11 april 2019

“De Week van de Klassieken is weer losgebarsten en dit jaar is het thema ‘Van heinde en verre’. In de nadagen van het Romeinse Rijk vonden grote volksverhuizingen plaats en de Hunnen, met hun beroemde leider Attila, waren hier medeverantwoordelijk voor. Sommige wetenschappers zien in hen zelfs de verantwoordelijken voor de ondergang van Rome, maar hierover zijn de meningen verdeeld…”

Je leest:

Attila de Hun, gevreesd én bewonderd

Attila de Hun, gevreesd én bewonderd

Week van de Klassieken, ‘Van heinde en verre, migratie in de klassieke wereld’

Auteur: | 4 april 2019

Geen enkele bezoeker van de spektakelfilm Attila de Hun uit 1954 zal vreemd hebben opgekeken dat horden barbaarse Hunnen bezig waren met moorden, plunderen en platbranden. Bij het grote publiek is het idee blijven hangen van Attila, de Gesel Gods, als nietsontziende woesteling. Maar was hij dat wel?

Foto van de filmposter Attila uit 1954, met Anthony Quinn en Sophia Loren in de hoofdrollen.

Hij was klein van postuur, met een brede borst. Zijn huidskleur was donker. In zijn brede hoofd stonden kleine ogen en zijn neus was plat. Zijn haren waren een beetje grijs, ook het vlassige smalle baardje onder aan zijn kin. Verder huisden in Attila een ambitieuze en hooghartige heerser, een sluwe diplomaat en een meester-afperser, maar ook een verslaanbare generaal.

Deze kennis is niet gebaseerd op bewaard gebleven portretten of door Hunnen zelf geschreven teksten, want die zijn er niet. De beschrijving van zijn uiterlijk danken we aan de Gotische geschiedschrijver Jordanes uit de zesde eeuw, die haar had overgenomen uit een honderd jaar eerder geschreven maar verloren gegaan werk van Priscus, een Griekse geschiedschrijver en diplomaat in Romeinse dienst. Priscus kon weten hoe Attila eruitzag, want hij had hem met eigen ogen gezien toen hij in 448 deel uitmaakte van een diplomatieke missie naar het hof van Attila.

Geopolitieke crisis

Het Romeinse Rijk, sinds 285 in een oostelijk en westelijk rijk verdeeld, was nog steeds een groot en rijk imperium, maar het was in de vijfde eeuw wel aan het wankelen. Zeker het westelijke deel, dat vanuit de toenmalige hoofdstad Ravenna had moeten toezien hoe Vandalen in 410 Rome plunderden en Visigoten na 418 in Spanje en grote delen van Frankrijk een eigen rijk binnen het Romeinse Rijk stichtten. In de oostelijke hoofdstad Constantinopel (nu Istanbul) was keizer Theodosius II bang dat Attila en zijn Hunnen bij hem aan de poort zouden verschijnen.

De geopolitieke crisis was begonnen na het jaar 376, toen twee grote Gotische volkeren uit het oosten, de Greutungers en de Tervingers, met mannen, vrouwen, kinderen en al hun bezittingen opdoken aan de rijksgrens bij de Donau en om asiel in het Romeinse Rijk vroegen. Ze waren op de vlucht voor de Hunnen, vertelt Ammianus Marcellinus, een Romeinse geschiedschrijver uit die tijd.

Dat betekent niet dat ze op de hielen werden gezeten, want pas twintig jaar later zouden de Hunnen via de Kaukasus hun eerste aanval op het Romeinse Rijk uitvoeren. Maar de wereld ten noorden en oosten van de Donau was wel in beweging geraakt en waarschijnlijk speelden de Hunnen daarin een belangrijke, zo niet een beslissende rol.

De precieze herkomst van de Hunnen is onzeker. De ene wetenschapper ziet hen als Chinezen, de andere legt een verband met Mongoolse of Turkse volkeren. Vaststaat alleen dat ze ergens van de ruim vijfduizend kilometer lange Euraziatische steppe afkomstig waren en dat het een nomadenvolk was met een grote ruitertraditie.

De Hunnen waren als het ware vergroeid met hun paarden en hun houten zadels. Toen ze naar het westen trokken, bestonden ze nog uit verschillende en structuurloze groepen die ieder hun eigen koning hadden, onder wie twee broers van Attila’s vader.

Favoriete bestemmingen

Uitgelicht door de redactie

Astronomie
Nobelprijs natuurkunde voor kosmologie en exoplaneten

Scheikunde
Nobelprijs scheikunde voor uitvinders lithium-ion-batterij

Geesteswetenschappen
Nobelprijs voor Literatuur ‘een behoudende keuze’

Uit historisch en antropologisch onderzoek is bekend dat nomadenvolkeren doorgaans niet zo maar in het wilde weg ronddolen. Ze hebben vaste gewoonten en favoriete bestemmingen. Meestal trekken ze met hun kudden in de zomer naar specifieke, hoger gelegen koelere graslanden, om in de winter terug te keren naar uitverkoren lager gelegen gebieden. Met sedentaire volkeren in de omgeving ruilen ze vlees en huiden tegen bijvoorbeeld graan.

In het geval van de Hunnen zal er niet altijd van vrijwillige ruilhandel sprake zijn geweest. Ze stonden bekend als goede vechters, die gezeten op hun paarden snel en onverwacht konden aanvallen. Daarbij beschikten ze over speciale, samengestelde bogen waarmee ze afstanden tot wel vijfhonderd meter konden overbruggen en door pantsers heen konden schieten.

In de loop van de vierde eeuw moet er voor de Hunnen een aanleiding zijn geweest om het oude nomadenbestaan in Centraal-Azië op te geven. Ze gingen profijtelijke rooftochten uitvoeren naar het westen, voorbij de rivier de Wolga. De volkeren die daar leefden, voelden zich op een gegeven ogenblik zo in het nauw gedreven dat ze zelf ook westwaarts begonnen te trekken, richting de grens van het Romeinse rijk.

Alleenheerser

Begin vijfde eeuw waren de Hunnen doorgedrongen tot in de Romeinse provincie Pannonia, in wat nu Hongarije is. Toch waren toen niet de Hunnen het grootste probleem voor de Romeinse macht, maar andere volken die op de rijkdommen van de Romeinen aasden. Er ging wel eens een Hunnenkoning op rooftocht, zoals Uldin, maar het kwam ook voor dat de Romeinen tegen betaling dankbaar gebruikt maakten van de diensten van de Hunnen in de strijd tegen bijvoorbeeld de Goten en Visigoten.

Tijdens het gevecht om de macht van het westelijke Romeinse Rijk na de dood van keizer Honorius in 423 kwamen de Hunnen ook van pas. Generaal Aetius, die de Hunnen goed had leren kennen toen hij zijn jonge jaren als gijzelaar aan het hof van Uldin had doorgebracht, ronselde een groot Hunnenleger om troonpretendent Joannes bij te staan. Joannes werd vermoord, maar Aetius kreeg het door met Hunnen te dreigen wel voor elkaar dat de nieuwe keizer Valentianus III hem benoemde tot bevelhebber van de troepen in Gallië.

Attila speelde op dat moment nog geen rol van betekenis. Vermoedelijk was hij ergens tussen 390 en 400 geboren. Zijn vader heette Mundzuk; meer is over hem en de jeugd van Attila niet bekend. Pas na de dood van zijn ooms Octar en Rugila, die in de bronnen ook wel Ruga en Rua wordt genoemd, treedt Attila op de voorgrond. Samen met zijn broer Bleda werd hij kort na 435 tot koning uitgeroepen.

Tussen de regels door lezend moeten we concluderen dat er rond het koningschap bij de Hunnen wat aan het veranderen was. Attila, Bleda en Rugila dreigden meer dan eens met een aanval als de Romeinen niet enkele met naam en toenaam genoemde Hunnen uitleverden die hun toevlucht bij de Romeinen hadden gezocht. Het lijkt er op dat het om andere koningen van de Hunnen ging die uitgeschakeld moesten worden. Uiteindelijk schrok Attila er zelfs niet voor terug om zijn broer te laten vermoorden (er bestaat ook een verhaal dat Bleda eerst Attila had proberen te vermoorden) en zich in 445 tot alleenheerser te laten kronen.

De Hunnen naderen Rome, door Ulpiano Checa, 1887. Hij gaf Attila de Hun en zijn mannen traditioneel weer als een bende woestelingen, maar ook als superieure ruiters.

Attila speelt een spelletje

Attila richtte nu de blik op Constantinopel. In 447 viel hij met succes legerplaatsen en steden in de Balkan aan. Hieruit bleek zonneklaar dat de Hunnen intussen ook de kunst van het belegeren beheersten en met stormrammen wisten om te gaan. Om een aanval op de oostelijke hoofdstad af te wenden, stemde keizer Theodosius II in met een afkoopsom van zevenhonderd kilo goud en stuurde hij in 448 een diplomatieke missie met geschenken naar het legerkamp van Attila.

Dit was de missie die de diplomaat Priscus beschreef, en uit zijn tekst valt behalve het uiterlijk van Attila ook iets op te maken over zijn karakter. Volgens meerdere bronnen zou hij een voorspelling hebben gehad dat hij wereldheerser zou worden. Hij voelde zich dan ook niet de mindere van de Romeinen. Integendeel, hij speelde een mentaal spelletje met hen.

Eerst trok Attila zijn troepen terug richting de Hongaarse vlakten. De diplomaten mochten in zijn spoor volgen, maar moesten op afstand blijven. Als ze onderweg hun tenten opsloegen, letten zijn mensen erop dat de groep met Priscus niet op een terrein stond dat hoger lag dan het stuk grond waarop Attila’s tent stond.

Daarna liet hij een paar keer de boodschap overbrengen dat praten geen zin had en dat ze net zo goed terug naar Constantinopel konden gaan. Vervolgens stelde hij als voorwaarde dat de Romeinen enkele gevluchte Hunnen moesten overdragen. Toen aan die voorwaarde was voldaan, kregen de diplomaten de gelegenheid mensen uit zijn entourage te paaien met geschenken.

Het feestmaal van Attila van Mór Than (1870). De oude man met het boek is Priscus van Panion, die een verslag schreef van zijn bezoek aan Attila in 449.

De nederzetting van Attila

Na een maand onderweg geweest te zijn, streek Attila uiteindelijk neer in een van zijn permanente nederzettingen in het gebied langs de Donau. Die deden in niets denken aan verblijfplaatsen van halve wilden. In plaats van tenten stonden hier houten onderkomens die gebouwd waren op een cirkel van stenen. Om de huizen heen stonden houten muren, die echter meer ornamentaal dan afwerend waren. Alleen het onderkomen van Attila, dat ook het grootste was, was voorzien van torens.

Tijdens een feestmaal dat Attila aanrichtte konden Priscus en de andere diplomaten zien dat er langs de rand banken stonden. Zelf zetelde de koning op een bank in het midden. Achter hem was een trap die leidde naar zijn bed, dat met doorzichtige gordijnen van de ruimte was afgesloten. Terwijl iedereen uit zilveren bekers dronk en van kostbare borden at, nam hij zelf genoegen met een eenvoudige houten beker en bord. Ook zijn kleding was bescheiden. Zo droeg hij geen rijk versierde laarzen.

Priscus schreef ook over een ontmoeting met een Grieks sprekende Romein. Die vertelde dat hij na de verovering van Viminacium, dat de Hunnen tijdens hun veldtocht in 447 in het huidige Servië hadden ingenomen, eerst slaaf van de Hunnen was geweest, maar zich na dapper gedrag in de strijd tegen Romeinen en anderen had kunnen vrijkopen. Hij wilde niet meer weg bij de Hunnen, omdat er bij hen, anders dan bij de Romeinen, geen klassenjustitie was.

De Grieks sprekende Romein was niet de enige ‘vreemdeling’ onder de Hunnen. Ze stonden erom bekend dat ze heel pragmatisch mensen van andere volkeren opnamen, zoals de Oost-Germaan Odoaker, die zich opwerkte tot adviseur van Attila.

De diplomatieke missie liep overigens af zonder concreet resultaat. Hoewel een directe aanval op Constantinopel was afgewend, bleef het gevaar aanwezig. Precies wat Attila wilde, die daarna een grote aanval in Gallië begon. Hier werd hij echter in 451 door Aetius in een bloedige slag bij Troyes tegengehouden, om een jaar later in Noord-Italië een tweede nederlaag te lijden. In 453 stierf hij ergens in het huidige Hongarije.

Hoe belangrijk zijn samenbindende rol was geweest, bleek daarna. Sommige Hunnen gingen dienen in het leger van het Oost-Romeinse Rijk, de rest ging geleidelijk op in andere volkeren, in Servië, Bulgarije en bij de Zwarte Zee. Attila’s Hunnenrijk viel na zijn dood snel uiteen.

Het Hunnenrijk tijdens de regering van Attila de Hun, rond 450 na Christus, met als centrum het huidige Hongarije.

Wetenschappers over de Hunnen

De Oostenrijkse wetenschapper Otto J. Maenchen-Helfen gaf met zijn boek The World of the Huns. Studies in Their History and Culture (University of California Press,1973) de Hunnen in het westen een eigen cultuur en achtergrond. Als oudhistoricus en sinoloog las hij zowel westerse als oosterse bronnen. Hij bracht de Hunnen in verband met de Xiognu, een steppevolk dat al in de derde eeuw v.Chr. een uitgestrekt rijk in Azië had.

Een echt bewijs is er nooit voor gevonden. Of zoals Peter Heather, toen nog docerend in Oxford, nu hoogleraar Middeleeuwse geschiedenis aan London College, schreef in The Fall of the Roman Empire (Macmillan, 2005): ‘Er is een gat van een paar eeuwen en een paar duizend kilometer tussen de Xiognu en de Hunnen.’ Hij nuanceerde ook de destructieve betekenis van Attila en de Hunnen voor de ondergang van het Romeinse Rijk. Ja, Attila was geen lieverdje en zowel het westelijke als het oostelijke rijk hebben van hem te lijden gehad, maar uiteindelijk was de bedreiging van voorbijgaande aard.

Christopher Kelly van Cambridge University dacht hier heel anders over en gaf zijn boek de titel Attila the Hun. Barbarian Terror and the Fall of the Roman Empire mee (Bodley Head, 2008). Hyun Jin Kim, een Zuid-Koreaanse onderzoeker aan de Universiteit van Melbourne, was het met Kelly eens dat de Hunnen voor de ondergang van het Romeinse Rijk hebben gezorgd, maar in The Huns, Rome and the Birth of Europe (Cambridge University Press, 2013) zag hij het bijna als een verdienste.

Evenals Maenchen-Helfen greep Kim terug op oosterse bronnen om duidelijk te maken dat de Hunnen geen ongeorganiseerde bende waren, maar juist een goed georganiseerd rijk vormden.

Bron

Dit artikel is geschreven door Theo Toebosch, journalist, gespecialiseerd in archeologie, oudheid, erfgoed en geschiedenis. Het is verschenen in Geschiedenis Magazine 2-2019. De Week van de Klassieken, met thema ‘Van heinde en verre, migratie in de klassieke wereld’, duurt nog tot 14 april 2019. Meer informatie over de activiteiten tijdens de Week zijn te vinden in de Agenda.

Dit artikel is een publicatie van Geschiedenis Magazine.
© Geschiedenis Magazine, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 04 april 2019

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.