Je leest:

Arent van Curler: Nederlandse durfal in Amerika

Arent van Curler: Nederlandse durfal in Amerika

Arent van Curler: zakenman, durfal en diplomaat aan de Nieuw Nederlandse frontier

Auteur: | 30 juni 2009

Arent van Curler (1620 – 1667) is bij weinigen bekend. Volgens recent onderzoek van de Amerikaanse historicus Jim Bradley is deze Nederlander echter een sleutelfiguur in de ontwikkeling van Rensselaerwijck, één van de kolonies van waaruit Albany, de hoofdstad van de staat New York, zou groeien. Een portret van een zakenman, durfal en diplomaat.

De Nieuw Nederlandse geschiedenis staat de laatste jaren in de belangstelling van Amerikaanse historici. Charles Gehring bijvoorbeeld maakt grote vorderingen met de vertaling van de koloniale administratie. Die nieuwe stukken en enkele recente opgravingen werpen niet alleen een nieuw licht op het leven in Manhattan, maar ook stroomopwaarts, in het gebied rond het huidige Albany.

De Amerikaanse historicus en freelance archeoloog Jim Bradley onderzocht de Nederlandse wortels van dat gebied. Hij stuitte in zijn onderzoek vaak op Arent van Curler en heeft zich een beeld kunnen vormen van de rol die deze markante Nederlander in het gebied speelde. Wie was deze man en waarom was hij zo belangrijk?

Bradley portretteert Van Curler als een slimme zakenman, een durfal en bovenal een zeer behendige diplomaat. Volgens Bradley liggen de verdiensten van Van Curler erin dat hij de bonthandel tot bloei bracht en daarmee het economisch fundament legde voor een welvarende blijvende nederzetting. Dat succes kwam door de strategisch gewaagde, maar juiste beslissing om de kolonie in een vroeg stadium te verplaatsen van de oost- naar de westkant van de Hudson. Dit alles was vooral mogelijk door het diplomatieke talent van Van Curler. Hij was kind aan huis bij de indianen en behandelde hen – hoogst ongebruikelijk – met respect en kreeg zo veel gedaan.

Arent van Curler

Arent van Curler ziet het levenslicht in 1620 in Nijkerk. Hij is een achterneef van de slimme en succesvolle diamanthandelaar Kiliaen van Rensselaer. Deze Kiliaen van Rensselaer bemachtigt halverwege de jaren twintig een groot stuk grond in Nieuw Nederland. Op de oostelijke oever ter hoogte van Fort Oranje stationeert hij enkele tientallen boeren en vaklui om een gemeenschap op te bouwen. Geregeld komt Van Rensselaerwijck in conflict met de West Indische Compagnie, de eigenaar van de rest van Nieuw Nederland. Vooral als Van Rensselaer zich op de bonthandel gaat concentreren.

Om iets van de bloeiende bonthandel af te snoepen, stuurt Van Rensselaer zijn achterneef Arent van Curler naar de nieuwe wereld. Van Curler begint als assistent van de uitvoerend directeur. Maar al binnen een jaar wordt hij benoemd tot handelscommissaris. Een invloedrijke positie. Alle correspondentie, boekhouding en handelszaken lopen via hem. Later dat jaar, het was 1639, laat de West Indische Compagnie het monopolie op de beverbonthandel varen: het levert te weinig op. Van Rensselaer draagt zijn protegé op toe te slaan.

Medium
Arent van Curler was een sleutelfiguur in de ontwikkeling van Rensselaerwijck. Rensselaerwijck was één van de kolonies van waaruit Albany, de hoofdstad van de staat New York, zou groeien. Hier zie je Rensselaerswijck op een kaart van 1776
Wikimedia

Handelsgeest

Van Curler laat zich dat geen twee keer zeggen. Direct bezoekt hij de Mahicans, die veel land rond Van Rensselaerwijck bezitten. Ook zoekt hij contact met de Mohawks, die noordelijker wonen en de bonthandel domineren. Uit latere stukken blijkt dat Van Curler de verschillende indianentalen leert en bekend is met de omslachtige rituelen en omgangsvormen.

Uit de stukken blijkt ook dat Van Curler zich als een moderne koopman gedraagt. Hij inventariseert waar de indianen behoefte aan hebben en wat voor ruilmiddelen uit Europa moeten worden overgebracht. De mythe bestaat, zegt Bradley, dat indianen al tevreden waren met spiegeltjes en goedkope handelswaar. Maar de boekhouding laat een heel ander beeld zien. Van Curler bestelt dure kleden en dekens, die aan specifieke modieuze eisen moeten voldoen.

Grote beslissingen

Het jaar 1643 is een belangrijk jaar voor Van Curler. Zonder zijn baas te raadplegen, neemt hij een aantal grote beslissingen. Zijn boerderij verplaatst hij naar de westelijke oever van de Hudson op een vruchtbaar stuk grond boven Fort Oranje, op de route van het fort naar het Mohawk gebied. Zo snoept hij veel handel af van de West Indische Compagnie. Om de aanvoer van bont te stimuleren, bezoekt Van Curler met een delegatie de indianen. Beladen met cadeaus wordt hij overal feestelijk ontvangen. Het resulteert in een vriendschapsverdrag met de Mohawk. De handel bloeit op en zowel Van Rensselaer als Van Curler verdienen veel geld.

Van Curler breidt zijn vermogen hetzelfde jaar flink uit door in het huwelijksbootje te stappen met Anthonia Schalboom. Zij is de weduwe van Johannes Bronk, de rijke koopman naar wie het New Yorkse stadsdeel The Bronx is vernoemd. Van Curler betrekt de boerderij van de patroon en ontwikkelt het landgoed tot het rijkste landgoed in de omgeving. Zijn kapitaal gebruikt hij om boeren in te huren, wegen te bouwen, een paardenfokkerij op te zetten en een schip te kopen, waarmee hij de paarden tot in de Cariben verhandelt.

Uitbreiding

Eind jaren veertig trekt Van Curler zich steeds verder terug uit het bestuur van de kolonie en concentreert hij zich op zijn eigen bedrijf. Wel blijft hij nauw betrokken bij de diplomatie met de indianen. Hij weet de kolonie buiten de vele oorlogen tussen de Mahicans en Mohawk te houden. Ongetwijfeld speelt de persoonlijke relatie van Curler met de Mohawk daarbij een grote rol. In 1652 krijgt hij een kind bij een Mohawk vrouw.

Medium
De Engels-Nederlandse oorlog deed de handel van Van Curler geen goed. (Schilder: Pieter Cornelisz van Soest)
Wikimedia

Het machtsevenwicht begint echter steeds meer uit balans te raken. De vele oorlogen schaden de bonthandel. De Mohawks raken in conflict met de Fransen die vanuit het noorden steeds verder oprukken. De Engelse Puriteinen laten zich ook steeds vaker in Nieuw Nederland zien. En door de eerste Engels-Nederlandse oorlog, die in 1652 start, droogt de handel verder op.

Opvallend is dat Van Curler in deze moeizame tijden zijn vermogen flink uitbreidt. Uit opgravingen rond zijn boerderij blijkt dat er dure bouwmaterialen en gebruiksvoorwerpen worden gebruikt. Daarnaast vergaart hij stukken land in Nieuw Amsterdam (Corlaers Hook, enkele tientallen meters bezuiden de Williamsburg Bridge) en in het snel groeiende Beverwijck, een nieuwe nederzetting rond Fort Oranje.

Ook breidt hij uit in het snelgroeiende Beverwijck, een nieuwe nederzetting rond Fort Oranje. Hij koopt daar enkele lappen grond en een aantal huizen. Nadat zijn boerderij afbrandt, vestigt hij zich in 1661 een van die Beverwijckse huizen. De nederzetting telt dan al meer dan duizend inwoners. Hij is dan degene met de langste staat van dienst in de nieuwe wereld en wordt vaak geraadpleegd door het bestuur.

Schenectady

Vanaf dat moment start Van Curler aan zijn nieuwe, ambitieuze project. Hij heeft al een tijdje zijn zinnen gezet op een bijzonder vruchtbaar stuk grond, ten noordwesten van Rensselaerwijck. Het ligt echter middenin Mohawk gebied en zij verkopen geen land aan Europeanen. Voor Van Curler maken ze een uitzondering. Hij vestigt daarop een nederzetting, die zal uitgroeien tot de kleine stad Schenectady. Hij weet plaatselijke boeren en handelaars warm te krijgen om stukken land te kopen en stopt er ook veel van zijn eigen kapitaal, alsook geleend geld in.

Medium
Arent van Curler vestigt een nederzetting die zal uitgroeien tot de kleine stad: Schenectady.

De aankoop trekt hem meteen weer in het politieke gekonkel. Met Peter Stuyvesant, de gouverneur van Nieuw Nederland, botert het niet. Diens primaire doel is de versterking van de kolonie, de kolonie van de West Indische Compagnie wel te verstaan. Hij weigert toestemming aan de kolonisten in Schenectady om handel te drijven. De nederzetting moet agrarisch blijven. Voor Van Curler betekent dit een financiële dolk in de rug: hij kan zijn investeringen zonder handel nooit meer terugverdienen. De situatie wordt voor hem nog nijpender als Stuyvesant aankondigt een nieuwe handelspost te openen die boven die van Curler ligt, dus dichter bij de indianen.

Medium
Gouverneur Peter Stuyvesant dwarsboomt de plannen van Arent van Curler voor het stichten van een nieuwe nederzetting: Schenectady. Gevolg: Van Curler raakt in de schulden.
Wikimedia

Fransen vs. Engelsen

De gewijzigde machtsverhoudingen brengen nieuwe kansen en nieuwe problemen. Richard Nicolls, de Engelse gezagshebber in het gebied, vraagt Van Curler aan te blijven als commissaris van wat nu Albany heet. De zoveelste oorlog tussen de Mohawk en Mahican indianen bedreigt de bonthandel, die toch al zo te lijden heeft onder de vele Europese zeeoorlogen. Van Curler moet de indianen overreden hun wapens weer te gebruiken voor de beverjacht en niet op elkaar.

De Franse gouverneur in Quebec, een paar honderd kilometer ten noorden, zit ook met de indianen in zijn maag. Met een aantal strafexpedities krijgt hij de stammen in het gareel. Behalve de Mohawk in het zuiden, precies de richting waarin de Franse gouverneur zijn invloed wil uitbreiden. Zij blijven in hun verzet volharden. De gouverneur vraagt Van Curler te interveniëren. Uiteindelijk stuurt de fransman toch een strafexpeditie. Met weinig effect: Van Curler waarschuwt de Mohawk tijdig.

In de zomer van 1667 maakt de Franse gouverneur in Montreal hem het hof. De koninklijke afgezant gokt er op dat de Nederlanders hun koloniale bezit heroveren en wil alvast de banden aanhalen. Van gezaghebber Nicolls krijgt hij toestemming om te gaan, maar dan vergezeld met een opdracht: onderweg moet Van Curler Lake Champlain en de Franse forten in de buurt in kaart brengen.

Boze geest

In augustus 1667 stapt Van Curler in een bootje om de oversteek te volbrengen. De overkant haalt hij nooit. De toedracht van het ongeluk is nooit opgehelderd. Sommigen denken dat hij zijn hand overspeelde in het evenwichtsspel tussen de Engelsen en Fransen. De indianen vermoedden dat er een boze geest in het spel was die zelfs de grote Van Curler niet kon temmen.

Medium

Zo sterft een zakenman, durfal en diplomaat aan de Nieuw Nederlandse frontier: Arent van Curler.

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (correspondentennetwerk).
© Kennislink (correspondentennetwerk), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 juni 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.