Je leest:

Arabische bloggers

Arabische bloggers

Auteur: | 9 maart 2006

Sinds enige jaren stijgt het aantal Arabische bloggers explosief. Bloggers (web-loggers) houden een publiek toegankelijk internetdagboek bij. Hoe divers ze ook zijn, ze hebben een ding gemeen: ze zijn extreem kritisch. Zo vormen ze een nieuwe uitdaging voor de autoriteiten. Wat zijn de dominante geluiden van deze bloggers, en hoeveel invloed hebben zij?

Niemand kan zeggen hoeveel Arabische bloggers er zijn, maar als Iran een indicatie is (naar schatting 75.000 bloggers), kunnen het er zeker honderdduizenden zijn. Bloggers zijn relatief hoog opgeleid, al is het maar omdat zij weten met het internet om te gaan. Vrijwel alle bloggers zijn ontevreden over de bestaande nieuwsvoorziening (doorgaans de staatsmedia), ze zijn maatschappijkritisch en voor de autoriteiten is het moeilijk ze te bestrijden. En dat maakt de Arabische bloggers een interessante groep nieuwe leunstoelactivisten. Het weblog is in de Verenigde Staten ontstaan, waar het aantal bloggers de miljoen is gepasseerd. In de Arabische wereld is het weblog nog een relatief nieuw fenomeen.

Aanvankelijk ontstonden weblogs vooral in Iran, en na de Amerikaans-Irakese oorlog ook in Irak. Van daaruit heeft het zich verspreid over de Arabische wereld. In het begin waren de Arabische weblogs uitsluitend Engelstalig. Dat kan verklaard worden door het gegeven dat de informatie over weblogs in eerste instantie in het Engels beschikbaar is, maar ook door de gebrekkige Arabische software.

Vertekend beeld

Inmiddels komt daar verandering in, zij het langzaam. Google geeft voor de Engelstalige zoekopdracht ‘arab(ic) blog’ 10.000 hits, terwijl de Arabische zoekopdracht ‘blogh arabi’ een schamele vijf hits oplevert. Dat geeft echter een vertekend beeld: er zijn bijvoorbeeld bij de website ArabBlogCount niet minder dan 146 Arabischtalige weblogs geregistreerd. Maar er zijn er veel meer: de website Egybloggers toont een lijst van 147 weblogs uit Egypte alleen (daartussen zitten echter veel uiterst nieuwe blogs die eendagsbloggers zullen blijken te zijn). De laatst genoemde website, Egybloggers, laat niettemin duidelijk zien hoe oververtegenwoordigd het Engels vooralsnog is: naast de 147 Arabischtalige Egyptische weblogs, hebben zij 153 Engelstalige Egyptische weblogs geregistreerd.

De discrepantie op Google tussen de hits op Engelse en Arabische zoektermen betekent dus niet dat er nauwelijks Arabische weblogs bestaan, maar het duidt wel op een ander gegeven: de aandacht voor weblogs in de Arabische wereld is groter in het Westen dan in de Arabische wereld zelf. Pas zeer recentelijk begint de Arabische pers aandacht te schenken aan hun onbezoldigde collegascribenten op het internet. Al-Hayat had in juni een zevendelige serie artikelen over Arabische bloggers onder de titel ‘Ogen en Oren’. De Egyptische krant al-Masri al-Yom pakte onlangs groots uit met een artikel over het Arabischtalige Egyptische weblog Masr mish kida! (Zo is Egypte niet!), waar de blogster zich druk maakt over het onzedige beeld dat het Egyptische ministerie van Toerisme van Egypte zou schetsen in reclamecampagnes (zoals in de tv-spot met Verdi’s Aïda, de bikini’s aan de Rode Zee en de zich ontsluierende vrouw met de grote glimlach). Als vanzelf zijn het niet de staatscouranten, maar de onafhankelijke pers uit het buitenland (al-Hayat), en de oppositiepers (al-Masri al-Yom) die aandacht beginnen te schenken aan de digitale critici.

Soms zijn bloggers zelfs een belangrijke nieuwsbron, zoals het geval was met Salam Pax, beter bekend als ‘the Bagdad Blogger’. Hij bleef tijdens de Amerikaanse inval in Irak zijn dagboek bijhouden, tot genoegen van de internationale pers. Maar die anonimiteit maakt ze ook controversieel: Was Salam Pax wel te vertrouwen? Bloggers lijken zich daarvan bewust, zoals ze ook in hun teksten anticiperen op aanvallen van tegenstanders. Veel bloggers in Bahrein zijn naar buiten getreden met hun identiteit, door een gezamenlijke bijeenkomst te houden (Chan’ad Bahraini: Jongens, stel eens een leuke locatie voor. – Mahmoud’s Den: Wat zou je zeggen van de Country Club? Daar is het niet te rokerig en niet te veel muziek.).

Bomrecepten

De bloggers zijn behalve kritisch, doorgaans ook sympathiek, uitnodigend en voorzien van een goed gevoel voor humor. Zij die dat niet zijn, worden door bezoekers gemeden, waarop de blogger het meestal voor gezien houdt. Dat bloggers zichzelf niet altijd even serieus nemen, blijkt al uit de pseudoniemen die zij kiezen: Chan’ad Bahraini heeft zichzelf naar een visje genoemd, Egyptian Sandmonkey heeft gekozen voor de zelfbelediging, Angry Arab mikt op het onderbuikgevoel.

De Saoediër Al-Hamedi heeft een reguliere schuilnaam, maar zijn blog heet The Religious Policeman, naar het object van zijn vurige minachting en woede. Al-Hamedi draagt zijn weblog op aan vijftien Mekkaanse schoolmeisjes. Zij kamen om het leven omdat de religieuze politie niet toestond dat ze het brandende schoolpand verlieten: de meisjes hadden namelijk niet de voorgeschreven kleding aan. The Religious Policeman is ook de plaats bij uitstek voor goede, maar bittere grappen over de Saoedische koninklijke familie (‘disfunctioneel in alles behalve het legen van flessen Johnny Walker’).

In de westerse wereld roept de gedachte aan ‘moslims/Arabieren op het internet’ vooral gedachten op aan de vermaledijde speling van het lot, waarbij ‘de vijanden van het Westen’ de westerse uitvinding gebruiken om aanslagen te plannen, bomrecepten uit te wisselen en de oorlog te verklaren aan de ongelovigen. Het soort websites waar dat gebeurd (meestal zoiets als ‘tawheedislami’, ‘jihadwatakfir’ etc.), staat in schril contrast met de dominante discoursen op de Arabische weblogs. De weblogs zijn individuele ondernemingen, waar de blogger zijn frustraties, dromen en interpretaties van zijn bestaan kwijt kan. De blogger is van mening dat zijn visie er toe doet, maar is zich ervan bewust dat zijn visie slechts één van de vele is.

Aan rücksichtslose jihadi’s is dergelijke bescheidenheid niet besteed, en jihadistische blogs komt men dan ook nauwelijks tegen. Dat wil overigens niet zeggen dat bloggers het Amerikaanse optreden in het Midden- Oosten toejuichen, of dat zij zich niet druk maken om de Palestijnse kwestie, maar ‘anti-westers’ gedachtegoed treft men op de Arabische blogs relatief weinig aan. Dat heeft waarschijnlijk mede te maken met het relatief hoge opleidingsniveau van de bloggers (volgens een recente opiniepeiling in een aantal islamitische landen door het Amerikaanse onderzoeksbureau Gallup, worden ‘westerse waarden’ meer gewaardeerd naarmate het opleidingsniveau stijgt).

Behalve opgeleid, kritisch en met een pluriforme instelling, zijn Arabische bloggers vooral jong en opvallend vaak vrouw. Dat is niet zo vreemd. De Arabische pers is namelijk vooral oud en man, zodat het vrouwelijke en het jongerenperspectief weinig aan bod komen. Het ligt niet in de verwachting dat het jeugdige en vrouwelijke karakter van de Arabische blogs al te sterk verandert naarmate er meer Arabischtalige blogs bijkomen. De opkomst van Arabischtalige blogs heeft vooral te maken met de verbeterde Arabische software en de verspreiding van ICT-mogelijkheden in het algemeen.

Repressie

Voor de autoriteiten vormen de bloggers een nieuwe uitdaging, en sommige landen hebben al maatregelen genomen. Iran, Tunesië en Bahrein lopen voorop in de strijd tegen de bloggers. Nieuwe wetgeving poogt de bloggers aan banden te leggen en verschillende bloggers zijn gearresteerd. Maar de meeste bloggers zijn anoniem, en trekken zich niets aan van welke wetgeving ook. Het heeft er alle schijn van dat Libië van dit nadeel zijn voordeel heeft gemaakt: de blogger Lone Hilander is een groot bewonderaarster van Muammar al-Kaddafi en wijlen Gamal Abd al-Nasser. Collega-bloggers gaan ervan uit dat zij een door de Libische overheid opgezette blogger is.

Maar het Libische instrumentalisme van het webloggen is peanuts vergeleken bij de Amerikaanse aanpak. De Amerikaanse NGO Spirit of America geeft gratis gebruikersvriendelijke Arabischtalige software en weblogruimte weg. Spirit of America wil zo de vrijheid van meningsuiting in de Arabische wereld bevorderen. Op zich is dat bewonderenswaardig, maar wat als zo’n blog ‘on-Amerikaanse inhoud’ krijgt? Dan is het een koud kunstje voor de Amerikaanse NGO om het weblog te verwijderen. En dat zal het doen ook: Spirit of America is blijkens haar eigen website een NGO die zich niet alleen richt op het verspreiden van ‘de vrijheid’, maar ook op ‘de ondersteuning van onze troepen in Irak en Afghanistan’.

Het is uitgesloten dat de Arabische regimes de opkomst van de weblogs kunnen tegenhouden. Net als met de komst van de satellietzenders ( al-Jazeera, al-Arabiyya) zal wetgeving hopeloos zijn en zullen de autoriteiten zichzelf moeten instellen op een nieuwe bron van onbarmhartige kritiek. Het webloggen zal in de komende jaren uitgroeien tot een vast onderdeel van het Arabische medialandschap. Juist door het gebrek aan persvrijheid in de reguliere media zullen de weblogs een enorme aantrekkingskracht krijgen voor zowel bloggers als lezers.

Robbert Woltering is onderzoeker bij het International Institute for the Study of Islam (ISIM) en redacteur van ZemZem.

Dit artikel is een publicatie van ZemZem.
© ZemZem, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 09 maart 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.