Je leest:

Als je je moedertaal vergeet

Als je je moedertaal vergeet

Auteur: | 29 juni 2006

Vaardigheden in een vreemde taal kun je snel verliezen, maar kun je ook je moedertaal kwijtraken? Taalkundigen buigen zich over de vraag naar de oorzaken en grenzen van taalverlies.

Voor de meeste mensen heeft de moedertaal een bijzondere betekenis. Het is de taal die het dichtst bij je staat, waarmee je bent opgegroeid en waarin je je allereerste ervaringen hebt beleefd. Vanwege deze sterke emotionele band gaan mensen er vaak van uit dat je je moedertaal of eerste taal niet kwijt kunt raken. Maar is dat ook zo? Heeft de moedertaal daadwerkelijk zo’n ‘onkwetsbare’ status? Dit is één van de intrigerende vraagstukken waar taalwetenschappers van wakker liggen.

Language attrition

Misschien ben je wel eens voor langere tijd in het buitenland geweest. Tijdens een lange vakantie, een uitwisseling of schoolreis. En misschien is het je dan ook overkomen dat je zo intens met de taal van het land waarin je verbleef, bezig was, dat je bij thuiskomst niet zo snel op een Nederlands woord kon komen. Als mensen langdurig in het buitenland verblijven en hun moedertaal niet dagelijks kunnen spreken, kan het voorkomen dat ze op een of andere manier de grip op hun moedertaal verliezen. Dit gevoel van vervreemding ten opzichte van je eigen taal wordt language attrition (taalerosie/taalverlies) genoemd.

Language attrition is het anders dan door ziekte veroorzaakte verlies van vaardigheden in een taal die eerder volledig verworven was. Het gaat dus niet om mensen die om een of andere reden hun moedertaal nooit volledig onder de knie hebben gekregen (zoals het soms voorkomt bij mensen die in het buitenland opgroeien) en ook niet om taalgebruikers die bijvoorbeeld door een aandoening aan de hersenen (een deel van) hun taalvaardigheid zijn kwijtgeraakt. Onderzoek naar taalverlies richt zich bovendien op veranderingen in de taal van individuen. Het gaat dus niet om het verdwijnen of veranderen van een taal op het niveau van de taalgemeenschap.

De grenzen van taalverlies

Language attrition komt vaak voor als mensen naar een ander land emigreren, bijvoorbeeld onder Nederlanders die naar Australië zijn verhuisd. De volgende voorbeelden laten zien hoezeer het Nederlands onder sprekers in migratiesituaties kan veranderen.

“Maar als wij praten in het Hollands, ze verstaat drommels goed.” (Maar als wij in het Hollands praten, verstaat ze het drommels goed.) (Clyne 1977)

Deze zin werd door een Nederlander geuit die al geruime tijd in Australië verbleef. Het is duidelijk dat de woordvolgorde anders is dan we het in het Nederlands gewend zijn. Het zinsdeel ‘in het Hollands’ staat na het werkwoord ‘praten’, terwijl we deze normaal gesproken voor het werkwoord plaatsen. Bovendien zou je verwachten dat de zin na de komma verder gaat met ‘verstaat ze’ in plaats van ‘ze verstaat’. De zin lijkt in zijn structuur wel erg op het Engels:

“But if we talk Dutch, she understands quite well.”

Het lijkt er dus op dat de spreker de Engelse grammatica op het Nederlands heeft toegepast. In dit geval zijn de woorden wel Nederlands, maar er zijn ook veel gevallen waarin zowel de zinsbouw als de woordenschat uit de vreemde taal zijn overgenomen. Typerend voor mensen die taalverlies ondergaan is dat ze vaak niet op een woord kunnen komen (zgn. woordvindingsmoeilijkheden) en dit dan vervangen door een woord uit de taal die ze later verworven hebben.

“Daar ben ik van retired drie jaar.” (Ik ben al drie jaar met pensioen) (Kroef 1977)

In dit geval kan de spreker niet op het woord ‘pensioen’ komen. Maar naast het gebruik van het Engelse werkwoord ‘retire’ (met pensioen gaan) heeft hij de hele constructie rondom dit werkwoord overgenomen en past deze toe op het Nederlands.

bron: www.hollandcourier.com

Verwantschap

Zoals gezegd zijn de bovengenoemde voorbeelden van Nederlanders die al geruime tijd in Australië wonen. Deze immigranten hebben ervoor gekozen een nieuw leven ver weg van Nederland te beginnen. De geografische afstanden zijn dan ook zo groot dat het moeilijk is om contact met familie en vrienden in Nederland te onderhouden. De immigranten hebben vaak onderling wel veel contact, maar omdat het Nederlands van hen allemaal is aangetast, wordt het op deze manier niet behoed voor taalverandering.

Recent onderzoek laat zien dat taalverlies ook onder minder extreme omstandigheden optreedt, bijvoorbeeld onder Duitsers die tijdelijk in Nederland wonen. Deze groep houdt vaak wel regelmatig contact met familie en vrienden thuis. Toch komt hier in ruime mate language attrition voor. Een andere factor die een rol speelt bij taalverlies is namelijk de mate van verwantschap tussen de twee talen in kwestie. Als er sprake is van een nauwe verwantschap tussen de talen, zoals tussen het Nederlands en het Duits, komt het sneller voor dat sprekers die twee talen door elkaar gaan gebruiken.

Emoties en taal

Vaak speelt er ook een emotionele factor mee bij taalverlies. Een onderzoek van Schmid (2002) naar het taalverlies onder Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog uit Duitsland zijn geëmigreerd maakt dit duidelijk. Joden die aan het begin van de machtsovername door Hitler waren geëmigreerd, lieten minder taalverlies zien dan Joden die na de Reichskristallnacht waren geëmigreerd. Schmid schrijft dit toe aan een verschil in traumatisering. Omdat de late emigranten extreem negatieve gevoelens ten opzichte van het Duits hadden, gingen ze die taal ook minder gebruiken, met als gevolg dat er meer taalverlies optrad.

Maar je kunt je ook het tegenovergestelde voorstellen: mensen die zich sterk blijven identificeren met hun land van herkomst en veel waarde aan hun moedertaal hechten, blijven deze koesteren met als gevolg dat er minder taalverlies optreedt.

Voorgoed verloren?

Taalverlies blijft echter een verschijnsel waar moeilijk grip op te krijgen is. De vraag is of je iets wat je ooit hebt verworven echt kunt verliezen. Is de kennis die je ooit hebt gehad alleen tijdelijk ontoegankelijk, of ben je de vaardigheden echt voorgoed kwijtgeraakt? Dit is een vraag waar nog geen eenduidig antwoord op is gevonden. Er blijkt ook grote variatie te zijn binnen de groep sprekers bij wie taalverlies optreedt. Of de mate van taalverlies afhankelijk is van de emotionele betrokkenheid die sprekers met hun moedertaal hebben, of gebaseerd is op aangeboren verschillen tussen sprekers is één van de vragen die wetenschappers voorlopig bezig blijft houden…

Meer lezen?

Cook, Vivian. 2003. “The changing L1 in the L2 user’s mind”, in: Vivian Cook (ed.). Effects of the Second Language on the First.Clevedon: Multilingual Matters, pp. 1-18.

Monika S. Schmid/Barbara Köpke/Merel Keijzer/Lina Weilemar (eds). First Language Attrition: Interdisciplinary Perspectives on Methodological Issues.Amsterdam/Philadelphia: John Benjamins

Dit artikel is een publicatie van Radboud Universiteit Nijmegen.
© Radboud Universiteit Nijmegen, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 juni 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.