Je leest:

Babyhersens nemen kleur anders waar

Babyhersens nemen kleur anders waar

Auteur: | 12 maart 2008

In het vroegste stadium van de taalverwerving wordt tijdens de waarneming van kleur de rechter hersenhelft geactiveerd. Pas wanneer kinderen hun moedertaal hebben verworven, is hersenactiviteit zichtbaar in de linker hersenhelft. Deze hersenhelft is betrokken bij alle taken die met taal te maken hebben.

Babyhersens verwerken kleur op een andere manier dan volwassen hersenen. Dit heeft alles te maken met de relatie tussen taal en waarneming, zo blijkt uit recent onderzoek, waarvan de resultaten deze maand werden gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Science. In het allervroegste stadium van de taalverwerving komen kleuren binnen via de rechter hersenhelft. Pas wanneer kinderen hun moedertaal hebben verworven, vindt de verwerking plaats in de linker hersenhelft. Dat dit precies hetzelfde gebied is waar we ook taal verwerken is geen toeval, volgens het onderzoeksteam uit California.

Het was al langer bekend dat volwassenen bij het verwerken van kleuren gebruik maken van hun linker hersenhelft, hetzelfde gedeelte van de hersenen waar ook de taalverwerking plaatsvindt. Paul Kay, taalkundige aan de universiteit van California, Berkeley, zette samen met zijn collega’s een onderzoek op om te zien of er een relatie bestaat tussen de locatie van taal- en kleurverwerking in de hersenen. Is het puur toeval dat zowel kleur als taal in de linkerhersenhelft worden verwerkt, of bestaat er een causaal verband?

Onderzoek onder de Pirahãstam in Brazilië, door de Amerikaanse taalkundige Dan Everett, liet zien dat hun taal geen vaste woorden kent voor kleuren. In plaats van woorden gebruiken de Pirahã metaforen om kleuren te beschrijven. Wanneer je ze een rode mok voorhoudt, zullen ze zoiets zeggen als “Dit lijkt op bloed”, aldus Everett. Dit voorbeeld laat een duidelijk verband zien tussen taal en kleurperceptie.

Ik zie ik zie…

Om een mogelijk verband tussen taal en kleurwaarneming te onderzoeken ging het team van Kay na in welk deel van onze hersenen kleur verwerkt wordt vóórdat de taal is verworven. Daarvoor vergeleken de onderzoekers de kleurperceptie van volwassenen met die van 4-6 maanden oude baby’s. De proefpersonen kregen een gekleurd object te zien tegen een gekleurde achtergrond. De onderzoekers gingen vervolgens na hoeveel tijd de proefpersonen nodig hadden om het object in de gekleurde ruimte te ontdekken.

De volwassenen reageerden sneller wanneer het object geplaatst was aan de rechter kant van het gezichtsveld, dat namelijk als eerste doorwerkt naar de linker hersenhelft. Bij de baby’s werd een omgekeerd patroon waargenomen: zij reageerden juist sneller wanneer het object was geplaatst aan de linker kant van het zicht.

Volgens Kay volgt uit dit onderzoek overduidelijk dat taal zijn uitwerking heeft op onze kleurperceptie. Immers, pas dan wanneer kinderen een taal volledig hebben verworven, en de benamingen voor kleuren hebben geleerd, lijkt de verwerking van kleur te verschuiven naar dat gebied van de hersenen waar ook taal verwerkt wordt. Toch zijn andere taalkundigen nog voorzichtig met het overnemen van deze conclusie.

Jonathan Winawer, verbonden aan de universiteit van Stanford, is nog niet helemaal overtuigd: “Taal is een goede kandidaat om het verschil te verklaren tussen kleurperceptie bij kinderen en volwassenen. Maar het blijft een controversieel idee”, zo zegt hij in Nature. “Er zijn ook nog andere verklaringen denkbaar. Kinderen en volwassenen verschillen namelijk niet alleen maar op het gebied van taalverwerving, maar ook op andere vlakken.”

De taalkundige Chiyoko Kobayashi liet tweetalige testpersonen een tekst interpreteren. Daarbij lieten de testpersonen die zowel Japans als Engels beheersten, verschillende hersenactiviteitspatronen zien, afhankelijk van de taal die ze gebruikten. Over het algemeen was er een grotere hersenactiviteit wanneer ze vragen beantwoordden in het Japans. Volgens de onderzoekster komt dit doordat het Japans meer gebruikt maakt van nonverbale communicatie.

Hersenscans

Maar de conclusie van Kay wordt ook gestaafd door een tweede onderzoek op zijn naam, dat in hetzelfde nummer van Proceedings of the National Academy of Sciences wordt beschreven. Voor deze studie, waarin Kay samenwerkte met collega’s uit Hong Kong, maakte hij gebruik van fMRI -scans. Daarbij werd gekeken welke delen van de hersenen geactiveerd zijn bij het beoordelen van verschillende kleuren. Uit deze studie komt naar voren dat mensen meer hersenactiviteit vertonen bij het zien van kleuren die makkelijk te benoemen zijn in hun moedertaal, zoals rood en groen.

Bij kleuren die moeilijker in te delen zijn, zoals blauw-groen of rood-oranje ligt de hersenactiviteit in de linker hersenhelft lager. Volgens Kay komt dit doordat taal een belangrijke schakel vormt bij de verwerking van kleur. Maar ook hierin ziet Winawer geen sluitend bewijs. Je kunt immers ook het tegenovergestelde verwachten: namelijk dat kleuren die moeilijk te benoemen zijn, juist een grote activiteit in het taalcentrum in de hersenen laten zien.

Toch staat Kay niet alleen in zijn idee dat taal invloed uitoefent op de manier waarop wij de wereld om ons heen waarnemen. In 1930 kwam taalkundige Benjamin Lee Whorf met eenzelfde aanname. Sindsdien is een reeks aan experimenten uitgevoerd die het verband tussen taal en waarneming lijken te bevestigen. Maar tot nu toe gaat het steeds om indirecte claims: hard bewijs vanuit de neurologie is er nog steeds niet. Maar Kay gaat stug door met zijn onderzoek. De volgende vraag die hij wil beantwoorden is of de verschillende stadia van taalverwerving ook invloed hebben op andere aspecten van onze waarneming.

zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 maart 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.