Je leest:

Altruïsme is een keuze

Altruïsme is een keuze

Auteur: | 18 maart 2008

Zien lijden, doet lijden. Dat weten we allang. Dat dit gevoel eigenlijk een uitdrukking van empathie is, werd onlangs ontdekt door Niezink (RuG). En empathie zorgt er weer voor dat we anderen willen helpen: we worden er altruïstisch van. In tegenstelling tot de evolutionaire theorie over altruïsme werkt dit mechanisme niet alleen bij familie, maar vooral bij vrienden. Altruïsme is dan ook geen automatisme maar een keuze.

Als we onszelf vergelijken met anderen die slechter af zijn, voelen we ons daardoor vaak gespannen of angstig. Dat komt omdat we zo betrokken zijn bij de persoon in nood dat we ons ermee identificeren. Onze negatieve emoties zijn eigenlijk een uitdrukking van empathie, ontdekte de Groningse promovenda Lidewij Niezink. En empathie zorgt er weer voor dat we anderen willen helpen: we worden er altruïstisch van.

Opmerkelijk genoeg werkt dit mechanisme vooral op vrienden. We helpen onze beste vriend bijvoorbeeld bij zijn verhuizing omdat we ons inleven in zijn situatie. Familieleden helpen we niet zozeer vanuit empathische gevoelens, maar omdat we verwachten dat die in de toekomst ook voor ons klaar zullen staan: voor wat hoort wat.

Niet alleen ‘evolutionair slim’ familiealtruïsme

Wetenschappers dachten altijd dat altruïsme vooral tussen familieleden voorkwam. Dat zou gedurende de evolutie zo zijn ontstaan omdat we met onze bloedverwanten ook onze genen delen. En juist het doorgeven van genen is de belangrijkste drijfveer achter de evolutie. De simpelste manier om dat te doen is natuurlijk om zelf lang genoeg in leven te blijven om veel kinderen te krijgen.

In zijn boek ‘The selfish gene’ zet Richard Dawkins zijn theorie uiteen. Hij stelt dat onze evolutie gedreven wordt door de ‘wens’ van onze genen om zich zo wijd mogelijk te verspreiden. Het gaat in de evolutie dus ook niet om het voortbestaan van de soort of het individu, maar de genen.

Maar ook opkomen voor je familie – je ‘genverwanten’ – is evolutionair slim. Stel bijvoorbeeld dat je door jezelf op te offeren (de ultieme altruïstische daad) vier broers en zussen kan redden. Met elke broer en zus deel je 50% van je genen. Blijven zij leven, dan hebben 4 × 50%, dus 200% van je genen de kans om te blijven leven. Zou je alleen jezelf redden, dan is dat maar 100%. Voor het optimaal overleven van je genen is altruïsme dus een handige eigenschap, en door miljoenen jaren van evolutie is dat er bij mensen goed ingesleten.

Empathie is een automatisme maar altruïsme is een keuze

Evolutionair is het dus moeilijk te verklaren dat we uit medeleven voor onze vrienden door het vuur gaan, terwijl we juist berekenend zijn in het helpen van onze bloedverwanten. Niezink vindt het echter heel logisch. “Als je wilt verhuizen, komt je broer je altijd helpen. Op je familie kun je doorgaans rekenen. Familie kies je niet. Vrienden wel. We voelen ons meer één met vrienden, en daarom zijn empathische gevoelens belangrijker.”

Bovendien: wat onze beweegredenen zijn, we komen inderdaad onze familieleden wél te hulp. Ook dat vindt Niezink begrijpelijk. Of je empathie voelt bij het zien van iemand’s leed, gaat automatisch. Maar of je vervolgens dat leed wilt verzachten – en dus altruïstisch wilt zijn – is een keuze, blijkt uit haar onderzoek. Ook al zorgen gevoelens van empathie ervoor dat we het willen, uiteindelijk kíes je ervoor om de helpende hand toe te steken, medeleven of niet.

Uit het onderzoek van Niezink blijkt dat altruïsme niet zozeer een evolutionair ingebakken automatisme is – zoals vechten of vluchten bij gevaar – maar een keuze die je kunt maken of je nou empathische gevoelens hebt ten opzichte van iemand of niet.

Normen en waarden

Empathie en altruïsme zijn overigens niet de enige normen en waarden die door de aanwezigheid van anderen in ons worden opgewekt. Alleen al het denken aan anderen stimuleert dat we ons goed gedragen, bleek uit het promotieonderzoek van de eveneens Groningse Janneke Joly.

Zo zul je niet snel een leeg blikje cola op de grond gooien, als je moet denken aan je moeder die altijd vindt dat je een vuilnisbak moet zoeken. Volgens Joly komt dat omdat de herinnering aan anderen ons normbesef vergroot: de gedachte alleen al zorgt dat we ons meer als groepsdier gaan gedragen door de sociale spelregels serieuzer te nemen.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 18 maart 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.