Je leest:

‘Anti-oxidanten hypothese kan in de prullenbak’

‘Anti-oxidanten hypothese kan in de prullenbak’

Auteur: | 21 mei 2004

Anti-oxidanten, vroeger was het een moeilijk woord. Tegenwoordig is het een reclame-slogan: ‘Bevat natuurlijke anti-oxidanten’. Maar ze zijn niet voor iedereen zo gezond.

Of het nou sportdrankjes zijn, groenten en fruit, of gewoon pillen uit een potje. Anti oxidanten zijn goed. Ze maken vrije radicalen onschadelijk, en die zijn gevaarlijk, want daar krijg je kanker van. Dat weet iedereen. Eigenlijk een mooi voorbeeld van succesvolle popularisering van wetenschappelijk onderzoek. Alleen heeft de wetenschap niet stilgestaan.

Net nu de gedachte ‘anti-oxidanten zijn goed’ zo’n beetje tot alle lagen van de bevolking is doorgedrongen, blijkt dat de zaak toch wat ingewikkelder ligt. Dat anti-oxidanten niet altijd gezond zijn, bleek al uit een groot onderzoek onder 29.000 rokende mannen in Finland uit 1994. De vraag was of vitamine A, een antioxidant, de kans op longkanker verlaagt. Een logische gedachte, want uit eerder epidemiologisch onderzoek bleek dat mensen met een hogere concentratie vitamine A in hun bloed minder vaak longkanker hadden. De Finse rokers kregen acht jaar lang elke dag 20 mg vitamine A, dat is tweemaal de aanbevolen dagelijkse dosis (ADH). De resultaten waren onthutsend. De mannen uit de vitaminegroep kregen significant vaker longkanker dan de mannen uit de controlegroep. Soortgelijk Amerikaans onderzoek had dezelfde uitkomst: 24 procent meer kanker in de vitaminegroep. Rokers kunnen dus maar beter geen extra vitamine A slikken.

Koorts

Men kan nu denken, ach, eigen schuld, moeten ze maar niet roken. Maar ook niet-rokers zijn niet altijd beter af met extra anti-oxidanten. Dat blijkt uit Wagenings onderzoek naar vitamine E. De onderzoekers vroegen zich af of een dagelijkse dosis vitamine E oudere mensen beschermt tegen luchtweginfecties. Zodoende kregen vijftig vrijwilligers – allemaal gezonde, goed doorvoede ouderen – dagelijks 200 mg vitamine E of een placebo. Na ruim een jaar werd de balans opgemaakt. Wat bleek: het aantal luchtweginfecties was in beide groepen gelijk. Vitamine E bood dus geen enkele bescherming tegen de kans op infectie. Dat betekende echter niet dat er helemaal geen verschil was. De mensen die extra vitamine E hadden geslikt, waren gemiddeld een paar dagen lánger ziek en hadden ook méér koorts.

Een mogelijke oorzaak waarom anti-oxidanten schadelijk kunnen zijn, is het gegeven dat ze onder bepaalde omstandigheden juist als pro-oxidant kunnen werken. In een overzichtsartikel uit 2002 zijn een aantal van deze bevindingen op een rij gezet. De auteurs beschrijven ondermeer een studie waarbij dertig vrijwilligers dagelijks zes weken lang 500 mg vitamine C kregen. Bij een analyse van het bloed werd gekeken naar veranderingen in de nucleotiden van het DNA van witte bloedcellen. Guanine bleek minder vaak geoxideerd te zijn, terwijl dat bij adenine juist vaker was gebeurd. De oorzaak voor deze tegengestelde effecten op DNA-niveau zijn onbekend. Wat het betekent voor de gezondheid is ook niet onduidelijk. Het laat alleen zien dat vitamine C een complexe, nog slechte begrepen rol speelt in de cel.

Ook vitamine E kan zich gedragen als anti-oxidant of pro-oxidant, dat lijkt af te hangen van andere anti-oxidanten in de cel. Muizen die extra vitamine E kregen, hadden een grotere kans op leverkanker. Ook onderhuidse injecties met vitamine E veroorzaakten bij muizen tumoren. En dagelijkse langdurige toediening van vitamine E op een stukje muizenhuid leidde tot huidkanker. In hoeverre muizen en mensen dezelfde huidproblemen krijgen door dit soort stoffen hebben de auteurs trouwens niet onderzocht. Maar de bevinding was reden voor de auteurs om op te merken dat mensen misschien moeten uitkijken welk type zonnecrème ze gebruiken. Aan die crèmes wordt namelijk vaak vitamine E toegevoegd om veroudering van de huid tegen te gaan. En ze worden door veel mensen regelmatig en langdurig gebruikt.

Wat moeten we nu met die anti-oxidanten? Prof. dr. Gertjan Schaafsma van TNO Voeding is duidelijk. ‘Je hebt ze nodig, je moet ook zeker zorgen dat je de aanbevolen dagelijkse dosis binnenkrijgt, maar je moet er geen wonderen van verwachten.’ Hij raadt het slikken van supplementen af. ’Het kost geld, het is niet wetenschappelijk aangetoond dat het effect heeft en de langetermijn-effecten zijn onbekend.

Alleen in uitzonderlijke gevallen, na een ziekte of een lange periode van slechte voeding, kan het nuttig zijn.’ Hij wijst er op dat ook de tegenhangers van de antioxidanten, de zogeheten pro-oxidanten belangrijk zijn voor de cel. Een macrofaag gebruikt ze bijvoorbeeld om indringers te verwijderen. Ook bij het opruimen van beschadigde cellen, die zich mogelijk tot kankercellen kunnen ontwikkelen, zijn pro-oxidanten nuttig. Het gaat om de balans, en volgens Schaafsma kan het lichaam die heel goed zelf instellen. Als voorbeeld noemt hij mensen die veel sporten. Die verbruiken meer zuurstof, en daarbij worden dus meer radicalen geproduceerd. Het lichaam past zich vervolgens aan door een hogere activiteit van lichaams-eigen oxidanten. Extra pillen met anti-oxidanten zijn dan helemaal niet nodig.’ Dan nog de vraag of anti-oxidanten helpen om kanker te voorkomen. Er zijn tenslotte een groot aantal epidemiologische studies die een verband laten zien tussen het eten van voedingsmiddelen met antioxidanten, zoals groente en fruit, en de preventie van kanker.

Anti-oxidantenAnti-oxidant betekent niets anders dan een stof die kan reageren met een vrije radicaal. Vrije radicalen worden gevormd bij oxidatieve processen, bijvoorbeeld in mitochondria. Het zijn actieve verbindingen met een ongepaard elektron. Die worden door antioxidanten in de cel geïnactiveerd. Als dat niet gebeurt, kan DNA schade ontstaan, omdat de radicalen dan binden aan nucleotiden (zie roodomcirkelde OH-groep in de figuur hiernaast). Die DNA schade kan gerepareerd worden, maar als dat niet tijdig gebeurt, stijgt de kans dat door mutatie een kankercel ontstaat.Stoffen met anti-oxidante werking zijn vitamines, zoals bèta-caroteen (pro-vitamine A), vitamine C en vitamine E. Ook andere stoffen als fenolen, zoals bijvoorbeeld flavonoïden uit fruit, worden tot de anti-oxidanten gerekend. Daarnaast maakt het lichaam ook zelf antioxidanten, zoals glutathion en ubichinon.

Volgens Schaafsma hebben de anti-oxidanten er minder mee te maken dan iedereen in eerste instantie dacht. ‘De antioxidanten-hypothese kan wat mij betreft voor een groot deel naar de prullenbak.’ De reden voor het verband tussen dieet en kanker zou wel eens heel simpel kunnen zijn, denkt Schaafsma. ‘Hoe minder we eten, hoe langer we leven. Dat is al lang bekend, dat geldt ook voor muizen en fruitvliegen. Een vermindering van de hoeveelheid energie in voeding heeft een gunstig effect op veroudering, het onstaan van kanker, en hart- en vaatziekten. Ik denk daarom dat groente en fruit de kans op kanker – en allerlei andere ziekten – verminderen omdat ze gewoon weinig energie bevatten. Maar dat is puur speculatief hoor.’

Groente en fruit

Zijn idee sluit wel aan bij de conclusies van een recent rapport van het Koningin Wilhelmina Fonds (KWF) voor de Nederlandse Kankerbestrijding. Daarin wordt ‘op basis van de meest recente wetenschappelijke inzichten’ geconcludeerd dat de directe rol van voeding bij het ontstaan van kanker bescheidener is dan gedacht. Niet dat voeding er niet toe doet, maar overgewicht is onderschat als risicofactor. Daarvan was natuurlijk bekend dat het risico op hart- en vaatziekten verhoogt, maar er zijn steeds meer aanwijzingen dat het ook bijdraagt aan de kans op kanker. Hetzelfde rapport is zeer duidelijk over anti-oxidanten.’ Voor geen enkel anti-oxidant is bewezen dat het de kans op kanker verkleint. Er is niet voldoende bewijs om het gebruik van voedingssupplementen aan te bevelen. Het slikken van supplementen onder het motto baat het niet schaadt het niet, moet zonder meer worden afgeraden.’

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 21 mei 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.