Je leest:

Amoebensoorten bijna honderd miljoen jaar onveranderd

Amoebensoorten bijna honderd miljoen jaar onveranderd

Auteur: | 2 september 2004

Onderzoekers van de universiteit van Jena hebben een studie gemaakt van amoeben opgenomen in barnsteen uit Schliersee (Zuid-Duitsland) stammend uit het Cenomanien (vroegste Laat-Krijt, 99-93 miljoen jaar geleden). De gevonden exemplaren blijken niet te onderscheiden van thans nog levende soorten, hetgeen inhoudt dat deze evolutionair zijn blijven stilstaan.

Fossiele amoeben (eencellige organismen die bijna geheel uit water bestaan) zijn al bekend uit het Precambrium, maar ze worden slechts zelden gevonden, behalve in afzettingen uit het Kwartair. De oudere amoeben komen vooral uit mariene afzettingen, en hun betekenis voor de vroegere ecosystemen op het land is dan ook nauwelijks bekend. Een team onderzoekers uit Jena heeft nu een groot aantal amoeben geanalyseerd uit barnsteen uit het Cenomanien (vroegste Laat-Krijt, 99-93 miljoen jaar geleden) van Schliersee (Zuid-Duitsland). Van deze barnsteen bezit de universiteit duizenden kleine stukjes. Het onderzoek heeft tot enkele interessante resultaten geleid.

Links een minuscuul stukje hars (0,07 mm3) met vier amoebensoorten. Rechts een microscoopopname van exemplaren van de amoebe Phryganella paradoxa (doorsnede ca. 25 micron). Beeld: Alexander Schmidt, Institut für Ökologie, Friedrich-Schiller-Universität, Jena (Duitsland)

Het blijkt dat de barnsteen buitengewoon rijk is aan gefossiliseerde micro-organismen. Zo bevat het een grote hoeveelheid verschillende zoetwater-rhizopoden (Gymnamoebia en Testacealobosia). De gevonden exemplaren blijken niet te onderscheiden van thans nog levende soorten, hetgeen inhoudt dat deze evolutionair zijn blijven stilstaan. Het gaat daarbij om de soorten Centropyxis delicatula, Centropyxis hirsuta, Phryganella acropodia en Phryganella paradoxa. Van de aangetroffen ruim 230 exemplaren behoorden er ruim 200 tot de laatste soort. Deze exemplaren komen niet willekeurig verspreid voor: zo bleek één barnsteenmonster zo’n 200 exemplaren van P. paradox te bevatten, terwijl een ander monster van slechts 0,07 mm3 alle vier soorten bleek te herbergen.

Experimenteel nabootsen

Uit deze vondsten blijkt dat ook amoeben goed in hars kunnen worden opgenomen en de omzetting van hars tot barnsteen kunnen ‘overleven’. De onderzoekers hebben geprobeerd uit te vinden hoe dat in zijn werk gaat, door dit proces experimenteel na te bootsen. Dit bleek bepaald niet altijd mee te vallen maar levende protozoa met een schaaltje bleken wel goed in het hars van een aantal bomen (o.a. Pinus) te kunnen worden opgenomen. Daarbij kunnen ook de zachte delen goed bewaard blijven.

De onderzochte barnsteen ontstond uit hars van bomen in een (sub)tropisch, (sub)humide kustgebied. Daarin moeten of kleine poelen hebben bestaan waarin de amoeben leefden, of er moeten holtes in de bomen zijn geweest of – wat de onderzoekers waarschijnlijker vinden – tussen hun wortels, waarin zich plasjes water konden verzamelen. Die plasjes moeten ten minste enkele dagen of weken hebben bestaan.

Referentie

Schmidt, A.R., Schönborn, W. & Schäfer, U., 2004. Diverse fossil amoebae in German Mesozoic amber. Palaeontology 47, p. 185-197.

Lees ook meer nieuws op de website van NGV Geoniews

Dit artikel is een publicatie van NGV Geonieuws.
© NGV Geonieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 02 september 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.