Je leest:

Babylab taalverwerving wordt geopend

Babylab taalverwerving wordt geopend

Auteur: | 30 januari 2008
Wat begrijpen baby’s van de wereld om hen heen? Hoe luisteren ze naar spraakklanken, wat snappen ze, wat kunnen ze zelf zeggen, en wat is daar het verband tussen? Om deze vragen te onderzoeken opent de Universiteit Leiden binnenkort een nieuw Babylab taalverwerving.

Baby’s leren verbazingwekkend snel praten. In het Babylab taalverwerving wordt onderzocht wat baby’s en peuters al begrijpen, wat ze kunnen zeggen, en wat de relatie daartussen is. Vrijdag 1 februari wordt het lab officieel geopend, met een gastlezing van ‘moeder van de babylabs’ prof.dr. Anne Cutler van het Nijmeegse Max Planck Instituut.

Grip op de wereld

Het Babylab taalverwerving, waar sinds december al achttien baby’s zijn getest, is een onderdeel van het Babylab van de Universiteit Leiden, dat gevestigd is in de faculteit Sociale Wetenschappen. Cognitief psychologen en taalkundigen onderzoeken daar hoe baby’s mentaal grip krijgen op de wereld om hen heen. De onderzoekers komen uit verschillende faculteiten, en werken samen in het Leiden Institute for Brain and Cognition (LIBC).

Baby Milan met zijn vader, en onderzoeker Marijn van ’t Veer (l.)

Knuffeldier

Wat gebeurt er in het Babylab? Een voorbeeld: in een geluiddichte ruimte kijkt een baby, zittend op de schoot van – meestal – een van de ouders, naar een groot scherm waarop een object worden getoond. Een tamelijk ongedefinieerd kleurig knuffeldier bijvoorbeeld. Tegelijkertijd klinkt een stem die het object benoemt met een fictief woord, bijvoorbeeld paa. In de ruimte ernaast volgt een onderzoeker de baby nauwgezet op een computerscherm, terwijl subtiele apparatuur registreert hoe lang die de aandacht op zijn eigen scherm houdt. Als de naam niet meer interessant is, en er kennelijk ‘in zit’, wordt de uitspraak ervan gewijzigd. Er wordt bijvoorbeeld een medeklinker toegevoegd aan het slot van het woord. Opnieuw wordt geregistreerd of en hoe lang de baby aandacht heeft voor het nieuwe. Bij dit soort experimenten gaat het erom meer te weten te komen over de perceptie van taal. Wat horen kinderen, en wat herkennen ze al? Kennen ze bijvoorbeeld de juiste uitspraak van woorden die ze zelf nog niet kunnen uitspreken? In andere experimenten gaat het om de productie van taal. Dan is het de bedoeling dat de baby’s of peuters de objecten zelf benoemen.

Op het videoscherm verschijnt een paa.

Babyfouten

Er zijn nu drie grote onderzoeksprojecten waarin het Babylab voor taalverwerving een rol krijgt, vertelt dr. Claartje Levelt, die het taalonderzoek in het Babylab leidt. Ten eerste haar eigen Vidi-project. Samen met aio Margarita Gulian doet Levelt onderzoek naar de ontwikkeling van het taalproductieproces bij baby’s en peuters. Om taal te produceren moet een baby drie dingen in huis hebben: kennis, de regels om van klanken woorden te maken, en de motorische vaardigheden om die regels toe te passen. Levelt kijkt naar al die drie niveaus, en probeert te achterhalen waar de oorsprong ligt van typische ‘babyfouten’ in de uitspraak van woorden. Kent een baby het woord nog niet? Hoort hij zichzelf wel goed? Worden alle uitspraakprocedures in de hersens die bij volwassenen bekend zijn al in acht genomen? Of kan de baby bepaalde klanken misschien motorisch nog niet aan? Zo wil Levelt een taalproductiemodel voor babytaal ontwikkelen, analoog aan het model dat al eerder voor volwassenen is bedacht.

Vogeltjes

In het tweede project vergelijkt Levelt samen met gedragsbioloog prof.dr. Carel ten Cate en aio Sita ter Haar de ontwikkeling van taal bij baby’s met de ontwikkeling van zang bij zebravinken. Levelt: ‘We vergelijken het hele proces, tot het moment dat er betekenis bij komt kijken. We kijken bijvoorbeeld naar de gevoeligheid voor bepaalde fonologische structuren, of voor frequenties in de taal of zang.’ De zebravinken worden overigens niet onderzocht in het Babylab. Dat gebeurt gewoon bij biologie.

Biologen en taalkundigen vergelijken babytaal en vogelzang

Klanken

Hoe verwerven baby’s de inventaris van klanken in hun hersens, waarmee ze woorden gaan opbouwen en contrasteren. Dat is de vraag die aio Marijn van ‘t Veer wil beantwoorden, en waarvoor hij baby’s gaat testen in het Babylab. Baby’s moeten per slot alle klanken leren kennen die bij hun eigen taal horen, en die vervolgens ook nog eens gaan produceren. Dit nieuwe onderzoek is een gezamenlijk project van Levelt, hoogleraar fonologische microvariatie prof.dr. Marc van Oostendorp, en dr. Ineke van der Meulen.

KNO

Het Babylab taalverwerving gaat ook samenwerken met de afdeling Keel- Neus- en Oorheelkunde van het LUMC. Het doel is zicht te krijgen op de taalontwikkeling van kinderen met een schisis, een cochleair implantaat (een elektrische prothese in het binnenoor) of een Specific Language Impairment (een taalontwikkelingsstoornis zonder direct aanwijsbare oorzaak). Deze kinderen hebben allemaal in meer of mindere mate moeite met de taalontwikkeling.

Dit artikel is verschenen in de nieuwsbrief van de Universiteit Leiden.

Meer artikelen over kindertaalverwerving:

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 januari 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.