Je leest:

Alfred Nobel

Alfred Nobel

Van bittere armoede tot multimiljonair

Auteur: | 1 januari 2007

Al meer dan een eeuw geleden werden de eerste Nobelprijzen uitgereikt, onder andere aan de Nederlandse chemicus Van ’t Hoff. Nog steeds is de toekenning één van de belangrijkste gebeurtenissen in de wetenschappelijke wereld. Een hogere eer dan de Nobelprijs kan een onderzoeker niet te beurt vallen. Wie was Alfred Nobel? En hoe kwam hij tot het instellen van zijn beroemde prijzen?

De kleur van chemie

Dit artikel is afkomstig uit het hoofdstuk ‘Alfred Nobel’ uit de VU-uitgave ‘De kleur van chemie’, een bundeling van informatieve brochures voor havo/vwo scholieren.

Alfred Bernhard Nobel werd op 21 oktober 1833 geboren. Zijn ouders waren arm. Zijn vader Immanuel Nobel was architect, maar vooral uitvinder. Daardoor was de familie meestal platzak; vrijwel al het geld ging op aan experimenten. Na het bouwen van de eerste rubberfabriek van Zweden ging vader Nobel failliet. Hij kon zijn schuldeisers slechts ontlopen door in 1837 het land uit te gaan.

Het gezin bleef achter in Zweden. Moeder ging werken en de oudste zoons, Robert en Ludvig, moesten op straat zwavelstokjes verkopen om aan geld voor eten te komen. Kleine Alfred, die zwak en ziekelijk was, overleefde zijn kleutertijd alleen door de goede zorgen van moeder Andriette. Toen hij 9 was, kon hij zelfs een jaar naar school. Daar was hij direct de beste van de klas.

De ouders van Alfred Nobel.
Nobelprize.org

Privé onderwijs

Intussen had vader Nobel in Rusland belangstelling weten te wekken voor de uitvinding die de Zweedse regering niet had willen hebben: een landmijn gevuld met buskruit, de enige bekende springstof in die tijd. Hij begon in Sint-Petersburg een technisch bedrijfje. In 1842 kon hij zijn vrouw en kinderen per postkoets laten overkomen en zijn schulden in Zweden afbetalen.

De reistas van Alfred Nobel
Nobelprize.org

De zaken gingen steeds beter en al gauw leverde het bedrijf onder andere stoommachines en ijzeren onderdelen voor de eerste spoorlijn en de eerste stoomboten. Er was geld om de zoons privé-onderwijs te laten geven door beroemde geleerden. Alfred leerde zo Russisch en scheikunde. Op zeventienjarige leeftijd vertrok hij voor een lange zwerftocht door West-Europa en Amerika. Toen hij twee jaar later terug kwam sprak hij vloeiend Frans, Duits en Engels en wist hij vrijwel alles wat toen bekend was van natuur- en scheikunde.

In 1853 brak de Krim-oorlog uit. Grote aantallen land- en zeemijnen werden geproduceerd en verkocht, tot tsaar Nicolaas I tegen het einde van de oorlog in 1856 stierf. De nieuwe Russische regering annuleerde daarop in één keer alle bestellingen en Immanuel Nobel ging weer eens failliet. Berooid keerde hij terug naar zijn vaderland, even arm als hij 20 jaar daarvoor was weggegaan.

Op een kruidvat

Nobelprize.org

In Zweden ging Alfreds vader op zoek naar een krachtiger springstof om zijn mijnen te verbeteren. Alfreds leermeester in St. Petersburg had al gewezen op de explosiviteit van de olie die in 1846 door Sobrero ontdekt was: nitroglycerine. Maar omdat deze olie zeer schokgevoelig bleek, was de stof eigenlijk te onbetrouwbaar om mee te werken. Vlak bij zijn huis in Stockholm bouwde vader Nobel met geleend geld een nitroglycerinefabriek. Door buskruit met 10% nitroglycerine te vermengen wist hij een krachtiger springstof te verkrijgen voor zijn mijnen. Het gezin en de buren leefden in die tijd letterlijk op een kruitvat.

Alfred, die in 1863 bij zijn vader in de fabriek kwam werken, zocht een veilige manier om nitroglycerine te ontsteken. Hoe moeilijk dat was, bleek in 1864. Toen explodeerde de hele fabriek. Onder de vijf doden was ook zijn jongere broer Emil, die bij het experiment had geholpen. Broer Robert gaf Alfred vanuit Rusland de raad zo spoedig mogelijk een eind te maken aan zijn vervloekte uitvindersloopbaan, waar toch alleen maar ongeluk van kwam. Maar Alfred ging verder met experimenteren.

Onsteking beheersen met slaghoedje

De buren maakten bezwaar tegen herbouwen van de fabriek en het gemeentebestuur gaf daarvoor dan ook geen toestemming. Daarom richtte Alfred op een boot een laboratorium in. Midden op een groot meer voerde hij zijn verdere experimenten uit. En met succes! Met een aparte kleine springlading – een slaghoedje – wist hij de ontsteking van nitroglycerine te beheersen en hiermee het gebruik van nitroglycerine als springstof mogelijk te maken.

Alfred Nobel was een bescheiden man die de publiciteit meed. Dit schilderij werd pas 22 jaar na zijn dood gemaakt en toont hem in zijn laboratorium in Bofors (Zweden), in de omgeving waarin hij altijd volledig op zijn gemak was.
Nobelprize.org

Bij het afgelegen gehucht Vinterviken bouwde Alfred Nobel een springstoffabriek. De geproduceerde springstof met ontsteking werd over de gehele wereld verkocht en gebruikt. De naam Nobel werd een begrip. Amerikaanse concurrenten gaven zelfs de vestigingsplaats van hun fabriek de naam ‘Nobel’ om ‘echte Nobel-springstof’ te kunnen leveren.

Helaas vonden er ook veel ongelukken plaats. De springolie werd door onwetendheid vaak verkeerd gebruikt, bijvoorbeeld om schoenen te poetsen, lampen te vullen of wagens te smeren. Dergelijke fouten werden zelden vaker dan één keer door dezelfde persoon gemaakt… Soms ging het ook wèl goed: Alfred vertelde zelf hoe hij eens, toen hij na een lange winter door zijn voorraad nitroglycerine heen was, met een houweel de vast geworden nitroglycerine (het wordt vast bij 4°C) uit grote vaten had gebikt.

Miljonair

Nobels ‘Extra Dynamiet’
Nobelprize.org

Ondanks zijn zwakke gezondheid richtte Alfred Nobel in veel landen springstoffabrieken op. Hij was hiervoor vaak op reis. Al snel was hij miljonair, maar een eigen kantoor of secretaris had hij niet. Al zijn brieven schreef hij zelf, met de hand. Er waren dagen dat hij wel 30 brieven schreef. Elke briefschrijver kreeg bovendien antwoord in de eigen taal.

In 1891 vestigde Alfred Nobel zich in San Remo in Italië, waar hij tot zijn dood bleef experimenteren. Hij onderzocht naast springstoffen onder andere legeringen van lichte metalen, de bereiding van natrium en kalium door elektrolyse en het maken van kunstzijde, synthetische rubber en synthetische edelstenen. Toen hij in 1896 hartklachten kreeg, werd hem als medicijn nitroglycerine voorgeschreven – de stof waar hij zijn leven lang mee gewerkt had. Nitroglycerine wordt (in lage dosering) nog steeds gebruikt bij hartkwalen. Op 10 december 1896 stierf Alfred Nobel aan een hersenbloeding.

Nobels testament

Alfred Nobel was er van overtuigd dat zijn explosieven een vredelievend doel hadden. Verreweg het meeste van zijn dynamiet werd gebruikt voor wegen- en mijnbouw. En in het geval van een oorlog, zo veronderstelde hij, zouden wapens met zijn krachtige explosieven een langdurige strijd vrijwel onmogelijk maken. Nobel had daarover een uitvoerige briefwisseling met de Oostenrijkse vredesactiviste Bertha von Suttner (afgebeeld op de Oostenrijkse 2-euromunt), die het niet met hem eens was.

Het is aannemelijk dat Nobel gedurende de briefwisseling met Bertha von Suttner op het idee kwam om zijn fortuin te besteden aan wetenschappelijk onderzoek, literatuur en een vredesprijs. Na zijn dood in 1896 bleek hij tot verrassing van velen -en tot ergernis van zijn nabestaanden – zijn geld aan een stichting te hebben nagelaten. Die moest van de rente een geldprijs verlenen “aan die personen die zich erg verdienstelijk hebben gemaakt voor de mensheid”.

Eerste bladzijde van het testament van Alfred Nobel.

Nobelprize.org

Aan het testament van Alfred Nobel was geen jurist aan te pas gekomen. Door de vele processen die hij had meegemaakt – meestal in verband met octrooien – was Alfred Nobel het vertrouwen in deze ‘formaliteitsparasieten’ kwijtgeraakt. Het bleek daarom erg lastig om Alfred Nobels laatste wil uit te voeren.

Bijvoorbeeld omdat de stichting die het geld moest beheren nog niet bestond. De stichting moest een enorm vermogen beheren (omgerekend naar nu: zo’n 250 miljoen euro) en de rente gebruiken voor de 5 jaarlijkse Nobelprijzen. Verder wisten de in het testament genoemde instituten die de prijzen moesten toekennen – de Zweedse Academie van Wetenschappen, het Karolinska instituut en het Noorse Storting (het Noorse parlement) – nog helemaal van niets. En verwanten die de erfenis hun neus voorbij zagen gaan, bestreden het testament.

Een groepje vrienden van Nobel heeft geprobeerd zijn laatste wil zo goed mogelijk uit te voeren. Vijf jaar na Alfreds dood, op 10 december 1901, werden de eerste Nobelprijzen uitgereikt. Sindsdien zijn de Nobelprijzen de grootste eer die een onderzoeker te beurt kan vallen. Nog steeds, nu al meer dan 100 jaar, worden ze op Nobels sterfdag, 10 december, in Stockholm door de koning van Zweden uitgereikt.

Lees meer:

Vrije Universiteit Amsterdam

Het boek ‘De kleur van chemie’ werd in 2007 uitgegeven door de Faculteit der Exacte Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam (Afdeling Scheikunde en Farmaceutische Wetenschappen). Het is een geactualiseerde bundeling van informatieve brochures voor havo/vwo scholieren. Ze belichten de rol van de scheikunde op tal van gebieden.

Alle NEMO Kennislinkartikelen uit het hoofdstuk ‘Alfred Nobel’:

Dit artikel is een publicatie van VU Amsterdam, Faculteit der Exacte Wetenschappen.
© VU Amsterdam, Faculteit der Exacte Wetenschappen, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 januari 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.