partner. En dan kun je ze tegen elkaar uitspelen.’

Noë promoveerde bij de Utrechtse etholoog Jan van Hooff op coalitievorming bij wilde bavianen in Kenia. De minder sterke mannetjes spanden samen om vrouwtjes af te pakken van de dominante mannetjes. Dat lukte soms, maar wat bleek: de beloning werd niet gedeeld, het was geen fifty-fifty afspraak. De ene partner kreeg meer toegang tot de vrouwtjes dan de andere. Dat was een belangrijke observatie. Het klopt namelijk niet met het idee van wederkerig altruisme. Want waarom zou degene die minder krijgt dan blijven meedoen? Het antwoord is: het is beter dan niks, want als hij teveel zou eisen, zou de sterkste van de twee een andere partner nemen. Er is sprake van een biologisch marktmechanisme.

Babymarkt

Naar aanleiding van Noë’s theorie zijn er gerichte studies gedaan door andere onderzoekers om de hypothese te toetsen. Noë: ‘Een mooi voorbeeld is de ’babymarkt’ bij bavianen. Het kenmerk van een markt is: het aanbod bepaalt de vraagprijs. Bavianenvrouwtjes zijn gefascineerd door baby’s, als er een baby is geboren bij een van de soortgenoten, willen ze die heel graag vasthouden. De moeder van de baby is in een machtspositie, ze kan een dienst verlangen. Die dienst is het vlooien van de moeder. Als het inderdaad een marktmodel is, betekent dat als er meer baby’s in de groep zijn, de prijs omlaag gaat. De prijs is tijd dat er gevlooid moet worden voordat je de baby krijgt. En dat blijkt precies te kloppen. Als er weinig baby’s in de groep zijn, moet er lang gevlooid worden, als er veel baby’s zijn, gaat de vlooitijd – de prijs – omlaag.’

Duffe buren

Een ander prachtig voorbeeld is onderzoek naar de lazuurgors (Passerina amoena), een klein amerikaans vogeltje. Volwassen mannetjes zijn mooi helderblauw. Jaarlingen, jonge mannetjes van een jaar oud, variëren van bijna helemaal bruin tot bijna even blauw als volwassen mannetjes. Sommige jaarlingen stellen de ontwikkeling van bruin naar blauw blijkbaar uit.

Hoe komt dat? Volgens de onderzoekers omdat volwassen mannetjes een voorkeur hebben voor zo duf mogelijk uitziende buren. De vogeltjes leven in woestijnachtig gebied, met een grote variatie in de kwaliteit van het broedgebied. De volwassen mannetjes komen in het voorjaar als eerste aan en bezetten de beste gebieden. Vervolgens zijn ze extreem agressief tegen blauwe mannetjes, maar ze tolereren bruine mannetjes. Dufbruin wordt daarmee voordelig. Het lijkt op een pachtsysteem, waarbij de blauwe mannetjes een deel van het gebied verpachten aan bruine mannetjes. De pachter krijgt een goed territorium, iets waar hij anders geen kans op maakte. De landheer krijgt kans op een paar extra jongen, omdat hij met zijn mooie blauwe kleur de vrouw van de pachter kan verleiden.

Zwervers

Niet alleen binnen de soort maar ook tussen soorten wordt veel samengewerkt. Een klassiek voorbeeld is de poetsvis (Labroides dimidiatus), een kleine koraalvis die gespecialiseerd is in het verwijderen van parasieten van de huid en uit de mondholte en kieuwen van grotere vissen. ‘Dit werd eerst gezien als hét voorbeeld van wederkerig altruisme, maar nader onderzoek laat zien dat ook hier marktwerking een beter model is’, aldus Noë.

Een poetsvis is altijd op dezelfde plek te vinden, het ‘poetsstation’. Klanten komen langs om zich te laten reinigen. Klanten zijn er in twee groepen. Residenten en zwervers. De residenten hebben een klein territorium met maar een poetsstation. De zwervers zijn vissen uit open zee, of koraalvissen met een groot territorium, met meerdere poetsstations. De zwervers kunnen dus naar een ander gaan als de service ze niet bevalt. De poetsers lijken dit goed te beseffen, als ze de keuze hebben tussen een zwerver en een resident, laten ze de resident wachten.

De mogelijkheid om te kunnen kiezen uit verschillende handelspartners is dus essentieel. Dat partnerkeuze zo belangrijk is, was natuurlijk al lang bekend op het gebied van sexuele selectie. Daarbij is concurrentie tussen partners een feit. Maar voor altruïstisch gedrag, bijvoorbeeld het delen van voedsel of vlooien of wat dan ook, werd altijd alleen gekeken naar samenwerking tussen de twee betrokken organismen, daardoor werd de context vergeten. Noë: ‘Achteraf kun je zeggen: waarom is dat niet eerder bedacht, maar zo gaat het nu eenmaal, als ik die bavianen niet had gezien, en had ontdekt dat beloning niet symmetrisch was, was ik er ook niet opgekomen.’

Zie ook

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 23 mei 2003

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.