Je leest:

Afrikaanse Unie: Pan-Afrikaans parlement opgericht

Afrikaanse Unie: Pan-Afrikaans parlement opgericht

Auteur: | 24 maart 2004

De Afrikaanse Unie heeft sinds 18 maart jl. een parlement. Het is de meest recente stap in een verenigingsproces dat Afrika al sinds de nadagen van het kolonialisme bezighoudt.

Het Pan-Afrikanisme, grotendeels vergeten en genegeerd in het Westen, veelal gevreesd door Afrikaanse elites, blijkt onuitroeibaar. Maar wat is het Pan-Afrikanisme nu precies, en wat te denken van het nu opgerichte Pan-Afrikaanse Parlement?

De renaissance van een oud ideaal

Het Pan-Afrikanisme houdt het midden tussen een ideaal en een geloof, maar in elk geval is het een politieke boodschap. Het woord zegt het ongeveer zelf, Pan-Afrikanisme is, net als Pan-Arabisme, een vorm van eenheidsdenken: het Afrikaanse continent moet verenigd worden. Oorspronkelijk was het Pan-Afrikanisme een ideaal dat onderdeel was van de bevrijdingsbeweging. Het moest het collectieve antwoord van Afrika zijn op de collectieve uitbuiting door het imperialisme en later, door het neokolonialisme.

De Pan-Afrikanist en eerste president van onafhankelijk Ghana (vml. Goudkust) Kwame Nkrumah typeerde de Afrikaanse verdeeldheid als volgt: “… the [divided African states] continue to struggle on, each one seperately, in a pathetic and hopeless attempt to make progress, while the real obstacle to their development,(…), is operating on a Pan-African scale.” (Nkrumah, K. Handbook of Revolutionary Warfare 1969 p.25).

Afb.1 (Kwame Nkrumah (1909-1972))

In Pentagon-termen zouden we nu spreken van een ‘a-symmetrische’ strijd: de twee partijen bevinden zich op verschillende niveaus. Met het woord ‘obstakel’ doelde Nkrumah indertijd op de koloniale machten, of in het geval van onafhankelijke staten, op de neokoloniale verhoudingen in het economisch verkeer tussen Afrikaanse staten en het Westen.

De vraag is of die a-symmetrie ook vandaag nog bestaat. Pan-Afrikanisten beweren van wel. De plaats van het (neo)kolonialisme is ingenomen door internationale financiële instanties zoals het IMF. Vanuit Pan-Afrikanistisch perspectief is het IMF een obstakel voor de economische ontwikkeling en een gevaar voor de politieke autonomie van Afrikaanse staten. Afzonderlijk kan een staat niets beginnen tegen de ‘aanbevelingen’ (voorwaarden voor leningen) van het IMF, wat de vereniging van staten noodzakelijk maakt. Alleen op die manier kan Afrika een vuist maken tegen wereldwijd opererende krachten als het IMF en de nadelen van globalisering, zo is de Pan-Afrikanistische redenering. Ook kan het krachtdadiger optreden in de VN indien het als één blok stemt.

Tot zover de theorie, nu de praktijk. Het Pan-Afrikanistisch idealisme leidde in 1963 tot de oprichting van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAU). Deze organisatie bleek al snel niet meer dan een praatclub, waar Afrikaanse staatshoofden plichtsgetrouw opdraafden en het eenheidsideaal beleden. Oorlogen werden afgekeurd, het strijd tegen het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime werd mondeling ondersteund, en dan gingen de heren al snel weer op huis aan. Het Pan-Afrikanisme leverde in de praktijk niets op, maar waarom bleef het dan toch aan? Waarom hielden de Afrikaanse politieke elites het niet voor gezien?

Dat komt doordat het Afrikaanse eenheidsdenken een populaire ideologie was, en bleef. Het Pan-Afrikanisme is een ‘bottom up’-ideologie, die altijd werd gepromoot vanuit de civil society. De grote Pan-Afrikanistische leiders Kwame Nkrumah en Julius Nyerere (van Tanzania) spraken grote delen van de Afrikaanse bevolking aan tot ver buiten hun eigen staten. Het Pan-Afrikanisme was en is een gelofte van trouw aan de eigen Afrikaanse identiteit, een progressieve ideologie die het (neo)kolonialistische tij moet keren. Maar de besturende elites die het Pan-Afrikanisme zouden moeten uitvoeren zijn bepaald minder enthousiast. Er bestaat bij de elites geen behoefte aan een controlerend instituut van ‘eigen bodem’ die verkiezingsuitslagen monitort, die corruptie bestrijdt en die mensenrechten beschermt. Maar individuele Afrikaanse leiders waren nooit sterk genoeg om het Pan-Afrikanisme de rug toe te keren. Zij waren onmachtig om hun bevolking ervan te overtuigen dat het Pan-Afrikanisme iets van het verleden was. Dat zou worden gezien als verraad aan de goede zaak, en men zou zich blootstellen aan alle mogelijke kritiek van de OAU die onder de pet zou zijn gebleven indien men nog lid van de club was. En zo werd er zorgvuldig voor gezorgd dat de OAU weliswaar bleef bestaan, maar alleen als een volstrekt tandeloos instituut.

Dan nu het raadsel. Waar komt de heropleving van het Pan-Afrikanisme vandaan? In iets meer dan tien jaar tijd is een Afrikaanse Economische Gemeenschap en een Afrikaanse Unie opgericht, met een heus Pan-Afrikaans Parlement. Vooralsnog lijken deze organen even tandeloos als de OAU, maar ze zijn wèl opgericht. Hoe kan het dat een volkse, socialistische ideologie die gedurende veertig jaar is geërodeerd tot een schaamlapje van corrupte leiders, plotseling wordt aangegrepen om grootse daden mee te verrichten?

Het is de Libische leider Moammar al-Qadhafi die vanaf de jaren negentig met steeds meer enthousiasme zich heeft ingezet voor Afrikaanse eenheid, en in het bijzonder voor zijn leidende rol daarin. Maar Qadhafi was niet meer dan een katalysator van bestaande ontwikkelingen. Met het wegvallen van de Sovjet-Unie werd ook de ideologische strijd op het Afrikaanse continent beëindigd. Daarmee viel veel steun van de grote mogendheden weg. Tegelijkertijd ontstonden er nieuwe grote blokken in de wereld zoals de Organisatie van Amerikaanse Staten, de zich immer versterkende EU en samenwerkingsverbanden in Azië. Het leek erop dat het een geostrategische noodzaak was om in deze ontwikkeling mee te gaan. Daarbij komt het feit dat Afrikaanse staten merken dat de wereld Afrika veelal ziet als één grote lap grond, waarop zich voornamelijk chaos bevindt.

Afb. 2. Logo van de Afrikaanse Unie

Door de oprichting van een Afrikaanse Unie wordt ingespeeld op de bestaande gedachte dat Afrika een eenheid is, waarbij het zal pogen de connotatie ‘chaotisch’ tegen te gaan. Het socialistische element van het Pan-Afrikanisme van Nkrumah en Nyerere is ondertussen grotendeels weggevallen. Zo bezien is het Pan-Afrikanisme van de Afrikaanse Unie dan ook niet meer de progressieve, activistische ideologie die het vroeger was. Ondanks dat het eenheidsdenken al een halve eeuw oud is, zijn de huidige ontwikkelingen in hoge mate een reactie op ontwikkelingen van buitenaf, en niet een uitvloeisel van het historisch Pan-Afrikanisme.

Voorlopig heeft het Pan-Afrikaans Parlement alleen nog een adviserende rol, maar het moet uiteindelijk een wetgevende taak gaan vervullen. De afgevaardigden worden door de nationale parlementen uit hun midden gekozen (elke PA parlementariër is dus ook een parlementariër in eigen land), en de parlementariërs blijven in principe aan zolang als zij parlementariër zijn in eigen land. Het democratisch gehalte van het PA parlement is dus gelijk aan het democratische gehalte van de verzamelde nationale parlementen. Dat beantwoordt ook de vraag hoe het kan dat de besturende elites zich lijken te hebben verzoend met de supranationale institutionalisering: voorlopig heeft men nog niet veel te vrezen.

Met dank aan:

Dr. Robert Ross, Universiteit Leiden

Dit artikel verscheen eerder in Risq Reviews, 24 maart 2004.

Dit artikel is een publicatie van Risq Reviews.
© Risq Reviews, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 24 maart 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.