Je leest:

Afwijkende microbiomen, de kip of het ei?

Afwijkende microbiomen, de kip of het ei?

Auteur: | 12 december 2016

De interesse in ons microbioom heeft de afgelopen jaren een haast epische vorm aangenomen. Zo werden in 2003 slechts 135 internationale publicaties aan dit onderwerp gewijd, maar in 2015 al zo’n 6000. En de hoeveelheid ziekten die ondertussen met het microbioom in verband zijn gebracht is al net zo indrukwekkend.

Om maar eens enkele voorbeelden te noemen: diverse allergieën, coeliakie, de ziekte van Crohn, het prikkelbare darmsyndroom, dikkedarmkanker, obesitas, type 2 diabetes mellitus, auto-immuunziekten zoals type 1 diabetes, multiple sclerose en reuma, en meer recentelijk ook dementie, depressie en autisme. Als je de wekelijkse persberichten moet geloven is de oplossing voor al deze aandoeningen dan ook duidelijk: verander je microbioom en de ziekte verdwijnt.

Associaties

Nu is het zo dat de meeste van deze aandoeningen chronische ziekten zijn. Ze ontstaan ergens gedurende het leven, worden daarna manifest en gediagnosticeerd, en de behandeling met bijvoorbeeld medicijnen is vervolgens levenslang, zoals bij type 2 of ouderdomsdiabetes. Deze aandoeningen zijn meestal ook multifactorieel: een genetische gevoeligheid speelt een rol, eventueel de voeding in de baarmoeder en tijdens het latere leven beweegpatroon, rookgewoonten, alcoholgebruik, medicijngebruik, psychische factoren, enzovoort.

Dreamstime

Het humaan microbioomonderzoek is in eerste instantie dan ook redelijk eenvoudig, men vergelijkt het fecale microbioom van een groep patiënten met die van een groep gezonde controlepersonen. Is er een statistisch significant verschil in bijvoorbeeld enterotype (een karakteristiek ecosysteem van bacteriën), of in hoeveelheid RNA van een bacteriesoort, bijvoorbeeld Firmicutes spp., dan wel verschillen in microbioomsamenstelling op andere manieren geïdentificeerd, dan Bingo! Zo werden fecesmonsters vergeleken tussen 23 kinderen met autisme en 31 kinderen zonder autisme. De autismepatiëntjes hadden vaker last van constipatie, en ook een iets andere microbioomsamenstelling.

Maar wat zegt dit nu? Vanuit de voedingswetenschappen is bekend dat constipatie wordt veroorzaakt door een lage inname van voedingsvezel, en/of door verminderde lichamelijke activiteit, of eventueel een tekort aan vocht. Deze factoren hebben de microbioomsamenstelling waarschijnlijk ook beïnvloed. Of komen de microbiële verschillen door de aanwezigheid van de aandoening, of immunologische factoren bijvoorbeeld? Kortom, wat is hier nu de kip en wat is het ei?

Dit betekent dus dat we verder moeten kijken dan dit soort associaties. Mooi onderzoek heeft bijvoorbeeld plaatsgevonden met bacterievrije muizen, die na een poeptransplantatie van dikke muizen ook dik werden. Als we de effecten vervolgens ook nog op cellulair en moleculair niveau kunnen verklaren dan kunnen we er veel meer zeker van zijn dat er een causaal verband is. Over een therapie bij mensen moet dan verder worden nagedacht. Zijn poeptransplantaties bij patiënten dan een mogelijk geschikte therapie? Is dat praktisch haalbaar? En wat zijn de langetermijn­effecten?

Persoonlijke voeding

Of is het verstandiger om de voeding aan te passen? Hierbij denken we in eerste instantie natuurlijk aan de probiotica, mengsels van specifiek bacteriën, zoals Yakult of Activia. Maar ook gefermenteerde voedingsmiddelen zoals yoghurt bevatten mogelijke relevante bacteriën. Er zijn bijvoorbeeld effecten gevonden op diarree bij kinderen in Indonesië, en mensen die regelmatig karnemelk gebruiken hebben een meer diverse bacteriënpopulatie. Maar in het algemeen zijn de resultaten met de huidige probiotica niet overweldigend, en in gezonde mensen lijken ze het microbioom in de dikke darm niet te veranderen.

Wat in het voedingsonderzoek echter steeds duidelijker wordt is dan het niet gaat om one size fits all. Meer en meer raken we overtuigd van het belang van wat we noemen personalised nutrition: meer en meer zien we dat een specifiek voedingsadvies of therapie niet bij iedereen even goed werkt. Uit recent onderzoek in Israël bleek bijvoorbeeld dat bij de ene persoon het eten van een pizza leidde tot een hogere bloedsuikerconcentratie, en bij een andere persoon juist tot lagere bloedsuikers.

Als we de individuele verschillen in ziektekarakteristieken maar ook de individuele verschillen in het microbioom meenemen en gebruiken om de voedingsinterventie specifieker te maken, en eventueel ook specifieke (darm)bacteriestammen toevoegen aan ons dieet, dan kunnen we misschien meer en snellere gezondheidswinst boeken.

Ten slotte, het moge duidelijk zijn, het onderzoek tot nu toe heeft tot vele interessante hypothesen geleid en ons fascinerend inzicht gegeven in de wereld van de kleine levende cellen in onze darm. Maar de oplossingen en therapieën voor aandoeningen zoals autisme zijn nog niet zo dicht bij als we in sommige ronkende persberichten mogen geloven.

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 december 2016

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.