Je leest:

Babbelen met geesten

Babbelen met geesten

Boodschap van gene zijde of slimme psychologie?

Auteur:

“Opa, waar had je dat testament nou verstopt?” Soms zou het maar wat makkelijk zijn als je je overleden dierbare nog even iets zou kunnen vragen. Via mediums, bandrecorders en ouija borden doen nog dagelijks massa’s mensen een poging. Anekdotes over contact met het hiernamaals zijn er te over, maar helaas is zo’n directe verbinding met gene zijde nog nooit wetenschappelijk bewezen.

Volgens een onderzoek van TNS NIPO in 2007 gelooft één op de drie Nederlanders dat televisiemedium Char inderdaad met geesten kan communiceren. Daarin zijn ze niet de eersten: sjamanisme, de verzamelnaam voor geloofsstromingen waarbij bepaalde individuen contact maken met geesten of voorouders, is al zo oud als de mensheid.

Small
Wikimedia Commons

Wetenschappelijk onderzoek om bestaan van geesten aan te tonen, dan wel te ontkrachten, bloeide pas op in de tweede helft van de 19e eeuw. In die tijd waren séances bijzonder populair. Mediums lieten geesten verschijnen en produceerden ‘ectoplasma’. Er was zelfs een korte periode waarin spiritueel gezang (de geest die zong door de stembanden van het medium) populair was. Paranormaal onderzoek was toentertijd nog een relatief respectabele tak van de wetenschap, en wetenschappers als William Crookes (chemicus) en het Nederlandse duo Malta en Zaalberg van Zelst (natuurkundigen) deden dan ook hun uiterste best om de authenticiteit van de mediums of het bestaan van geesten te bewijzen.

Uit de catalogus

De tafel een stukje laten ‘zweven’ was één van de manieren waarmee geesten lieten weten dat ze er waren. Werktuigbouwkundig ingenieur W. Crawford van de universiteit van Belfast raakte rond 1920 geïnteresseerd in de natuurkundige aspecten van dit tafelzweven. Hoe konden geesten (in hun onstoffelijke vorm) zich tegen de vloer afzetten om de tafel op te tillen? Actie is toch reactie?

Aan de hand van een serie experimenten met gewichten en katrollen concludeerde Crawford dat geesten een ‘uitschuifbare staaf van ectoplasma’ lieten tussen de vloer en de tafel. Eén van zijn bewijsstukken was een afdruk in klei, die door de ectoplasma-staaf gemaakt zou zijn tijdens een séance. Naar goed wetenschappelijk gebruik probeerde een andere wetenschapper (Henry Bremset) het experiment na te doen. Zijn kleiafdruk leek wel verdacht veel op een vrouwenvoet in een kous.

Voor het medium dat bang was voor RSI, waren er in 1901 allerhande hulpmiddelen te koop. De catalogus van de Ralph Sylvestre Company adverteerde: “Tafel levitatie-apparaten voor geestverschijningen, $12. Onze effecten worden door bijna alle prominente mediums gebruikt.” Er was ook keuze uit luminescente geesten (zweeft door de ruimte en verdwijnt) en zelfspelende trompetten.

Malta en Zaalberg van Zelst publiceerden in 1911 het boek Het geheim van den Dood. Hierin beschreven ze een apparaat om, indien je een gewillige geest bij de hand hebt, zijn bestaan aan te tonen: de Dynamistograaf. Ze gingen ervan uit dat aangezien een geest geen lichaam had, maar wel dingen kon doen, deze uit gas zou moeten bestaan. De geest kon zijn gas-lichaam naar believen laten krimpen en expanderen. Dit drukverschil hoopten de heren te meten.

Dat Thomas Edison ook aan een Dynamistograaf werkte is overigens een bekende hoax.

Naar eigen zeggen lukte het hen om hun geest aan te tonen, maar toen dit experiment door externe wetenschappers werd herhaald, faalde het. Later rapporteerde de Nederlandse Natuurkundige Sociëteit dat het duo niet had gecompenseerd voor trillingen en andere natuurlijke drukverschillen.

De bouwplannen voor het apparaat werden overigens door een geest zelf aangeleverd, door middel van een oui-ja bord (zie kader). De geest die de ingenieurs bijstond, gebruikte daarnaast opvallend ingenieur-vriendelijk taalgebruik. Zelfs de afmetingen van de cylinders gaf hij tot in de centimeters nauwkeurig aan. Is het wellicht denkbaar dat het idee voor de machine uit het onderbewuste van de ingenieurs zelf vandaan kwam?

Crowdpleaser op slaapfeestjes

Een huis-tuin-en-keukenmanier om met geesten te communiceren is via een oui-ja bord, ofwel “glaasje draaien”. Je schrijft alle letters van het alfabet op een vel papier en zet er een omgekeerd glas of houten aanwijsfiche op. Leg met een paar vrienden allemaal je vinger op het glas en het zal als vanzelf over het blad bewegen, ondertussen letters aanwijzend.

Small
Dit oui-ja bord werd eind 19e eeuw verkocht door speelgoed producent Parker Brothers.
Flickr/scriptingnews

Wie het glas bestuurt? Dat hangt er helemaal vanaf wie je deze vraag stelt. Spiritualisten zijn ervan overtuigd dat geesten, die soms zelfs kwaad willen, zo boodschappen doorgeven aan de toeschouwers. In de wetenschap is de gangbare opvatting dat de deelnemers zelf, bewust of onbewust, de bron van de beweging zijn.William Carpenter, een Engelse dokter uit de 19e eeuw, schreef voor het eerst een wetenschappelijke publicatie over deze onderbewuste spieraansturing: het ideomotor effect. Dit stuurt bijvoorbeeld tranenproductie aan en instinctieve spiersamentrekkingen zoals de kniereflex. Natuurkundige Michael Faraday toonde in 1853 aan dat het inderdaad de gebruikers zelf waren die de mysterieuze bewegingen op het bord veroorzaakten. Hij verving het oppervlak waar de handen van het medium op lagen, door een stapel dunne laagjes hout, ieder iets breder dan de vorige. De positie van elk laagje op het volgende werd gemarkeerd met een potloodstreepje. Als de schuivende kracht inderdaad van geesten kwam, hypothetiseerde Faraday, dan zouden de laagjes niet ten opzichte van elkaar verschuiven. Maar als de kracht van de gebruiker kwam, dan de verschuiving van de bovenste laagjes ten opzichte van de onderste laagjes zichtbaar worden. Dit was inderdaad het geval.

Er nog nooit bewezen dat er via een oui-ja bord nieuwe informatie naar voren is gekomen. Dat wil zeggen, informatie die daarvoor niet aan de gebruiker of toeschouwers bekend was. Zelfs de producenten van het bord beschouwden het meer als een spelletje voor slaapfeestjes dan iets anders, maar mediums maakten er gretig gebruik van.

De mediums van tegenwoordig richten zich minder op het bewijzen van de geest, maar meer op het doorgeven van informatie. De sessies zijn niet meer in schemerige achterkamertjes, maar gebeuren bij vol daglicht en zelfs voor het oog van camera’s. Een voorbeeld daarvan is het televisieprogramma Char. Wel is er nog altijd publiek tijdens de sessie aanwezig. Vaak zijn dat nabestaanden die hopen in contact te komen met een dierbare overledenen.

Hoewel er ongetwijfeld mediums zijn die heilig in hun vermogen met geesten te communiceren geloven, is er nog nooit wetenschappelijk bewijs geleverd dat dit ook echt zo is. Maar vaak lijkt het wel zo, omdat mediums plotseling vrij persoonlijk dingen lijken te weten over de overledenen of nabestaanden. Dat komt omdat de meeste mediums gebruik maken van een techniek die “cold reading” heet.

Cold reading, iedereen kan het! Volg 7 simpele tips:

  1. Kijk naar het uiterlijk van je gesprekspartner Trouwringen, kleding, sieraden, eelt op de handen, auto en haarstijl, daar kun je al heel veel aan zien. Een chique dame zal sneller in een villa wonen dan in een Bijlmerflatje.
  2. Gebruik algemene waarheden “Uw moeder draagt een ketting die nu in een la of kastje ligt bij u thuis” Wie gooit sieraden van overleden dierbaren nu weg?
  3. Schiet met hagel “Ik krijg een P door.. Of een B, een familielid of goede vriend?” De kans dat de toeschouwer iemand kent wiens naam/bijnaam/doopnaam met één van die twee letters begint is vrij groot. Meestal geeft de toeschouwer ook wat uitleg: “Ja, mijn broer Bertus? Daar was opa altijd dol op.”
  4. Laat de cliënt praten Want dat is zeker weten waar. En meestal herinnert niemand zich na zo’n gesprek nog wie precies wat zei.
  5. Dubbelzinnige vragen stellen “U heeft toch geen kat hè?” Dan kun je bij elk antwoord doen alsof je het al wist.
  6. Blijf observeren Toeschouwers knikken, kijken afkeurend of leunen geïnteresseerd jouw kant op. Zo weet je of je op het juiste spoor zit.
  7. Vlei en stel gerust Doden zijn altijd op een mooie plaats, hebben geen pijn of spijt en hielden heel veel van je klant.

Zou jij hier nooit intrappen? Kijk dan eens naar het filmpje hieronder.

Een experiment van Derren Brown, waarin hij laat zien hoe ‘cold reading’ werkt.

Via cold reading is het onmogelijk nieuwe informatie boven tafel te krijgen. Elk medium dat beweert dat wel te kunnen, kan letterlijk een fortuin verdienen. De James Randi vereniging looft namelijk een miljoen dollar uit voor een wetenschappelijk objectieve demonstratie van paranormale krachten. Ook communiceren met de doden valt hieronder.

De vereniging test elk jaar tientallen kandidaten, maar helaas is er nog niemand ook maar door de voorrondes (een objectieve test, samen met het medium ontworpen) gekomen. Populaire mediums zoals Char, Robbert van den Broeke en hun Amerikaanse collega’s gaan deze proef helaas niet aan, ondanks herhaaldelijke uitnodigingen van de vereniging.

Een TED-talk van James Randi over de uitdaging van zijn vereniging

Elektronische oplosingen

De opmars van elektrotechniek bood weer hele nieuwe manieren voor geesten om contact met ons te maken. Via de ruis van je TV tussen de kanalen in, of geluidsopnamen van op het eerste gezicht stille plekken. Dit laatste heet “Electric Voice Phenomenon” (EVP) en heeft een wereldwijde vereniging. Iedereen kan het: je neemt geluid op van een plaats waar geesten rondhangen, meestal de plek waar ze op onprettige wijze zijn omgekomen. Luister na een poosje het fragment terug. Meestal staat er wel iets op dat op woorden lijkt. Komt dit dan van gene zijde?

Waarschijnlijk niet, volgens Jurgen Graaff, een Duitse ingenieur van Elektronicagigant TeleFunken. De eerste mogelijkheid is dat je radio hebt opgevangen. Ieder elektrisch apparaat kan als ontvanger dienen, en zo radiogeluid opvangen dat je met je oren van vlees en bloed niet hoort. Maar zelfs als er echt niets op de radio, TV of politiezender was wat op je opname staat is dat geen garantie op dodenpraat. Radiogolven worden ook nog eens beïnvloed door het tropisferisch ducting effect. Door vlugge temperatuurs- en vochtingheidsveranderingen kan de brekingsindex van de afmosfeer veranderen waardoor radiosignalen plotseling tot wel 1500 kilometer verder te ontvangen zijn. Een New Yorkse taxixchauffeur is dan ineens in Nederland hoorbaar. Daarnaast is het menselijk brein gewoon heel erg goed in verbanden vinden, zelfs als die er niet zijn. Dit verschijnsel heet pareidolie. We zoeken gezichten op de maan, en horen boodschappen in doodgewoon radioruis. We zoeken naar wat we kennen.

Medium
Zeer wetenschappelijk objectief gesteld. Maar dit stripje wordt dan ook door een fysicus getekend.

Er is dus nog geen wetenschappelijk betrouwbare manier om contact te zoeken met onze overleden familieleden. We weten niet eens zeker of er nog wel iets is om contact mee op te nemen, als het lichaam er eenmaal mee opgehouden is. Ook hier is allerhande wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Geïnteresseerd? Lees verder over de dood van de ziel.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 09 november 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE