Je leest:

Aspirine helpt tegen hart- en vaatziekten

Aspirine helpt tegen hart- en vaatziekten

Auteur: | 1 juni 2001

De meest geciteerde artikelen in een vakgebied krijgen van het Institute for Scientific Information het predikaat Hot Paper. Deze maand belichten we het artikel Effects of intensive blood-pressure lowering and low-dose aspirin in patients with hypertension: principal results of the Hypertension Optimal Treatment (HOT) randomised trial. L. Hanson en collega’s publiceerden het in The Lancet 351 (9118) op 13 juni 1998.

Met recht is het artikel van Lennart Hanson in de Lancet een Hot Paper. Zijn onderzoek kreeg het acroniem HOT mee (Hypertension Optimal Treatment). Het artikel vermeldt dat kleine doses aspirine het ontstaan van infarcten bij mensen met hoge bloeddruk kan voorkomen.

Kransslagader. Door de afzetting van allerlei materiaal in de vaatwand is een kransslagader flink opgezet.Boehringer Ingelheim/Lennart Nillson

Hart- en vaatziekten vormen de belangrijkste doodsoorzaak in Nederland en België. Voorlopig zal dit ook wel even zo blijven. Hiertoe behoort een groot scala aan aandoeningen waarvan het hartinfarct (‘hartaanval’) en de hersenbloeding (‘beroerte’) de belangrijkste zijn. Bij een beroerte is overigens slechts in de minderheid der gevallen sprake van een werkelijke bloeding. Meestal betreft het een herseninfarct waarbij, net zoals in het hart bij een hartinfarct, weefsel sterft door een gebrek aan zuurstof.

Atherosclerose als vaatziekte

Een infarct ontstaat niet zomaar, maar is het gevolg van een vaak jarenlang proces waarbij bepaalde bloedvaten geleidelijk aan dichtslibben. Dit proces, atherosclerose, wordt in de volksmond vaak ‘aderverkalking’ genoemd, maar is een ziekte van de slagaders en hun vertakkingen. Verkalking, ook al kan dit in een bepaalde mate optreden, is bovendien niet het belangrijkste onderdeel van het proces.

Atherosclerose begint met een beschadiging van de gladde binnenbekleding (endotheel) van bloedvaten. Het lichaam reageert daarop met een ontstekingsreactie die op cellulair en moleculair niveau lijkt op ontstekingen die zich elders in het lichaam kunnen voordoen. In de vaatwand hoopt zich daarbij allerhande materiaal (zoals vetten, witte bloedcellen, bindweefselcomponenten) op onder de endotheellaag. Dat materiaal tilt de laag als het ware wat op waardoor de binnendiameter van het vat krimpt.

Bij veel mensen vormt dit het begin van een vicieuze cirkel. De afwijkingen breiden zich uit en verstoppen langzaamaan steeds verder de binnenkant van het vat. Dat kan wel tien tot twintig jaar duren. Deze plaatselijke afwijking noemen we de atherosclerotische plaque. Onder de microscoop zie je meestal dat een bindweefselkap de plaque afdekt en deze enige stabiliteit verleent. Deze zogenaamde stabiele plaque groeit en kan uiteindelijk het vat afsluiten.

Soms ontstaat er een scheurtje in de bindweefselkap. Dan wordt een plaque instabiel. Ter plaatse stolt het bloed en dat kan het vat acuut afsluiten. Treedt dit in een kransslagader op, dan heeft dit een hartinfarct tot gevolg. Gebeurt het in een hersenvat, dan ontstaat een herseninfarct.

Atherosclerose lijkt een moderne ziekte, de vrucht van onze geïndustrialiseerde maatschappij. Niettemin vonden oudheidkundige onderzoekers deze afwijking ook al bij Egyptische mummies. Er zijn niettemin wel moderne factoren die atherosclerose kunnen versnellen, zoals roken en een hoog cholesterolgehalte in het bloed. Een andere belangrijke risicofactor is hoge bloeddruk, mogelijk omdat daardoor de kap rondom een plaque gemakkelijker kan scheuren. Steeds weer blijkt uit epidemiologisch onderzoek dat hypertensie de belangrijkste risicofactor is voor het ontstaan van een herseninfarct en, samen met een verhoogd cholesterol, ook voor het hartinfarct.

Als je hypertensie behandelt met bloeddrukverlagende middelen, brengt dat de kans op complicaties aanzienlijk terug, zo bewijst onderzoek van de laatste drie decennia. Vreemd genoeg daalt daarbij het aantal herseninfarcten veel sterker dan het aantal hartinfarcten. Was bij de onderzoeken de druk in de kransslagaders van het hart nog niet laag genoeg om scheurtjes in de plaque te voorkomen? Volstaat voor het hart de bloeddrukverlagende behandeling niet en moet de arts de vorming van stolsels actief bestrijden?

Behandeling van hoge bloeddruk

Met deze vragen als uitgangspunt zette de Zweedse onderzoeker Lennart Hanson een grootschalig onderzoek op. De resultaten publiceerde hij in 1998 in The Lancet, in de Hot paper van deze maand. Hanson verdeelde lukraak meer dan 18.000 patiënten met hoge bloeddruk (een onderdruk tussen de 100 en de 115 mm Hg) over drie behandelingsgroepen. De patiënten in groep I kregen een zeer intensieve behandeling waarbij een onderdruk van 80 mm Hg of lager werd nagestreefd. In groep II was het regime iets liberaler en hoefde de onderdruk maar tot 85 mm Hg te dalen. In de derde groep tenslotte was het bereiken van een druk van 90 mm Hg al voldoende. Bij alle drie de groepen gaven artsen aan de ene helft van de patiënten dagelijks 75 mg acetylsalicylzuur en aan de andere helft een placebo (nepmiddel). Acetylsalicylzuur remt de klontering van bloedplaatjes en kan daarmee de vorming van een stolsel voorkomen. De meesten van ons kennen dit middel als het aspirientje.

Na enkele jaren bleek dat patiënten met een onderdruk van ongeveer 86 mm Hg het minst last hadden van complicaties. Een verdere verlaging van de bloeddruk gaf geen extra voordeel. Interessant is dat bij patiënten die acetylsalicylzuur kregen 36% minder hartcomplicaties optraden. Ten aanzien van herseninfarcten vonden de onderzoekers geen duidelijk verschil.

Acetylsalicylzuur gaat ook stolselvorming tegen op momenten dat dit ongewenst is. Iemand met een bloeding geef je geen aspirine. Het is noodzakelijk het waargenomen voordeel af te wegen tegen het risico van bloedingen. In het HOT-onderzoek kwamen er weliswaar vaker maag- en neusbloedingen voor bij patiënten die acetylsalicylzuur gebruikten, maar gelukkig waren deze niet zo ernstig.

Uit eerder onderzoek was bekend dat acetylsalicylzuur gunstig werkt bij patiënten die al een hartinfarct hebben doorgemaakt (secundaire preventie). Of aspirine een rol kan spelen bij primaire preventie – ofwel nog voordat zich complicaties hebben voorgedaan – was onduidelijk. Dit was alleen onderzocht bij gezonde individuen met een van nature lage kans op een infarct. De reden dat het HOT-onderzoek een Hot paper opleverde, komt dan ook mede doordat dit het eerste (en tot dusverre enige) onderzoek is dat aantoont dat acetylsalicylzuur als primaire preventie nut heeft bij patiënten met verhoogde bloeddruk.

Enige voorzichtigheid bij de interpretatie van de gegevens is nog wel geboden. Mogelijk beïnvloeden acetylsalicylzuur en de medicijnen tegen hoge bloeddruk elkaar, en de patiënten in groep I kregen doorgaans hogere doses bloeddrukverlagende medicijnen dan de patiënten in de andere groepen. Niettemin lijkt het erop dat men in geval van bloeddrukverhoging met enige overdrijving een bekend gezegde kan parafraseren: an aspirin a day keeps your infarct away!

Dit artikel is een publicatie van Natuurwetenschap & Techniek.
© Natuurwetenschap & Techniek, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 juni 2001

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.