Je leest:

Armoede in Nederland: van voedselbank naar stemhokje

Armoede in Nederland: van voedselbank naar stemhokje

Auteur: | 18 december 2007

Dit jaar zijn er 550.000 arme Nederlanders. Daarmee is het aantal mensen met een laag inkomen gedaald in vergelijking met 2005. Dit blijkt uit de Armoedemonitor 2007 van het SCP en het CBS. Een opvallende uitkomst is dat de politieke opvattingen van armen niet anders zijn dan die van mensen met een meer gevulde portemonnee.

In een tijd van kerstcadeautjes, luxueuze zesgangen diners en dure champagne komen het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met een rapport over mensen die niet kunnen meedoen aan dit consumptiefestijn. Vandaag publiceerden zij de Armoedemonitor 2007. Belangrijkste conclusie: armoede in Nederland is in 2005 licht gestegen, maar is nu weer op zijn retour. Het SCP verwacht een daling van het aantal armen in 2008.

In 2005 hadden iets meer dan 660.000 huishoudens (10% van alle huishoudens in Nederland) een inkomen onder de ‘lage-inkomensgrens’. In 2007 is dit percentage gedaald naar 8,3%. Volgend jaar daalt het aandeel arme huishoudens naar verwachting nog eens naar 7.9%. De lage-inkomensgrens ligt bij een alleenstaande bij een netto inkomen van 870 euro per maand. Een gezin met twee kinderen is ‘arm’ met een inkomen beneden de 1640 euro. Mensen met een bijstandsuitkering, eenoudergezinnen en niet-westerse allochtonen lopen het grootste risico om onder de armoedegrens terecht te komen.

Niet voor iedereen is het deze tijd feest. Ongeveer één op de tien armen in Nederland zegt te weinig geld te hebben om elke dag een warme maaltijd op tafel te zetten.

Armen voelen zich armer

Mensen met een laag inkomen blijken zich steeds armer te voelen, zo blijkt uit het rapport. Steeds meer mensen met een laag inkomen zeggen dat ze (zeer) moeilijk rondkomen. In 2001 ging het om ruim een kwart van de lage inkomens, in 2005 en 2006 om bijna de helft. Bijna tweederde van de armen zegt onvoldoende geld te hebben voor het vervangen van versleten meubels. Iets meer dan 10% heeft te weinig geld voor het verwarmen van de woning of om de dag een warme maaltijd.

Ook kinderen zijn de dupe. Vakantie, online gaming en voetballen bij een club zitten er vaak niet in. Meer dan de helft van de arme huishoudens zegt het zich niet te kunnen veroorloven om een week op vakantie te gaan. Ruim 40% van de arme huishoudens heeft geen internet omdat dit te duur is en ongeveer een derde van de kinderen is geen lid is van verenigingen of clubs.

Ouderen doen het goed

De ouderen in onze samenleving blijken in ieder geval niet arm achter de geraniums weg te kwijnen. Volgens het SCP en het CBS is het percentage 65-plussers met een laag inkomen de afgelopen jaren sterk gedaald. In 1996 was 20% van de ouderen arm, volgend jaar zal dat maar 3% zijn. Nederlandse ouderen hebben het ook in vergelijking met andere ouderen in Europa relatief goed: zij draaien nog volop mee in de samenleving, hebben genoeg sociale contacten, komen op materieel vlak weinig tekort en hebben voldoende toegang tot woon-en gezondheidsvoorzieningen. Alleen in de Scandinavische landen kunnen ouderen nog meer genieten van hun oude dag.

Mensen met een laag, gemiddeld of hoog inkomen hebben geen andere politieke opvattingen. Er is een opvallende uitzondering: armen vinden vaker dan middenklassers en rijken dat de belastingen omlaag moeten, zelfs als dat ten koste zou gaan van sociale voorzieningen (waar armen vaak zelf baat bij hebben) zoals bijstand of AOW-uitkering.

Armen denken niet anders over politiek

Mensen met een inkomen onder of boven de lage-inkomensgrens hebben vrijwel dezelfde mening over politieke kwesties. Het eigen inkomen blijkt weinig uit te maken als het gaat om hete hangijzers als de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek, het meebetalen door ‘rijke’ 65-plussers aan de AOW, de verhoging van de ontwikkelingshulp, het EU-lidmaatschap van Turkije of het homohuwelijk. Ook zijn beide groepen eensgezind over welk nationaal probleem het meest belangrijk is. Mensen zowel boven als onder de lage-inkomensgrens (respectievelijk 37 en 33%) noemen de integratie van minderheden als het grootste nationale probleem, gevolgd door problemen in de gezondheidszorg en criminaliteit.

Arme en rijke Nederlanders zijn ongeveer even cynisch over de politiek: van beide groepen meent 95% dat politici tegen beter weten in meer beloven dan ze kunnen waarmaken. Het vertrouwen in politie, rechters, de Tweede Kamer en andere politieke instituties is bij beide inkomensgroepen even groot. Wel is de interesse voor politiek bij arme Nederlanders kleiner en brengen zij minder vaak hun stem uit bij verkiezingen. Als mensen met een laag inkomen eenmaal in het stemhokje staan, stemmen ze niet anders dan mensen met een meer gevulde portemonnee. Ze stemmen dus vooral op CDA en PvdA. De SP is hierop een uitzondering: deze partij is populairder onder arme Nederlanders.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 18 december 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.