Je leest:

Als je afweer te sterk reageert: astma

Als je afweer te sterk reageert: astma

Auteur: | 30 september 2018
iStockphoto

Naar schatting heeft ongeveer 30 procent van de Nederlanders last van één of meerdere allergieën. Allergie is een verzamelnaam voor aandoeningen waarbij het afweersysteem heftig reageert op stoffen uit de omgeving. De stof die tot een dergelijke reactie leidt wordt allergeen genoemd. Dit zijn bijna altijd eiwitten. Er zijn allergenen die je kunt inademen, zoals huisstofmijt en boom- en graspollen. Dat leidt tot ziekten als hooikoorts of allergisch astma.

Astma is een chronische longaandoening met een behoorlijke invloed op de individuele gezondheid en op de jaarlijkse zorgkosten. Van de 4,5 miljoen chronische zieken in Nederland hebben naar schatting ruim een half miljoen mensen astma. Het aantal nieuwe patiënten met astma stijgt wereldwijd en is in Nederland in de periode van 1990-2015 verdubbeld.

Over de oorzaak van de stijging wordt nog steeds gediscussieerd. Waarschijnlijk ligt een deel van de verklaring in een toegenomen bewustzijn van astma bij patiënten en artsen. Maar ook factoren als veranderingen in leefomgeving, toenemende welvaart met westerse leefstijl en het minder vaak doormaken van infecties lijken een rol te spelen. In het algemeen lijkt een genetische aanleg in combinatie met blootstelling aan bepaalde omgevingsfactoren ten grondslag te liggen aan het ontwikkelen van astma.

Prikkelbaar

Kenmerkend voor astma is een ontstekingsproces in de luchtwegen dat samengaat met een verhoogde prikkelbaarheid en vernauwing van de luchtwegen. Eenvoudig gezegd, iemand met astma heeft gevoelige ‘ontstoken’ luchtwegen die abnormaal overgevoelig reageren op een scala aan prikkels. Zo’n prikkel veroorzaakt een aantal reacties. Allereerst trekken de spiertjes rondom de luchtwegwand samen waardoor de luchtwegen nauwer worden.

Tegelijkertijd volgt er een ontstekingsreactie in de slijmvliezen, de binnenbekleding van de luchtwegen, waardoor deze opzwellen en meer vocht en slijm produceren. Deze reacties versterken elkaar en maken de luchtwegen nauwer en prikkelbaarder waardoor ademen moeilijker wordt en de bekende astmasymptomen ontstaan, zoals kortademigheid, druk op de borst, piepende ademhaling en hoesten. De basisbehandeling van astma richt zich dan ook met name op deze twee processen en bestaat uit luchtwegverwijdende en ontstekingsremmende medicatie, bij voorkeur toegediend via inhalers.

Allergisch astma

Het is de laatste jaren duidelijk geworden dat niet alle vormen van astma op dezelfde manier ontstaan en behandeld moeten worden. Veruit de bekendste vorm is allergisch astma. Allergisch astma begint meestal op kinderleeftijd en gaat vaak gepaard met eczeem, oogklachten (jeuk en tranende ogen) en neusklachten (onder andere loopneus en niezen). Er is een duidelijke erfelijke aanleg. Zo is het risico op het krijgen van allergisch astma ruim twee keer zo hoog voor kinderen van ouders die beide astma of allergie hebben vergeleken met kinderen van twee niet allergische ouders.

Bij mensen met allergisch astma reageert het afweersysteem overmatig op onschuldige prikkels, zoals stuifmeelkorrels, uitwerpselen van huisstofmijt, huidschilfers van dieren of schimmelsporen. Door de afweerreactie op deze lichaamsvreemde stoffen, allergenen, kunnen zij benauwd worden of piepend adem gaan halen. De klachten kunnen binnen 30 minuten optreden (vroege reactie), maar er kan ook 8-12 uur overheen gaan (late reactie) voordat de allergische reactie optreedt. Dit maakt het vaak moeilijk om de exacte oorzaak van de allergische reactie te ontdekken.

Allergische reacties

Na inademing komt het allergeen op de slijmvliezen van de luchtwegen terecht. Het wordt daar opgepikt door een antigeen-presenterende cel, de bewaker van de luchtwegen. Bij mensen met een allergische aanleg gaat het dan fout, want deze cel ziet het op zich onschadelijke allergeen aan voor een gevaarlijke indringer en slaat alarm. Via T-cellen, de boodschappercellen, worden B-cellen geactiveerd tot het maken van een effectief wapen, de IgE-antistoffen. Deze IgE-antistoffen hechten zich langdurig aan mestcellen, die gevuld zijn met krachtige ontstekingsstoffen zoals histamine en cytokines. Daarmee is de eerste sensibilisatiefase afgerond. Het afweersysteem staat op scherp en de persoon in kwestie is vanaf nu ‘gevoelig’ voor dit allergeen.

Wanneer nu hetzelfde allergeen opnieuw binnenkomt, zal het zich binden aan deze IgE-antistoffen (op mestcellen), die specifiek zijn gemaakt voor dit allergeen en dit allergeen dus meteen herkennen. Er volgt een snelle reactie waarin de mestcellen hun inhoud uitstoten. De vrijgekomen stofjes veroorzaken vernauwing van de luchtwegen, zwelling van het slijmvlies en toename van slijmvorming. Dit geeft de snel optredende benauwdheid en piepende ademhaling (vroege allergische reactie) na blootstelling.

Bij een deel van de mensen ontstaan na 8-12 uur (opnieuw) klachten ten gevolge van een late allergische reactie. Hierbij worden onder andere eosinofiele ontstekingscellen (een type witte bloedcel) aangetrokken door de eerder uitgescheiden cytokines. Deze eosinofiele ontstekingsreactie en de cytokines die hierbij betrokken zijn (interleukine (IL)-5, IL-4 en IL-13) worden van groot belang geacht bij het chronische ontstekingsproces in de astmatische luchtwegen.

Huidallergietest. De specialist brengt druppeltjes met allergeen op de huid aan en kijkt of er een reactie optreedt om zo te bepalen welke stof de overgevoeligheid veroorzaakt.
Hollandse Hoogte, Den Haag

Diagnostiek en behandeling

Om allergisch astma vast te stellen, onderzoekt de arts het bloed op de hoeveelheid eosinofiele afweercellen en de aanwezigheid van IgE-antistoffen tegen bepaalde allergenen. Een andere manier om sensibilisatie voor allergenen te testen is de huidpriktest. Hierbij wordt een druppel allergeen houdende vloeistof op de huid aangebracht en doorgeprikt met een operatiemesje. Na een kwartier is een eventuele reactie zichtbaar.

Zodra de diagnose allergisch astma is gesteld, is de eerste aanbeveling om contact met de betreffende allergenen zo veel mogelijk te vermijden. In het geval van een allergie voor haren van dieren is dit in het algemeen beter uitvoerbaar dan bij allergieën voor huisstofmijt of pollen.

De basisbehandeling van allergisch astma is luchtwegverwijdende en ontstekingsremmende medicatie aangevuld met antihistaminica, neussprays, oogdruppels of immunotherapie. Antihistaminica blokkeren de werking van histamine, de stof die vooral verantwoordelijk is voor de acute klachten. Om neus- en oogklachten afdoende te bestrijden, worden de antihistaminica vaak gecombineerd met een neusspray of oogdruppels.

Een aantal mensen komt in aanmerking voor immunotherapie. Dit is een behandeling van 3 tot 5 jaar waarbij allergische patiënten met injecties met oplopende concentraties van extracten van de allergische stof minder gevoelig wordt gemaakt voor het betreffende allergeen. De behandeling is erop gericht het eigen afweersysteem zo te beïnvloeden dat de allergie afneemt.

Immunotherapie wordt het meest toegepast bij huisstofmijt- of pollenallergie, waarbij pollenallergie momenteel ook veilig thuis behandeld kan worden met smelttabletten in plaats van injecties onder dokterstoezicht. Immunotherapie kan uit veiligheidsoverwegingen niet gegeven worden aan mensen met ernstig astma. Lees meer over immunotherapie in het artikel van prof. dr. Edward Knol.

Uitgelicht door de redactie

Geesteswetenschappen
Woordjes leren met een robot

Biologie
Darmbacteriën voorkomen griepinfectie in longen

Geneeskunde
Onbeperkt schransen op vakantie, wat doet dat met je?

Behandeling met biologicals

Mensen met ernstig astma die ondanks uitgebreide astmamedicatie veel klachten en astma-aanvallen houden waren jarenlang aangewezen op de ontstekingsremmer prednison. Prednison moet dagelijks worden ingenomen en kent veel nare bijwerkingen. Gelukkig zijn er nu alternatieven, die biologicals worden genoemd. Biologicals zijn geneesmiddelen die bestaan uit natuurlijke of synthetische eiwitten die heel specifieke afweerstoffen, zoals antistoffen of cytokines, uitschakelen en zo het ziekteproces beïnvloeden.

Sinds 2003 is de eerste biological, een middel met anti-IgE-antistoffen, voor allergisch astma beschikbaar. Deze synthetische antistoffen binden zich aan de vrije IgE-antistoffen in het bloed waardoor deze zich niet meer kunnen binden aan de mestcellen. De mestcellen worden daardoor niet geactiveerd en er komen geen ontstekingsstoffen vrij. Op deze manier wordt de allergische reactie geblokkeerd. Behandeling met dit anti-IgE is voor veel mensen werkzaam gebleken in het verminderen van ernstige astma aanvallen en het verbeteren van de kwaliteit van leven.

Andere biologicals, die ieder een specifieke stap in het ontstekingsproces van astma blokkeren, zijn recent op de markt gekomen (anti-IL5) of worden de komende jaren verwacht (anti-IL4/IL13). De uitdaging is om voor elke ernstig astmapatiënt helder te krijgen welke stap het ontstekingsproces aanjaagt om zo de juiste biological in te zetten. Voortschrijdend inzicht in het afweersysteem en de verschillende ontstekingsprocessen zullen hopelijk bijdragen aan een verder verbeteren van de uitkomsten voor de verschillende subgroepen van astmapatiënten.

Lees het volgende artikel van het thema ‘Ons afweersysteem’

Allergie en immunotherapie

Edward Knol
Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 september 2018

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.