Je leest:

Algen bestrijden?!

Algen bestrijden?!

Auteurs: en | 10 oktober 2013
algen (72)
Thema: Algen

Niet iedere alg leent zich voor commerciële teelt. Sterker nog: sommige blauwalgen is men in het wild liever kwijt dan rijk. Op verschillende plaatsen worden experimenten gedaan om blauwalgen in zwemwater te bestrijden.

Zo heeft ondernemer Gerard Manshanden van het bedrijf Fishflow Innovations een zogenoemde airlift geïnstalleerd in de Ursemmerplas, bij Medemblik. Het principe is eenvoudig: aan een grote drijver hangt een lange buis die bijna tot de bodem van de plas reikt . Via een elektrische pomp met een capaciteit van slechts drie kilowatt wordt lucht onderin de buis geblazen. De belletjes nemen vervolgens 85 kuub water per minuut van de bodem van de plas mee omhoog.

‘Wat we hiermee doen is niets meer en niets minder dan het water in de plas mengen. En dat werkt. De Ursemmerplas was jarenlang een van de eerste plassen in de regio West-Friesland die bij warm weer moest sluiten voor recreanten vanwege blauwalgenbloei. In 2012 heeft het systeem voor het eerst een heel seizoen gedraaid. In plaats van de eerste plas die moest sluiten vanwege blauwalgen, was de Ursemmerplas dat jaar juist de laatste plas die uiteindelijk toch nog één dag werd gesloten voor zwemmers. In een stilstaande hoek, vlakbij het zwemstrand was na een warme periode toch nog een drijflaag met blauwalgen ontstaan. Dit jaar wil ik proberen met een extra pomp circulatie aan de oppervlakte te creëren. Dan zou het helemaal over moeten zijn.’

Beproefd

Circulatie van stilstaand water in de strijd tegen blauwalg is een beproefd principe. Naast de uiterst goedkope pomp van Manshanden heeft bijvoorbeeld ook het Amerikaanse Medora ltd. een pomp ontwikkeld: de Solarbee. En aan de Universiteit van Amsterdam deden professor Jef Huisman en dr. Petra Visser al in de jaren negentig onderzoek met het beluchten en circuleren van het water in de Nieuwe Meer. ‘Het verschil tussen de jaren met en zonder beluchten en circuleren van het water was zo spectaculair, dat kon niet aan toevallige variaties in het weer liggen’, zegt UvA-onderzoekster Visser. ‘En het is ook wel ecologisch verklaarbaar. Waar gewone, microalgen in stilstaand water uitzakken, maken blauwalgen gebruik van hun vermogen om met luchtblaasjes drijflagen te vormen. Op die manier winnen ze de competitie om licht. Als je door het water te circuleren de blauwalgen naar dieper lagen dwingt, dan verliezen ze de competitie met de onschadelijke microalgen.’

Symptoombestrijding

Manshanden is de eerste om te erkennen dat deze aanpak van de blauwalgen eigenlijk symptoombestrijding is. ‘Het werkelijke probleem zit hem natuurlijk in de enorme hoeveelheid voedingsstoffen in het water. Blauwalgen doen het goed in water met veel stikstof en vooral fosfaat. In deze plas komen de voedingsstoffen uit de lucht, via stikstof in de regen, en ook uit de vogelpoep van bijvoorbeeld de aalscholvers en de eenden. Het water in deze plas wordt vooral bijgevuld door zogenoemde kwel uit de bodem. In de bodem van dit soort zandputten zit ook relatief veel ijzer. Dat is op zichzelf gunstig om fosfaat te binden. Maar onder zuurstofarme condities, bijvoorbeeld door rotting van organisch materiaal op de bodem van de plas, laten de ijzerdeeltjes het fosfaat weer los en komt het beschikbaar voor blauwalgen.’

De beste methode om blauwalgen te bestrijden is dus het wegnemen van de overmaat aan voedingsstoffen. ‘Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan’, weet Manshanden. ‘Later dit jaar wil ik gaan experimenteren met het uitzetten van driehoeksmosseltjes. Bijvoorbeeld van schepen die op de helling gaan kun je makkelijk grote hoeveelheden mosseltjes halen. Op verschillende plekken langs de oever van de Ursemmerplas liggen al grote stenen. Daar zou je die mosseltjes op kunnen uitzetten. Een mossel kan enorme hoeveelheden water zuiveren van stikstof en fosfaat en ze kunnen zelfs direct blauwalgen opnemen. Dat zou natuurlijk de meest duurzame oplossing zijn.’

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 10 oktober 2013
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.