Je leest:

Antizweetsok slecht voor het milieu?

Antizweetsok slecht voor het milieu?

Auteur: | 19 augustus 2010

Zilveren nanodeeltjes hebben een sterke antibacteriële werking. Vandaar dat we ze al in veel producten vinden, zoals sokken, ziekenhuisverf en wasmachines. Maar onduidelijk is wat het effect van deze deeltjes is op het milieu. Een nieuwe studie hint naar een negatieve invloed op het plantenleven.

Van alle nanodeeltjes die in producten voorkomen is zilver het meest gebruikt. Volgens The Project on Emerging Nanotechnologies waren er in augustus vorig jaar in totaal ruim 1000 producten op de markt (gemeten in 24 landen), waarvan er 259 het materiaal zilver bevatten. Dat is ruim meer dan andere materialen als koolstof (82), titanium (50), silicium (35), zink (30) of goud (27).

Nanozilver in tandpasta moet bacteriën in je mond doden.

Nanozilver is een populair materiaal vanwege zijn bacteriedodende werking. Het zorgt ervoor dat bacteriën zich niet kunnen voortplanten en daardoor uitsterven. Deze eigenschap heeft fabrikanten er toe aangezet nanozilver te verwerken in allerlei producten waar voor bacteriën geen plaats mag zijn.

Het bekendste voorbeeld is de antizweetsok, waar zilveren nanodeeltjes in de sok ervoor zorgen dat de sokken niet stinken. Andere voorbeelden zijn wasmachines, speciale ziekenhuisverf of tandenborstels met een antibacterieel nanolaagje.

Risico’s

Maar hoewel ze zweet tegengaan, zit er toch een luchtje aan zilveren nanodeeltjes. Er kleven risico’s aan het gebruik van de deeltjes: ze zijn mogelijk niet goed voor het milieu. Kunnen ze vrij in de natuur raken dan? Jazeker, vorig jaar werd aangetoond dat de antizweetsokken hun zilverdeeltjes verliezen in de wasmachine. Via het afvalwater komen ze in het riool terecht en dan is de weg naar ons milieu vrij.

Ze kunnen bijvoorbeeld aanbelanden bij waterzuiveringsinstallaties waar ze de ‘goede’ bacteriën kunnen doden die normaal het water zuiveren van ammoniak. Ook kunnen de deeltjes in rioolslib terechtkomen dat voor kunstmest gebruikt wordt, zodat het nanozilver uiteindelijk op het land in de bodem terecht komt. Uit onderzoek blijkt dat het zilver giftig is voor schimmels en andere micro-organismen in water en bodem. Maar wat nu precies de milieueffecten zijn is onduidelijk. En dat zorgt voor de nodige onrust onder wetenschappers, burgers en politici. Onlangs raadde de Duitse overheid het gebruik van nanozilver in verzorgingsproducten af. In Nederland wil Stichting Natuur en Milieu het gebruik van nanodeeltjes zelfs helemaal verbieden, totdat duidelijk is dat ze absoluut veilig zijn.

Na een paar wasbeurten zijn de zilverdeeltjes al uit je sokken gespoeld en komen ze terecht in het rioolwater.

Natuur in het klein

Meer onderzoek is nodig. Dat gebeurt ook wel degelijk, maar volgens Ben Colman, onderzoeker aan de Amerikaanse Duke University zijn de meeste experimenten niet voldoende representatief voor de natuur. Testen worden uitgevoerd in simpele omgevingen in het lab, met één soort bacterie of plant in een testbuis met nanodeeltjes. Van daaruit is het moeilijk voorspellen wat er gebeurt in de vrije natuur, denkt hij.

Om de effecten van nanozilver in de bodem wat realistischer in kaart te brengen hebben Colman en zijn collega’s een stukje natuur in het klein nagebootst. Ze vulden grote rubberen bakken met een voedingsbodem en kunstmest waar vijf verschillende soorten planten in konden groeien. In de helft van de bakken werden zilvernanodeeltjes toegevoegd, 55 microgram per gram kunstmest. Een concentratie die vaak in afvalwater gemeten wordt.

Het nanozilver had een nadelig effect op het plantenleven. De hoeveelheid bacteriën die in de bodem voedingsstoffen voor de planten verzamelen, was in de bakken met het zilver met twintig procent verminderd. Ook was één plantensoort onder invloed van het nanozilver 22 procent minder gegroeid.

Zo moet het er bij Colman ongeveer uit hebben gezien. Dit plaatje is overigens niet van zijn onderzoek. Zo’n plantenbak voor onderzoek staat in het Engels bekend als een mesocosm.
University of Wisconsin

Slag om de arm

Dat zijn te verwachten resultaten, gezien eerdere onderzoeken. Toch was Colman verrast. Eerder had hij in zijn lab testen met hogere concentraties nanozilver in de bodem gedaan, waar de bacteriën aanzienlijk minder door waren aangetast. De concentratie van het nanozilver was in dit nieuwe experiment lager, maar de effecten op plantengroei en bodembacteriën waren juist groter. Het bewijst dat de experimenten in de laboratoria niet per definitie representatief zijn voor de echte natuur.

Bij de resultaten van Colman moet echter nog een kleine slag om de arm gehouden worden. Ze komen vers van de pers, het experiment werd dit jaar nog uitgevoerd. Hij presenteerde zijn resultaten onlangs op een jaarlijkse bijeenkomst van ecologen in Pittsburgh, maar ze zijn nog niet gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift. Ze hebben dus nog niet de gebruikelijke peer review gehad.

Colman is overigens al bezig aan een nieuw project: het bouwen van een compleet drasland om te zien hoe dit aangetast wordt door afvalwater dat zilveren nanodeeltjes bevat. Wordt vervolgd dus.

Lees meer over nanodeeltjes die bacteriën te lijf gaan op Kennislink:

Oeps: Onbekende tag `feed’ met attributen {"url"=>"https://www.nemokennislink.nl/kernwoorden/nanodeeltjes/bacteriën/index.atom", “max”=>"5", “detail”=>"normaal"}

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 19 augustus 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.