Je leest:

Baby’s zijn goed in liplezen

Baby’s zijn goed in liplezen

Auteur:

De taalontwikkeling van kinderen doorloopt verschillende stadia. Nog voordat kinderen beginnen te praten, begrijpen ze al een hoop. Niet alleen door te luisteren naar hun ouders, ook door hun lipbewegingen te volgen. Dit blijkt uit onderzoek van de Atlantic University in Florida.

Om hun moedertaal goed te leren, zijn kinderen afhankelijk van een goed gehoor. Toch blijkt uit recent onderzoek dat behalve luisteren ook kijken heel belangrijk is bij het leren van taal. Voordat baby’s beginnen te brabbelen – meestal zo rond de zes maanden – houden ze niet alleen hun oren gespitst, maar kijken ze vooral ook naar de ogen van hun ouders of verzorgers.

Liplezende baby’s

Met zes maanden start een nieuwe fase doordat baby’s beginnen met brabbelen. Dat zijn herhaalde klanken zoals mamamamam of wawadada. Als een baby luistert naar de taal van een volwassene, verschuift zijn blik in dit stadium van de ogen naar de mond. Het volgen van de lipbewegingen geeft de baby aanvullende informatie over de manier waarop klanken gemaakt worden. Rond hun eerste verjaardag beginnen de meeste dreumesen hun eerste woordjes te uiten. De psychologen David Lewkowicz en Amy Hansen-Tift ontdekten dat de blik zich vanaf dat moment weer richt op de ogen van de spreker.

Het is opmerkelijk dat onderzoekers nog niet eerder ontdekt hebben dat liplezen bijdraagt aan taalbegrip bij baby’s. Hoewel onderzoekers zich ervan bewust waren dat ook andere zintuigen dan het gehoor een rol spelen bij taalbegrip, werd er altijd van uit gegaan dat baby’s taal leren door te luisteren. Nu blijkt dat ook liplezen een belangrijke rol speelt in het proces van taal leren.

Eyetracking
Florida Atlantic University

Vreemde taal

De onderzoekers testten 179 kinderen van Engels-sprekende ouders van vier, zes, acht en twaalf maanden oud. In een van de experimenten werd gekeken hoe baby’s reageren op een andere taal dan hun moedertaal, in dit geval het Spaans. De proefpersoontjes werden gefilmd terwijl ze een video bekeken van een Engels of Spaans sprekende vrouw.

De blik van de kinderen tussen de acht en twaalf maanden was nog volledig gericht op de lippen van de Engelse en Spaanse sprekers. De éénjarige kinderen verlegden hun blik naar de ogen. Tenminste, wanneer ze een Engelstalige spreker te zien kregen. Bij het zien van een Spaanstalige spreker bleef de blik gefocust op de mond. Dat duidt erop dat deze kinderen moeite hadden met het begrijpen van de Spaanse klanken.

Autisme

Deze laatste uitkomst kan volgens Lewkowicz en Hansen-Tift ook belangrijke implicaties hebben voor het opsporen van communicatiestoornissen zoals autisme. Normale kinderen verleggen namelijk rond hun eerste verjaardag hun blik van de mond naar de ogen van de spreker. Wanneer kinderen na hun eerste jaar nog steeds gefocust blijven op de mond, zou dit kunnen duiden op taalproblemen.

Kinderen die in hun tweede levensjaar nog steeds gefocust zijn op de lippen, hebben een grote kans om autisme of een andere communicatiestoornis te ontwikkelen, aldus Lewkowicz. Uit eerder onderzoek blijkt ook dat tweejarige kinderen met autisme oogcontact vermijden. De uitkomsten van het huidige onderzoek doen vermoeden dat autisme in de toekomst ook al op jongere leeftijd kan worden opgespoord.

Bron:

  • David Lewkowicz & Amy Hansen-Tift. Infants deploy selective attention to the mouth of a talking face when learning to speak. Proceedings of the National Academy of Sciences.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 19 januari 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE