Je leest:

‘B-mails’ uit de middeleeuwen

‘B-mails’ uit de middeleeuwen

Auteur: | 8 februari 2007

In de middeleeuwen bestond nog geen e-mail maar wel iets dat er erg op leek. In Novgorod, Noordwest-Rusland, werd druk gecommuniceerd via stukjes berkenbast. Raadsels, liefdesbrieven maar ook huwelijksaanzoeken werden in een nat stukje berkenbast gekrast. De informele taal die op deze manier bewaard gebleven is, wijkt in taalkundig opzicht af van het Russich dat we kennen uit kerkelijke boeken.

In Noordwest-Rusland, geconcentreerd rond de stad Novgorod, vond in de middeleeuwen een levendige correspondentie plaats op stukjes berkenbast. Meer dan duizend van deze ‘b-mails’ zijn nu gefotografeerd, verder geanalyseerd en op internet gezet door een consortium van zeven onderzoeksinstituten. De Universiteit Leiden is daarvan penvoerder. ‘De berichten zijn het equivalent van iets dat het midden houdt tussen e-mail en sms’, vertelt slavist en ‘berestoloog’ prof.dr. Jos Schaeken. ‘Het materiaal beperkt de lengte van de boodschap die je kunt overdragen.’

Jos Schaeken: ‘Het is of je duizend briefjes hebt met Hebban olla vogala nestas hagunnan. Frits van Oostrom zou er zijn vingers bij aflikken, als zoiets voor het Nederlands bestond.’

Stilus

De berestologie is de jonge wetenschap die zich bezighoudt met de teksten op berkenbast (‘beresta’ is het Russische woord voor berkenbast). Schaeken laat een stukje gedroogde berkenbast zien, dat hij zelf uit een dode berk heeft gesneden. ‘We weten niet precies hoe het behandeld werd, maar het is geen intensief proces. Je moet het een beetje nat maken en dan kun je er heel goed met een stilus op schrijven. De letters werden er zonder inkt ingekrast. Er zijn maar twee met inkt beschreven exemplaren bekend.’ Berkenbast was (en is) een alom voorhanden materiaal in noordwest-Rusland en dus een voor de hand liggende kandidaat om te dienen als tekstdrager. Papier was nog niet bekend en perkament was veel te duur. Bovendien bestond er al een cultuur om dit materiaal te gebruiken.

Bodemarchief

Het eerste beschreven stukje berkenbast werd gevonden op 26 juli 1951 en sindsdien zijn er al meer dan duizend opgegraven. Elke zomer wordt verder gegraven naar nieuwe. De stukjes zijn gemiddeld niet groter dan 15 tot 40 centimeter lang en 2 tot 8 centimeter breed. Op maar een kwart staat een volledige tekst, de rest is min of meer fragmentarisch overgeleverd. De volledig bewaarde teksten zijn meestal niet langer dan twintig woorden. Een paar hebben meer dan vijftig woorden en de langste tekst telt 176 woorden. De schrijfcultuur op berkenbast ontstond in het tweede kwart van de elfde eeuw en duurde tot iets na het midden van de vijftiende eeuw. Dit heeft te maken met allerlei historische ontwikkelingen en met de archeologische gesteldheid, waardoor berkenbast niet meer in het bodemarchief kon worden opgenomen. Schaeken: ‘Het wil niet per se zeggen dat het er niet meer was, maar het is niet overgeleverd.’

Novgorod, Nr. 549, eind twaalfde eeuw

Een bestelling aan de ikonenschilder Grechin:‘Groet van de pope aan Grechin. Schilder me twee zesvleugelige engelen op twee ikonen, te plaatsen boven de deïsis. Ik groet je. God staat garant (voor de betaling) of anders worden we het wel eens.’

Liefdesbrieven

De berkenbastteksten geven een uniek inzicht uit de eerste hand in het dagelijkse leven van Novgorod over een periode van meer dan vierhonderd jaar. Meestal gaat het om privé-correspondentie, maar er zijn ook nogal wat lijsten met administratieve gegevens gevonden. Verder komen bijna alle denkbare genres aan de orde: officiële documenten, zoals een testament of een andere formele overeenkomst; leermateriaal, zoals een opsomming van het alfabet of lettergreepoefeningen; raadseltjes, schoolgrapjes, bezweringen, etiketten, liefdesbrieven, stukjes literatuur en liturgische teksten, huwelijksaanzoeken, uitnodigingen. ‘Van nogal wat berkenbastteksten weten we niet wat er precies bedoeld wordt maar elke nieuwe vondst voegt iets toe aan onze kennis’, vertelt Schaeken. ‘Het zijn korte teksten zonder context. De schrijver gaat er vanuit dat de ontvanger een heleboel snapt zonder alles te hoeven uitleggen.’

Vrouwen

Naast de cultuurhistorische waarde hebben de teksten een onschatbare taalkundige waarde. ‘De berkenbastteksten hebben aangetoond dat de verschillen tussen de liturgische taal en het volkse Russisch veel groter is dan men altijd dacht’, vertelt Schaeken. ‘We waren gewend aan Kerkslavische boeken, geschreven in een uit Bulgarije geïmporteerde taal. Maar in Novgorod werd een heel ander soort Russisch gesproken dan in het zuiden. Er zijn uitingen naar boven gekomen waarvan eerst gedacht werd dat het schrijffouten waren. Men nam aan dat die mensen niet genoeg onderlegd waren om hun taal goed of correct op schrift te krijgen. Maar historisch taalkundig kun je die afwijkingen verklaren.’ Wat ook een verrassing was, is dat geletterdheid een behoorlijk deel vormde van de samenleving en dat een aantal teksten geschreven zijn door vrouwen. ‘In het begin werd wel gedacht dat iedereen in die tijd kon lezen en schrijven. Dat vonden de Sovjets natuurlijk fantastisch, maar na duizend brieven zien we nu wel dat vooral de toplaag en de laag daar net onder, geletterd was’, relativeert Schaeken.

Novgorod, Nr. 9, 2e helft twaalfde eeuw

Gostjata roept de hulp in van Vasil om de bruidsschat terug te krijgen van haar ex-verloofde, die nu met een ander is getrouwd: ‘Van Gostjata aan Vasil. Wat mijn vader me heeft gegeven en mijn verwanten hebben gegeven, is in zijn handen. Nu is hij met een nieuwe vrouw getrouwd en wil hij me niets geven. Na de nieuwe verbintenis heeft hij me weggejaagd en de ander genomen als vrouw. Kom hier naartoe en doe alsjeblieft iets.’

Zevende KaderProgramma

Drie jaar lang is er iedere zomer gegraven met geld van INTAS, een organisatie van de Europese Unie, speciaal bedoeld voor samenwerking tussen oost en west. Daarnaast is de subsidie besteed aan het online zetten van het gehele corpus. Een klein Moskous bedrijf heeft alle teksten van drie kanten gefotografeerd, om de letters in reliëf goed leesbaar in beeld te brengen. Schaeken: ‘Dat zijn bestanden van zo’n dertig megabyte per stuk geworden.’ Eind januari is de website met veel media-aandacht in Rusland gelanceerd. Schaekens belangrijkste zorg is nu om nieuwe fondsen te werven. Hij denkt daarbij aan het ‘Zevende KaderProgramma’ van de EU. Met geld uit dat programma wil hij de onderneming nog internationaler maken door aan te sluiten bij andere corpora in het westen, en er een typologisch project van te maken: Egodocumentatie uit de middeleeuwen. Daarvoor moet alles in het Engels vertaald worden. In Bergen in Noorwegen ligt een corpus van runenteksten, ingekrast op houten stokjes, uit dezelfde periode, maar dat is veel beperkter. ‘Het is of je duizend briefjes hebt met Hebban olla vogala nestas hagunnan’, lacht Schaeken. ‘Frits van Oostrom zou er zijn vingers bij aflikken, als zoiets voor het Nederlands bestond.’ Binnenkort komen alle inleidingen in het Engels beschikbaar, maar de teksten zelf moeten door een berestoloog met Engels als moedertaal vertaald worden, om alle subtiliteiten goed weer te kunnen geven.

Dit artikel is verschenen in de nieuwsbrief van de Universiteit Leiden.

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 08 februari 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.