Je leest:

Anti-raketlaser zonder toekomst

Anti-raketlaser zonder toekomst

Auteur: | 16 november 2004

In een Californische hangar werd op 10 november 2004 een krachtige laser getest. Die moet in aangepaste Boeing’s de V.S. beschermen tegen vijandelijke raketten. Vergeefse moeite, berekenden natuurkundigen van de American Physical Society.

Een fractie van een seconde lang vuurde de megawatt-laser van Northrop Grumman Space Technology en produceerde daarbij evenveel energie als tienduizend gloeilampen, allemaal gebundeld op één stukje doelwit. Het bedrijf ontwierp de laser voor het Airborne Laser team van Boeing Integrated Defense Systems. De laser heeft genoeg vermogen om van een paar honderd kilometer afstand de romp van een vijandelijke raket te laten smelten. Is dat genoeg? Een werkgroep van de American Physical Society APS onder leiding van David Barton denkt van niet, maar Northrop Grumman-president Wes Bush laat zich daardoor niet uit het veld slaan. “Dit is een geweldige prestatie”, zei hij in het blad Nature.

Artist’s concept van een Airborne Laser, een Boeing 747 die is omgebouwd tot vliegend laserkanon. bron: Northrop Grumman Space Technology

De pas geteste laser heeft niet alleen vermogen, maar ook precisie: het apparaat is uitgerust met adaptive optics, een systeem om de beeldvervorming van trillende lucht weg te filteren. Daardoor kan het zoeksysteem zijn doel – een voortrazende raket – goed in het doel houden, ook van honderden kilometers afstand in een trillende Boeing 747. Het systeem wordt in een later stadium boven de Stille Oceaan getest op een nepraket, zei Pentagon-woordvoerder Kenneth Englade tegen het Britse persbureau Reuters. Een datum voor die test staat nog niet vast.

In de kiem smoren niet effectief

Northrop Grumman’s laser past precies in de eerste laag van het Amerikaanse raketschild. Die laag is bedoeld om ICBM’s, oftewel InterContinental Ballistic Missiles te onderscheppen terwijl ze nog vaart winnen. ICBM’s zijn de raketten waarmee grootmachten als de V.S., China en Rusland hun kernkoppen ‘afleveren’. Na een korte startfase van vier minuten zijn ze op snelheid en slaat hun motor af.

Als een raket in deze startfase ontploft, hebben de brokstukken niet genoeg snelheid om op het doel terect te komen. Een meevaller, want de koppen van een ICBM kunnen een stootje hebben; ze zijn ontworpen om een gevaarlijke terugkeer in de atmosfeer te doorstaan. De kans dat de koppen de botsing met een onderscheppingsraket overleven is daarom niet te verwaarlozen. Als de koppen alsnog op hun doel zouden vallen, was de onderscheppingsactie tevergeefs.

Een effectief raketschild moet vijandelijke raketten dus zo vroeg mogelijk onderscheppen, voor ze op snelheid zijn. Na vier minuten slaat de motor af en schiet de raket als een geworpen steen door de ruimte naar zijn doel. En daar, zegt de APS-werkgroep van Barton, gaat het fout.

De laser van Northrop Grumman heeft maar een effectief bereik van een paar honderd kilometer. Als een ICBM vertrekt vanuit het midden van China, kan de laser die raket niet bereiken: eigenlijk is het systeem alleen bruikbaar tegen ICBM’s die vanuit een klein land als Noord-Korea worden gelanceerd. Ook dan moet de Boeing met zijn laser op het juiste moment in de lucht zijn. Voor gegarandeerde dekking is dus een hele vloot van deze laserplatforms nodig.

Barton en zijn collega’s namen niet alleen lasers onder de loep, ze bekeken ook of het raketschild een vijandelijke ICBM met een eigen raket neer zou kunnen halen. Ook in dat geval moet de eigen installatie dichtbij de vijandelijke lanceerbasis staan, berekenden ze: geen raket ter wereld heeft genoeg stuwkracht om in krap vier minuten tijd meer dan 400 kilometer afstand in te lopen. Het APS-rapport, “Report of the American Physical Society Study Group on Boost-Phase Intercept Systems for National Missile Defense”, verscheen in oktober 2004 in het blad Reviews of Modern Physics. Een voorlopige versie was al in juli 2003 beschikbaar.

Literatuur

Barton D. K., et al. Rev. Mod. Phys., 76. S1 – S424 (2004)

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 16 november 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.