Je leest:

Afwisseling nodigt seks uit

Afwisseling nodigt seks uit

Auteur: | 13 oktober 2010

Biologen zitten sinds Darwins evolutietheorie al een tijdje met de handen in het haar: waarom hebben we seks? Om genen te mengen, luidt de theorie. Waarom dat nuttig kan zijn bewijst een nieuw experiment in het tijdschrift Nature. Vooral wanneer dieren in verschillende typen omgeving wonen, zal seks een goede strategie zijn om genen te mengen.

Seks -hoe lekker het ook is- is niet strikt noodzakelijk voor leven op aarde. Al voordat mensen, zoogdieren, reptielen en vissen rondkropen, wisten simpele diertjes, planten, algen en bacteriën zich zonder seks voort te planten. Ze kloonden zichzelf gewoon. Klonen is goedkoop: je hoeft geen partner te zoeken of erom te vechten, eitjes te leggen of andere huisje-boompje-beestje-activiteiten te ondernemen.

Niet alleen het zoeken van partners is kostbaar, het baltsgedrag eromheen ook.
Carol Browne

Dus hoe komt het dan dat veel succesvolle dieren en planten toch liever via kostbare seks nakomelingen krijgen, in plaats van via goedkoop klonen? Daarvoor zijn logische verklaringen. Zo helpt seks met het mengen van genen, waardoor je nieuwe, misschien betere kinderen krijgt die meer uitdagingen aankunnen. Een leuk idee, maar stel nu dat je een dier bent dat al perfect aangepast is aan zijn omgeving: zonde om jouw perfecte genen te mixen met die van een ander.

Dat zou betekenen dat alle organismen die seks hebben eigenlijk helemaal niet zo goed zijn aangepast aan hun omgeving. Klopt, zeggen biologen Lutz Becks en Aneil Agrawal van de Canadese universiteit van Toronto. Want als jij en je soortgenoten in meer dan één type omgeving leven ben je eigenlijk nooit perfect aangepast. Het is dan beter om je snel aan te kunnen passen aan meerdere omgevingen. Daarvoor moet je jongleren met genen, en dan is seks bijzonder handig. Dat idee hebben de biologen in een nieuw experiment bevestigd, blijkt vandaag in het vooraanstaande tijdschrift Nature.

Raderdiertjes

Voor het experiment gebruikten Becks en Agrawal een speciaal diertje dat zelf kan kiezen of het zichzelf voortplant via seks of via klonen: het raderdiertje van de soort Brachionus calyciflorus. Dat is een microscopisch klein beestje dat in water rondzwemt.

De biologen deelden de raderdiertjes in twee groepen. De ene groep mocht leven in een bak met kwaliteitsvoedsel, de andere leefde in een bak met slechter voedsel. Door die indeling treedt er een beetje evolutie op. Terwijl de raderdiertjes zich voortplanten zijn de genen van hun nakomelingen steeds beter aangepast op hun omgeving, in dit geval op het soort voedsel.

Sommige raderdiersoorten hebben altijd seks, sommigen kunnen zichzelf enkel klonen, maar de soort Brachionus kan zelf kiezen.
PROYECTO AGUA, Flickr.com

Nu komt het bijzondere. Eenmaal perfect aangepast aan hun omgeving -en aan het soort voedsel dus- is het voor de raderdiertjes niet handig meer om veel aan seks te doen. Ze hoeven hun goede genen immers niet te mixen. En dat is precies wat de biologen zagen. Ze lieten de raderdiertjes dagenlang in hun eigen bak voortplanten, wat er uiteindelijk toe leidde dat de raderdiertjes in beide bakken zichzelf steeds vaker kloonden. Aan seks deden ze bijna niet meer.

Becks en Agrawal kregen ook het omgekeerde voor elkaar: ze konden de raderdiertjes juist meer laten seksen. Dat lukte door regelmatig sommige diertjes te verhuizen van de ene bak naar de ander. Zo hadden veel raderdiertjes ineens met een nieuwe omgeving te maken waarop ze zich moesten aanpassen. En dat aanpassen gaat door middel van seks blijkbaar sneller dan met klonen.

Los van deze verschillen in het lab, zagen de biologen ook dat de raderdiertjes in het lab sowieso minder aan seks deden dan in de vrije natuur. Volgens Becks en Agrawal wijst dat erop dat de natuurlijke omgeving meer divers is dan het lab. Wat natuurlijk niet zo verrassend is. Maar nogmaals de theorie bevestigt dat een diverse omgeving uitnodigt tot seks.

Zie ook:

Oeps: Onbekende tag `feed’ met attributen {"url"=>"https://www.nemokennislink.nl/kernwoorden/evolutie/index.atom?m=of", “max”=>"7", “detail”=>"minder"}

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 13 oktober 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.