Je leest:

‘Barça ou barsakh’: Barcelona of de dood

‘Barça ou barsakh’: Barcelona of de dood

Auteurs: en | 10 april 2008

‘Barça ou barsakh’: Barcelona of de dood. Dat is het motto van veel jongeren in het West-Afrikaanse Senegal door de aanhoudende crisis in de landbouw, hoge stedelijke jeugdwerkloosheid, gebrek aan toekomstperspectief en concrete armoede.

Het beeld van de Afrikaanse migranten die met hun gammele bootjes aanspoelen voor de Zuid-Europese kusten is intussen niet meer uit de media weg te denken. In Senegal zelf bestaat er slechts een beperkte politieke wil om de vlucht naar Europa aan te pakken. De grote geldsom die de Senegalese migranten elk jaar naar huis sturen is daarvoor de belangrijkste verklaring.

De toekomstige migranten zelf blijven ervan overtuigd dat een aantal jaren in Europa volstaan om hun familie te helpen, een huis in Senegal te kunnen bouwen of te kunnen investeren in een klein bedrijfje. Groot is vaak de ontgoocheling als ze in hun aankomstland merken dat het geld moeilijk te verdienen is en dat hard werken in de laagste echelons van de Westerse arbeidsmarkten, vaak zonder papieren, niet volstaat om snel de gedroomde financiële middelen te verkrijgen.

‘Barça ou barsakh’: Barcelona of de dood. Dat is het motto van veel jongeren in het West-Afrikaanse Senegal.

Tegelijkertijd is de vraag om migratie naar Europa opnieuw toe te laten onderwerp van hevige discussie, vooral onder invloed van demografische en economische factoren. Dalende vruchtbaarheidscijfers en een sterk vergrijzende bevolking leiden tot tekorten voor de pensioenen en sociale zekerheid. De steeds betere scholing en complexe economische activiteit leiden bovendien tot een tekort aan hooggeschoolde arbeidskrachten. De Europese Commissie heeft daarom een beleidsplan opgesteld om tegemoet te komen aan de toekomstige noden van de Europese Unie.

De nadruk van het beleidsplan ligt echter sterk op het toelaten van hooggeschoolde werkkrachten, terwijl er eveneens nijpende arbeidstekorten zijn in de sectoren die steunen op laaggeschoolde arbeiders. Niet al het werk kan naar lagelonenlanden geëxporteerd worden, en de informele economie is zeer belangrijk geworden.

Dit artikel concentreert zich op dit laagste segment van de arbeidsmarkt in twee verschillende Europese steden, te weten Barcelona en Antwerpen. De duidelijke verschillen in migratiegeschiedenis en economische situatie die de landen van deze steden tekenen, leiden tot verschillen in economische integratie van de Senegalese migranten. Het zal echter duidelijk worden dat de vraag naar deze groepen groot is en dat ze deel uitmaken van de economische realiteit in Spanje en België.

Lees hier verder over de migratiepolitiek van Spanje en België:

Door de duidelijke verschillen in de migratiegeschiedenis en de economische situatie van Spanje en België, zijn de economische mogelijkheden voor Senegalese migranten ook anders.

Informele arbeidsmarkten

Om te overleven en hun dromen te realiseren moeten deze nieuwe migranten een weg proberen te vinden binnen het informele arbeidscircuit. Steunend op onderzoek van Van Nieuwenhuyze kunnen we stellen dat de deelname aan informele arbeid voor Senegalezen zonder papieren zeer verschillend is in Barcelona en Antwerpen.

Landbouw of leuren in cafés

In Barcelona kwamen de respondenten meestal eerst in de landbouw terecht en nadien vaak in een verscheidenheid aan sectoren, zoals de bouw, industrie of de horeca. De respondenten in Antwerpen waren bijna uitsluitend actief in het leuren in cafés. Ze trachtten een bescheiden winst op te strijken door het verkopen van allerhande goederen, van namaak merkzonnebrillen, handtassen, horloges tot leren jassen en aanstekers.

Een mogelijke verklaring waarom er in Spanje een grotere keuze aan informeel werk is, zou kunnen liggen in de verschillende omvang van de informele sector. Spanje heeft misschien meer zwart werk; maar op basis van een studie van Schneider waarin het bruto nationaal product voortkomend uit de informele economie bekeken wordt, kunnen we constateren dat zowel België als Spanje zeer hoog genoteerd staat met percentages rond de twintig procent. Waardoor kan het verschil in tewerkstellingsmogelijkheden dan wél worden verklaard? Hierna worden drie hypothetische redenen aangehaald, die onderling sterk samenhangen.

In Antwerpen proberen Senegalese immigranten hun geld te verdienen met de verkoop van allelei spullen, waaronder tassen. Foto: © Karen Stuyck.

Spanje: grote boerderijen, familiebedrijven en particuliere zorg

Een eerste reden waarom clandestiene Senegalezen in Spanje een bredere keuze aan tewerkstellingsmogelijkheden hebben dan in België hangt samen met de economische structuur van beide landen. De duale Spaanse economie wordt gekenmerkt door het samengaan van enerzijds geavanceerde moderne sectoren en anderzijds sectoren waar verouderde, vaak kleinschalige familiale, en vaak informele productiewijzen blijven bestaan (vooral in de landbouw, de kleinschalige industrie, toerisme en horeca).

In afwezigheid van een sterke welvaartsstaat wordt ook een groot deel van de zorgsector (kinderopvang, zorg voor ouderen, huishoudelijke hulp) informeel geregeld. Daarnaast is de Spaanse economie de voorbije decennia sterk gegroeid. Deze combinatie zorgt ervoor dat de vraag naar laaggeschoolde arbeid in de informele sector sterk is toegenomen.

In veel gevallen zorgden migranten zonder wettige verblijfsvergunning voor het passende antwoord. De omvangrijke landbouwsector bijvoorbeeld staat onder invloed van een wereldwijde competitie, zowel de grootschalig commerciële als de familiale bedrijven, met vaak zware werkomstandigheden tot gevolg. Arbeiders moeten steeds beschikbaar en flexibel zijn. Ze moeten vaak op de boerderij verblijven, bereid zijn tot overuren en weekendwerk in piekperiodes en aanvaarden dat ze niet opgeroepen worden als er te weinig werk is.

Daarenboven zijn de lonen laag (vaak slechts drie euro per uur) en de fysieke condities zwaar. Dit maakt de sector weinig aantrekkelijk voor lokale Spaanse arbeiders. Een groot deel van de ondervraagde Senegalezen zonder papieren startten hun carrière dan ook hier.

In Spanje is er meer werk voor migranten. Bijvoorbeeld bij een familiebedrijf in de landbouw.

België: postindustriële economie

België daarentegen kent een meer geavanceerde postindustriële economie die samengaat met een sterk gereguleerde formele arbeidsmarkt. Het grootste deel van de informele activiteiten heeft dan ook als doel de hoge belastingen en sociale lasten op arbeid te vermijden.

In veel gevallen betreft het informele werk het verrichten van meer geschoolde arbeid door lokale arbeiders of legale migranten als aanvulling op hun loon of uitkering. Het aandeel van laaggeschoolde informele economie blijft relatief beperkt in vergelijking met Spanje en biedt dus minder mogelijkheden voor de Senegalezen zonder papieren. Leuren vormt dan een logische keuze, aangezien iedereen hier toegang tot heeft. Hieraan ontsnappen blijkt voor de Senegalese migranten zonder papieren in Antwerpen moeilijk.

België kent een geavanceerde postindustriële economie en een sterk gereguleerde formele arbeidsmarkt. Werk vinden in Antwerpen is voor Senegalezen dan ook moeilijker.

Controle op zwart werk

Een tweede reden voor het verschil tussen België en Spanje ligt in de mate van controle op informele tewerkstelling. België heeft de laatste tien jaar aanhoudend inspanningen gedaan om illegale arbeid tegen te gaan. In eerste instantie werd er getracht greep te krijgen op de huishoudelijke sector door het invoeren van dienstencheques. Bovendien zijn de controles in hoge risicosectoren verhoogd door het oprichten van gespecialiseerde teams.

Hoewel we vraagtekens kunnen plaatsen bij de efficiëntie en pakkans bij controles, vrezen werkgevers de arbeidsinspectie. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat werkgevers liever legale arbeiders extra uren zwart laten werken, aangezien de boetes hiervoor lager zijn. Dit leidt tot een opmerkelijke paradox dat men papieren nodig heeft om informeel te kunnen werken. De Senegalezen zonder papieren die informeel in de landbouw of bouw werken, zijn zonder uitzondering een aantal uren officieel tewerkgesteld op basis van geleende verblijfsvergunningen.

De Spaanse regering is daarentegen relatief laks in het controleren van informeel werk en het opleggen van sancties voor werkgevers. Spanje kent ook een lange traditie, geconsolideerd door het regime van Franco, van bescheiden toezicht op private bedrijven.

Toch bestaat ook in België informele arbeid door mensen zonder papieren in dezelfde sectoren als in Spanje (landbouw, bouw, horeca), alleen lijken Senegalezen daar geen toegang toe te vinden. Het belang van etnische netwerken vormt daarom een mogelijke derde verklarende factor.

In België wordt strenger gecontroleerd dan in Spanje of werkgevers illegalen in dienst hebben.

Etnische netwerken

In de informele sector verloopt het zoeken naar werk per definitie via connecties en netwerken. Het is denkbaar dat er in de grotere Senegalese gemeenschap in Barcelona meer informatie beschikbaar is dan in de kleinere groep in Antwerpen. Het is eveneens waarschijnlijk dat de beperktere mogelijkheden in België samen met de grotere risico’s ertoe leiden dat etnische groepen bepaalde secties van de competitieve informele arbeidsmarkt bemachtigen en hun ‘niche’ afschermen.

Dominante groepen (Poolse arbeiders in de bouwsector; Indische arbeiders in de fruitpluk, Chinezen in de horeca) blijven daardoor geconcentreerd in sectoren waartoe anderen geen toegang vinden. In Spanje is de vraag groter, het risico kleiner en lijken Senegalezen zonder wettige verblijfsvergunning in alle sectoren terecht te kunnen.

Formele arbeidsmarkten

Als men de legale status eenmaal bereikt heeft, hetzij door regularisatie, huwelijk of op andere wijze, probeert men meestal een plaatsje te veroveren op de formele arbeidsmarkt. Het leuren kan in België immers niet gelegaliseerd worden, terwijl verlenging van een Spaanse verblijfsvergunning afhangt van legale arbeidscontracten. In elk geval is de overschakeling op legale tewerkstelling noodzakelijk.

Zowel in Barcelona als in Antwerpen verloopt dat proces voornamelijk via interimkantoren die migranten meestal plaatsen in laaggeschoolde slecht betaalde banen, vaak met onregelmatige uren of in onaantrekkelijke sectoren (bijvoorbeeld industriële reiniging, onderhoud en lopendebandwerk). Vroegere werkervaring of opleiding lijken weinig verschil te maken, enerzijds door het gebrek aan talenkennis en anderzijds doordat die ervaring of scholing niet erkend wordt.

Omwille van strengere regulering van de arbeid en de betere welvaartsstaat, lijkt het dat België in deze fase aantrekkelijker is dan Spanje. Het leven is er stabieler, er is een hogere levensstandaard, en de sociale bescherming is beter. De Spaanse arbeidsmarkt blijft daarentegen meer onbeschermde tewerkstellingsmogelijkheden bieden voor die segmenten van de arbeidsmarkt die steunen op laaggeschoolde arbeid. Slechts een beperkt aantal migranten kan het in deze fase financieel, familiaal of psychologisch opbrengen om te investeren in extra vorming en training die later wel het verschil kan maken op de arbeidsmarkt.

Senegalezen in Antwerpen. In de informele sector verloopt het zoeken naar werk per definitie via connecties en netwerken.

Vastberaden om te slagen

Onderzoek naar de economische integratie van Senegalese migranten in twee verschillende arbeidsmarkten toont aan dat mensen sowieso zullen proberen hun droom van een beter leven waar te maken. Om dat te bereiken passen ze zich aan de vragen van de arbeidsmarkt aan, hoe uitbuitend ook, of creëren ze hun eigen werk. Meestal slagen ze er ondanks de zware werkomstandigheden en lage lonen toch in om beperkte middelen te versturen om hun familie in Senegal te helpen.

In een wereld van grote ongelijkheden is het migratieproject dan ook ‘geslaagd’ en een stimulans voor jongeren in Senegal om misschien toch maar in de boot naar Spanje te stappen. Migratiebeleid zou dan ook rekening moeten houden met deze fundamentele economische ongelijkheid en de vastberadenheid om te slagen die daar een gevolg van is.

Migratiebeleid zou rekening moeten houden met de vastberadenheid van migranten om te slagen.

Strikter beleid zal migratie niet tegenhouden

De vergelijking legt ook duidelijke discrepanties bloot in zowel het arbeidssysteem in België als in Spanje. Deze tegenstellingen kunnen de beleidsintenties ondermijnen en in sommige gevallen zelfs tegenwerken. Centraal hierbij staat de grote vraag naar informele arbeid in Europa. Deze vraag kan een gevolg zijn van de wens om te ontsnappen aan hoge belastingen en regulering van arbeid of van de traditionele aanwezigheid van een duale economie, of voortkomen uit de flexibilisering van de laaggeschoolde sectoren van de arbeidsmarkt.

In elk geval zal het invoeren van een strikter beleid, terwijl de vraag naar illegale arbeid nog steeds op grote schaal bestaat, migratie niet tegenhouden. Dit kan in België leiden tot het tolereren van grote groepen mensen zonder papieren die in zeer marginale omstandigheden moeten overleven, met alle humanitaire, medische en politieke gevolgen van dien. In Spanje bestaat de kans dat de grote vraag naar informele werkkrachten zal leiden tot een verdere deregulering van de arbeidsmarkt, waarvoor de rechten voor de arbeiders lijken te eroderen.

Het beleidsplan van de Europese Commissie heeft hier weinig aandacht voor doordat de nadruk sterk ligt op het rekruteren van hooggeschoolde arbeidskrachten waarvoor er een zeer grote internationale concurrentie bestaat. Er is weinig aandacht voor de groep migranten die niet kunnen steunen op quotasystemen of bilaterale akkoorden. Een van de redenen hiervoor is het geloof dat de toekomstige arbeidsnoden voor laaggeschoold werk tegemoetgekomen kunnen worden door het arbeidsoverschot in de tien nieuw geassocieerde staten (plus Roemenië en Bulgarije) die in 2004 tot de Europese Unie zijn toegetreden. Niettemin zal de migratie van derdewereldlanden als Senegal niet verkleinen zolang de ongelijkheid tussen noord en zuid steeds maar groter wordt.

Dit artikel is gebaseerd op een onderdeel van het afgeronde proefschrift van Inge Van Nieuwenhuyze, verbonden aan het King’s College London, en veldwerk uitgevoerd in het kader van het lopende doctoraatsproject van Karen Stuyck. Zij is verbonden aan het Instituut voor Sociale en Economische Geografie van de Katholieke Universiteit Leuven.

Literatuur:

Nieuwenhuyze, I. van (2007) Getting by in urban Europe’s labour markets: The case of Senegambian labour migrants in Antwerp and Barcelona.King’s College London. Schneider, F. (2006) Shadow economies of 145 countries all over the world: What do we really know?Johannes Kepler University.

Dit artikel is een publicatie van AGORA.
© AGORA, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 10 april 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.